terug

 

   

dictee simp. 01-02

1

Jane is reading  a book about animals.

Jane  is een boek over dieren aan het lezen.

2

I want to go home;  this  film is boring.

Ik wil naar huis; deze film is saai.

3

She gave him a bowl of water.

Zij gaf hem een kom water.

4

She kept his letters in a box.

Zij bewaarde zijn brieven in een doos.

5

I have had a very busy day!

Ik heb een erg drukke dag gehad!

6

Carry on until you see the castle.

Loop door totdat je het kasteel ziet.

7

Mary gave him a cheerful smile.

Mary glimlachte vrolijk naar hem

8

The chef prepares spicy food.

De chef-kok bereidt pikant eten.

9

What are your plans for the weekend?

Wat ga je dit weekend doen?

10

Did you see the old church?

Hebt u de oude kerk gezien?