Bongo's


Bongo's zijn kleine trommen uit Latijns-Amerika. Ze worden meestal per paar bespeeld, de ene trom groter dan de andere.
De metalen rand, die het strak gespannen vel op z'n plaats houdt, zit lager dan het vel, zodat de speler niet met z'n vingers op de rand slaat.
Je kunt verschillende klanken en toonhoogtes uit een bongo halen, door het vel in het midden of aan de rand, met de vingerstoppen of de met vlakke hand aan te slaan. De klank van een bongo is hoog.
Vaak worden twee aan elkaar bevestigde bongo's tussen de knieŽn geklemd, maar ze kunnen ook op een standaard staan.
Bongo's worden veel gebruikt in filmmuziek, Latijns-Amerikaanse dansmuziek, popmuziek en soms in het symfonie-orkest.

Bongo's

FAMILIE: Slaginstrumenten.
NAAM BESPELER: Percussionist(e) of bongo-speler.
TOONOMVANG: De twee bongo's zijn met 4 of 5 tonen verschil gestemd.
MATERIAAL: Houten klankkast, bespannen met geitenshuid of plastic.
GROOTTE: In omtrek ongeveer 15 - 20 cm en de bongo's zijn 15 cm hoog.
AFKOMST: De bongo's die we nu kennen zijn ontstaan rond 1900 in Cuba.
CLASSIFICATIE: Hij behoort tot de groep membranofonen (dit zijn instrumenten waarbij het geluid wordt voortgebracht door de trilling van een gespannen vel).