terug

 

 

 

    

dictee-simp. 01-03

1

  He applied the breaks. Hij gebruikte de rem.

2

  He's unpacking his bags. Hij pakt zijn tas uit.

3

  His beard is black. Zijn baard is zwart.

4

  She has beautiful hair. Zij heeft prachtig haar.

5

  She cleaned the windows. Zij lapte de ramen.

6

  The friends congratulated him. De vrienden feliciteerden hem.

7

  The contract has expired last month. Het contract liep vorige maand af.

8

  John has a really bad cough. John heeft een lelijke hoest.

9

  Could you help me lift this box? Zou u me kunnen helpen deze doos te tillen?

10

  I saw a herd of cows. Ik zag een kudde koeien.