verwijswoorden. 8

invullen

spoorloos.x.gif

Kees en Jos zijn heel ongerust, want Joep is nog nooit weggelopen.
Ze weten dat honden in deze duinen niet los mogen lopen. Vera en Toos wisten dat niet.
Jos gaat de hond zoeken, want Joep luistert heel goed naar hem.
Hij komt altijd direct als Jos hem roept. Nu blijft hij echter spoorloos.
1. Jos kan Joep maar niet vinden.
2. Nergens ziet hij hem. ( hij verwijst naar .) ( hem verwijst naar . )
3. Als hij iets ziet bewegen zijn het steeds konijnen. ( hij verwijst naar . )
4. Hun keutels ziet hij overal liggen. ( Hun verwijst naar . )
5. Dan ziet Jos een man.
6. De man kijkt naar een bosje.
7. Zou hij Joep soms zien? ( hij verwijst naar . )
8. De man stapt van zijn fiets en laat hem vallen. ( hem verwijst naar . )
9. Dan gaat hij een plas doen ( hij verwijst naar . )