Algemene begrippen - Dynamiek - Tempo - Melodie - Ritme

 

Algemene begrippen:

akkoord een samenklank van 3 of meer tonen
akkoordinstrument een instrument waar je akkoorden op kunt spelen zoals: gitaar, piano, keyboard, harp
break Wanneer de muziek even stopt en daarna weer doorgaat.
bezetting Dit heeft met instrumenten te maken. De instrumenten van het orkest noemt men de orkestbezetting. Deze kan dik bezet zijn( veel instrumenten ) of dun bezet (weinig instrumenten)
consonant Dit is een 'rustgevende' samenklank, wordt als prettig (mooi) klinkend ervaren
contrast  Een tegenstelling b.v.
  • melodisch - hoog/ laag
  • ritmisch - kort/ lang
  • dynamiek - hard/ zacht
  • tempo - snel/ langzaam 
  • instrumenten - solo/tutti
cluster En samenklank van een aantal dicht bij elkaar liggende tonen.
canon Meerstemmig lied/ compositie waar dezelfde melodie achter elkaar aan wordt gezongen of gespeeld
climax Een ander woord voor hoogtepunt. Een climax bouw je op door b.v. steeds sneller, hoger en harder te spelen. Dat noem je ook wel de spanningsopbouw.
dissonant Tegenovergestelde van consonant, wordt als niet prettig (lelijk) ervaren.
interval Afstand tussen 2 tonen. Deze tonen kunnen gelijktijdig klinken (samenklank) of na elkaar (in een melodie)
klankkleur De instrumenten. Elk instrument heeft een eigen karakteristieke klank waaraan het herkent wordt. Dit wordt klankkleur genoemd.
motief Het kleinste onderdeel van een muziekstuk. Een  ritme of melodie van een paar tonen.
melodieinstrument Een instrument waarmee je maar één toon tegelijk kan spelen b.v. trompet, saxofoon
ostinato Een ritme of melodie die een aantal malen achter elkaar herhaald wordt. Ostinato betekend : hardnekkig
ontwikkeling  
stem  De stem is ook een instrument. 
  • sopraan - hoge vrouwenstem
  • alt - lage vrouwenstem
  • tenor - hoge mannenstem
  • bas - lage mannenstem
solo Alleen. Wanneer iemand alleen speelt noem je dat een solist.
tutti Iedereen. Het hele orkest. 
tweeklank Een samenklank van 2 tonen
vioolsleutel Vooraan de notenbalk staat een teken :de vioolsleutel ook wel g-sleutel genoemd omdat dit teken begint op de tweede lijn van onder en dat is de toon g
vocaal Stem. Gezongen muziek wordt vocale muziek genoemd.
variatie Verandering. Wanneer er een kleine verandering in een melodie of ritme aangebracht is dan spreek je van variatie.  
Dynamiek: naar boven
Een ander woord voor dynamiek is toonsterkte. Je zegt ook wel geluidsterkte. Het gaat dus bij dynamiek om hoe sterk of hoe zacht de muziek klinkt. 
Hier heb je dynamische tekens voor d.w.z. tekens die aangeven hoe sterk (hard) of zacht je de muziek moet spelen.

Een aantal dynamische tekens zijn:

  • pp = pianissimo (heel zacht)
  • p   = piano (zacht)
  • mf = mezzo forte (matig hard)
  • f    = forte (hard)
  • ff   = fortissimo (heel hard)
  • <   = crescendo (harder worden)
  • >   = diminuendo of decrescendo (zachter worden)

Dan heb je nog:

  • terrassendynamiek = plotselinge overgang van zacht naar hard of omgekeerd
  • overgangsdynamiek = geleidelijke overgang van hard naar zacht of omgekeerd
Tempo: naar boven
Tempo heeft te maken met de snelheid van een stuk muziek. 
Dus hoe snel of langzaam het gaat. In de populaire (dance) muziek wordt de snelheid gemeten in Bpm = beats per minute. 120 Bpm betekent 120 tellen per minuut.

In de klassieke muziek, maar ook in allerlei andere stijlen wordt het tempo ook op een andere manier aangegeven. Daar wordt gebruik gemaakt van Italiaanse tempo- aanduidingen. De meest voorkomende zijn:

  • largo = zeer langzaam
  • adagio = langzaam
  • andante = gaande, rustig
  • allegro = snel
  • presto = zeer snel
  • accelerando = versnellen
  • ritenuto = langzamer worden
Ritme: naar boven
Als je een liedje klapt dan klap je het ritme. Een ritme bestaat uit noten/ tonen die lang of kort duren. Dit noemen we ook wel toonduur.

Ritme heeft dus te maken met lange en korte noten/ tonen. De vorm van de noot bepaald de duur: hele, halve, kwart, 8ste en 16de noot.

LET OP: een veel gemaakte fout is, dat ritme te maken heeft met langzame en snelle noten, die noten bestaan dus niet. Het tempo van een muziekstuk kan wel langzaam of snel zijn 

Ritme heeft ook te maken met:  noten met een punt erachter, noten die d.m.v. boogjes met elkaar verbonden zijn, triolen, syncopen, swingen, dansen, bewegen, enz.

Ritme-instrumenten zijn o.a:

  •  het drumstel, bongo, conga, djémbe, koebel, tamboerijn,
    scheidsrechtersfluitje, hi-hat, bekken, woodblock

Een aantal begrippen die met ritme te maken hebben zijn:

  • ritmisch motief
    een ritme van een paar noten
  • ritmisch ostinato
    een ritme dat telkens weer herhaald wordt (ostinato betekent: hardnekkig)
  • ritmisch contrast
    als twee ritmes heel verschillend zijn noem je dat een ritmisch contrast
  • herhaling
    als hetzelfde ritme nog een keer gespeeld wordt noem je dat een herhaling
  • ritmische ontwikkeling
    Een ritme kan zich ontwikkelen b.v. van veel korte tonen naar veel lange tonen.
  • tegenritme
    Een ander ritme dat door het hoofdritme heen gespeeld wordt.
Melodie: naar boven
Wanneer je een liedje zingt dan zing je de melodie. 
Een melodie bestaat uit tonen die een verschillende hoogte hebben. Dit noemen we ook wel toonhoogte.

Melodie heeft te maken met hoge en lage tonen. Dus met de plek van de noten op de notenbalk en de 7 letters (a-b-c-d-e-f-g) die daarbij horen.

Melodie-instrumenten zijn o.a:

  •  viool, dwarsfluit, klarinet, saxofoon, trompet, blokfluit, piccolo, contrabas, cello, fagot

Een aantal begrippen die met melodie te maken hebben:

  • melodisch motief
    Een melodie van een paar tonen. De kleinste bouwsteen in een compositie.
  • melodisch ostinato
    Een melodie die telkens weer herhaald wordt (ostinato betekent hardnekkig)
  • melodisch contrast
    Als twee melodieën totaal verschillend zijn noem je dat een melodisch contrast
  • herhaling
    Als de melodie nog een keer gespeeld wordt noem je dat een herhaling
  • sequens
    als een motief een paar keer herhaald wordt, steeds wat hoger of lager, dan noem je dat een sequens. Een soort trappetje omhoog of omlaag.
  • melodische ontwikkeling
    Een melodie kan zich ontwikkelen b.v. van hoog naar laag of andersom. De sequens is een voorbeeld van een melodische ontwikkeling.
  • tegenmelodie
    Een andere melodie die door de hoofdmelodie heen gespeeld wordt.