terug                                                                                                            track.10

 

Luister, lees en spreek uit.
                         
         

01.

Hoi Daan. Wat doe je hier?

02.

lk ben op de trein aan het wachten.

03. 

0h. Waar woon jij eigenlijk?

04.

lk woon in het centrum van Amsterdam, vlakbij het Vondelpark.

05.

Waar woon jij ook alweer?

06.

In Den Haag, bij het museum.   

07.

Is  jullie huis groot of klein?

08.

0ns huis is niet groot, maar ook niet klein.

09.

Hoeveel  verdiepingen heeft het?

10.

Even denken... het heeft twee verdiepingen.

11. 

Welke kamers zijn beneden?

12. 

Beneden zijn de woonkamer, de hal, de keuken en het toilet.

13.  En wat hebben jullie boven?

verder