terug

   
    

dictee-simp. 01-04

1

  Stop at the crossroads. Stop bij de kruising.

2

  I like ice cubes in my drink. Ik doe graag ijsblokjes in mijn drinken.

3

  My father lifted the cup. Mijn vader hief de beker op.

4

  She cycles to kindergarten. Zij fietst naar de kleuterschool.

5

  He cut his hand with the knife. Hij sneed in zijn hand met het mes.

6

  Butterflies danced around her. Vlinders dansten om haar heen.

7

  The situation is highly dangerous. De situatie is uiterst gevaarlijk.

8

  Switch on your headlamp at night. Doe 's avonds je koplampen aan.

9

  I had a bad day yesterday. Ik had gisteren een slechte dag.

10

  Tom works every day in the shop. Tom werkt elke dag in de winkel.