terug

 

dingen. 2.01-A

1

het bed - afhalen
2 het bed - opmaken
3 het horloge - opwinden
4 het touw - afrollen
5 de kar - duwen
6 de slee - trekken
7 het brood - snijden
8 de koffer - uitpakken
9 het glas - volschenken
10 het gordijn - dichttrekken
11 de koffer - dragen
12 het gordijn - opentrekken
13 de schoen - aantrekken
14 de piano - bespelen
15 de bladzijde - omslaan

zonder tekst