terug

 

 

Begrijpend lezen, verwijswoorden.

 
 


 

verwijswoorden 1
verwijswoorden 2
verwijswoorden 3
verwijswoorden 4
verwijswoorden 5
verwijswoorden 6

Verwijswoorden verwijzen vaak naar een groep woorden.  Zo moet je een vraag erover ook beantwoorden.
Voorbeeld: Frank wil graag een nieuwe fiets, maar die is erg duur.
Die verwijst naar een nieuwe fiets. Alleen met het woord fiets antwoorden is niet genoeg.
 
verwijswoorden 7
verwijswoorden 8
verwijswoorden 9
verwijswoorden 10
verwijswoorden 11
verwijswoorden 12
verwijswoorden 10
verwijswoorden 11
verwijswoorden 12