De Banjo


De 5-snarige banjo heeft een tamboerijn-achtige romp die bestaat uit een ronde klankkast die aan de voorkant bespannen is met plastic of perkament. De korte "duimsnaar" wordt gebruikt voor het spelen van de melodie en de andere vier snaren voor het geven van een simpele begeleiding.
Je bespeeld de banjo door te tokkelen met de vingers of een plectrum. Dit instrument wordt vaak gebruikt in ragtime, bluegrass en traditionele jazzmuziek.

De Banjo

FAMILIE: Snaarinstrumenten.
TOONOMVANG: 2 1/5 oktaaf.
MATERIAAL: Houten klankkast, perkament of plastic bespanning en metalen snaren.
GROOTTE: De klankkast heeft een diameter van 28 cm.
AFKOMST: De moderne banjo is waarschijnlijk afkomstig van een instrument dat al in de 17e eeuw gebruikt werd door de slaven in de V.S.
CLASSIFICATIE: Hij behoort tot de groep chordofonen (dit zijn instrumenten waarbij het geluid wordt voortgebracht door het in trilling brengen van snaren).