terug                                                                                                             

                                                               

1 Dames en heren, wie is er aan de beurt?
2 Ik ben aan de beurt, meneer.
3 Goedemiddag. Waarmee kan ik je helpen? Zeg het maar
4 Verkoopt u ook zakjes voor mobiele telefoons?
5 Jazeker. Wat voor telefoon heb je?
6 Een grote of een kleine?
7 Dit is hem. Hij is niet  heel groot, maar ook niet heel klein.
8 Oke. Kijk maar, we hebben zwarte, rode, groene,
9 zilverkleurige en goudkleurige,
10 Even denken. Deze is weI okee. 
11  Ja, doe maar deze  goudkleurige.
12 Prima. Was dat het?

verder