De Sheng

 


De Sheng is een Chinees mondorgel. Dit instrument heeft een zeer lange geschiedenis achter de rug en werd 3000 jaar geleden voor het eerst beschreven in China. Het instrument heeft meestal 13 of meer bamboepijpen van verschillende lengte (tot 48 cm) die uit de bovenkant van een stuk hout (was oorspronkelijk een kalebas) steken.
Aan de onderkant, binnen in de windkamer, heeft elke speelpijp (een aantal pijpen hebben alleen een steunfunctie om het instrument in balans te houden) een vrijslaand rietblad. Dit rietblad is van metaal gemaakt en kan vrij heen en weer trillen in de windkamer. Iedere speelpijp heeft een vingergat dat gesloten wordt wanneer de pijp moet klinken. De sheng kan ook meerdere tonen tegelijk laten klinken (akkoorden).
De sheng is een belangrijk instrument binnen het Chinese orkest en wordt ook gebruikt om volksliedjes te begeleiden.
Sinds de 18e eeuw is de sheng ook bekend geworden binnen Europa en nam men het principe van het vrijslaand rietblad over bij de bouw van andere instrumenten, o.a. de mondharmonica.

De Sheng (20353 bytes)

FAMILIE: Houten blaasinstrumenten.
NAAM BESPELER: Sheng bespeler
TOONOMVANG: 1 1/2 octaaf
MATERIAAL: Windkamer van koper of gelakt hout en bamboe pijpen.
GROOTTE: Ongeveer 46 cm. hoog.
AFKOMST: Een voorloper van de sheng werd al gebruikt vanaf 1766 B.C. Gedurende de Tang-dynastie (A.D. 618-907) werd de sheng ontwikkeld.
CLASSIFICATIE: Hij behoort tot de groep aŽrofonen (dit zijn instrumenten die geluid produceren door een luchtzuil in trilling te brengen).