stones - 3

  
.. en nu snel!
Hoe heet jij?

Hoe heet hij?
Hoe heet zij?
Ik heet John.
Hij heet Tom.

Zij heet Mandy
Ik vind motoren leuk.
Ik houd van zwemmen.
Ik vind voetballen leuk.

Ik houd van paardrijden.
Ik vind dansen leuk.
Ik vind gitaar spelen leuk.