Lente. 3a

Kies.
De . 21 Maart het begin van de lente? Maar dan zitten wij al lang in de zorgen ( = kinderen verzorgen)!
Nee hoor de ware pret begint al wanneer de dagen weer wat langer worden, zo in het begin van januari.
Het zijn meest met zwarte kop en zwarte middenstreep over zwavelgele borst, maar ook komen er prachtige
bij met een lichtblauwe schedel en donkerblauwe halskraag.
De ene dag verdringen de zich hongerig en haveloos om het voedselbakje de volgende dag zitten ze onbezorgd en voldaan te tjilpen
in de kale bomen. Wat ze elkaar daar te vertellen hebben is een raadsel, maar zeker is het dat de zon er bij betrokken is, want ieder straaltje
vangen ze op tussen de half opgerichte grijze veren.
Zo gaat het ook met de . Die heeft de hele winter doorgezongen, vorst of geen vorst, maar nu het lente wordt, zingt hij mooier, langer, dartel en blij. Veel geraas, geschetter en trillers zonder eind. Hij is nog doller dan de zanglijster, want die zit tenminste nog stil op zijn tak. De echter houdt het nergens langer uit dan een minuut. Telkens verandert hij van plaats, altijd doorzingend, zodat hij
eindelijk met zijn korte snorrende vleugeltjes gaat gelijken op een danser.
Hij kan de ontmoeten, die ook al met lentegedachten rondloopt en daardoor minder verdraagzaam is dan een maand geleden en dat uitgelaten gedoe van de winterkoning niet verdraagt.
Hij springt met een paar deftige lijstersprongetjes op de indringer los, deze slaat op de vlucht en begint een eind verderop vrolijk van voren af
aan te zingen.
In de winter zijn er ook vlinders ( had je dat gedacht?) vreemde geheimzinnige dieren, maar de echte vlinder van het voorjaar is het bontgekleurde . Die heeft een fijn lentegevoel en komt uit zijn schuilhoek te voorschijn, nog voor de zanglijster zingt. Dikwijls moet hij dan een smadelijke aftocht blazen, maar als de merel gaat zingen staan zijn kansen al beter en dan is hij er ook zeker van dat op de bloemen van het terecht kan.
Het klein hoefblad is een mooi bloempje. Het hoofdje zit op een dikke beschubde stengel en als de zon schijnt gaan de fijne straalbloempjes
wijd uitstaan.
Het komt soms al in december uit de grond kijken, maar houdt zijn blaadjes en bloemen nog lang in de beschermende schede besloten. Eind januari/begin februari komt op zonnige plekjes een bloempje te voorschijn, en het kan wekenlang blijven staan.
Aan de donkere takken van de ontplooien zich tegelijk met het sneeuwklokje tere zwavelgele bloeikatjes.
De hele winter door waren ze als stijve cilindertjes al aan de takken te zien, maar nu rekken ze zich tot fijne franje, die roerloos neerhangt op windstille plekken.
De hangt zich vol met gele en rode katjes van grover bouw. Ze moeten wat kunnen verdragen, want deze mooie boom groeit vaak
tegen de verdrukking in. Je kunt hem zien op westhellingen van duinen waar hij de aanvallen van een sterke zeewind te doorstaan heeft.
De prijkt de hele winter al met dikke knoppen, die vroeg in het jaar openbarsten om gladde zilveren katjes naar buiten laat komen.
Maar die katjes zijn nog geen bloei. Dagenlang is er geen verandering te bespeuren,
maar dan gaan de katjes zwellen en groeien; gele helmknopjes of bleekgroene stempellobben worden zichtbaar tussen het zilveren pluis.