terug                                                                                                            track.11

 

Luister, lees en spreek uit.
                         
         

01.

Wat voor kamer heb jij?

02.

 lk vind mijn kamer best wel mooi.

03. 

Hij is groot en licht.

04.

Wat heb je in je kamer?

05.

 lk heb niet zo veel.      

06.

Links staat een kledingkast en een tafel- voetbalspel.     

07.

 Waar liggen je spullen dan?      

08.

Nou, tegenover mijn kast staat mijn bed.      

09.

 Onder het bed zijn laden en in die laden liggen mijn spullen.

10.

Leuk zeg! Mijn kamer is niet zo groot.

11.

Ik heb wel een grote boekenkast, links naast mijn stoel.

12.

 Ik heb wel duizend (1000!) boeken!

13.

Wat gaaf!  En je bed, waar staat jouw bed?

verder