De Harp

      


De harp is een getokkeld snaarinstrument, waarvan de snaren in schuine richting van de klankkast naar de hals van het instrument lopen. De snaren van een harp worden in trilling gebracht door met de vingers aan de snaren te plukken (ook wel tokkelen genoemd). 

Er zijn 3 basisvormen: de boogharp, de hoekharp en de lijstharp. Boogharpen en hoekharpen komen oorspronkelijk uit Afrika en Oost-Azië en worden daar nog steeds veel gebruikt. Lijstharpen komen buiten Europa niet voor.

Plaatsing in het Symfonieorkest

 

De drie basisvormen van de harp:

De boogharp (a) is de oudste vorm die zich naar men aanneemt heeft ontwikkeld uit de muziekboog. De hoekharp (b) was de voorloper van de lijstharp (c). De zuil van de lijstharp maakt een hogere spanning van de snaren mogelijk dan bij de andere harpen.

 

 

 Een paar geluidsvoorbeelden: 

1. Een voorbeeld van een 'arpeggio' :  


Ook veel gebruikt is het 'glissando-effect', dat wordt verkregen door de handen in een snelle beweging over de snaren te laten gaan. 

2. Een voorbeeld van het 'glissando-effect' : 

3. Een voorbeeld uit het ballet 'de Notenkraker' van de componist Tsjaikovsky  waar  beide speelmanieren gebruikt worden :    

Hieronder zie je een voorbeeld van de speelhouding van de handen. De speler kan de snaren één voor één of in akkoorden tokkelen. Dit laatste wordt veel op de harp gedaan en heet 'arpeggio'. 

De harpist(e) zit op het puntje van de stoel en tokkelt de snaren aan twee kanten van het instrument.

Harpen waren reeds in 3000 v. Chr. bekend in Egypte en Soemerië. Dit waren boogharpen. Hoekharpen waren een latere ontwikkeling, die waarschijnlijk ontstond in Perzië (nu Iran) en tegen het jaar 2000 v. Chr. ook in Egypte bekend was geworden. Lijstharpen ontwikkelden zich gedurende de middeleeuwen in Europa. 

De Europese harp uit de middeleeuwen had het nadeel maar in één toonladder te kunnen worden gestemd. Als er verhogingen of verlagingen nodig waren, moest de harpist onder het spelen met de vingers op een snaar drukken; een onhandige methode. 
Pas in 1810 werd een bevredigende oplossing gevonden door middel van het dubbel-werkende pedaal. Deze door Sébastien Erard (1752-1831) gevonden methode wordt nog steeds bij de moderne harp toegepast. 
Dit dubbelpedaal-mechanisme biedt de speler de mogelijkheid om de tonen van de snaren met een halve of een hele toon te verhogen. 
De moderne orkestharp heeft 7 pedalen. 
Deze harp is een vast lid van het symfonieorkest. Het toonbereik is het grootste van alle orkestinstrumenten.

De eerste oorspronkelijke composities voor harp ontstonden in het begin van de 17e eeuw in Italië. In de 18e eeuw hebben o.a. Händel en Haydn werken voor de harp geschreven. 
De belangstelling voor de harp als orkestinstrument werd in de 19e eeuw ontwikkeld door componisten als Wagner (al zijn opera's) en Tsjaikovsky (de balletten). Ook G. Bizet gebruikt in z'n opera Carmen de harp. 
In de impressionistische muziek komt de harp veel voor (Debussy en Ravel). Ook in de 20e eeuw werd muziek voor de harp geschreven (P.Hindemith en F. Martin).


De Harp

FAMILIE: Snaarinstrumenten.
NAAM BESPELER: Harpist(e).
TOONOMVANG: 6 1/5 oktaaf.
MATERIAAL: Hout en de snaren worden gemaakt van darmen.
GROOTTE: De hoogte is 1,7 meter..
AFKOMST: De voorloper van de moderne harp is de lijstharp en deze werd tussen de 8e - en 10e eeuw ontwikkeld in heel Europa. Tot in de 15e eeuw werd dit instrument (dat een stuk kleiner was dan de orkestharp) gebruikt door minstreels en troubadours. De orkestharp zoals we die nu kennen is ontstaan in 1810.
CLASSIFICATIE: Hij behoort tot de groep chordofonen (dit zijn instrumenten waarbij het geluid wordt voortgebracht door het in trilling brengen van snaren).