Muziekbegrippen  oefenen  

print pagina

Lees eerst eens rustig alle begrippen door. Door op de luidsprekertjes te klikken krijg je meer uitleg en ook geluidsvoorbeelden te horen.  Begin met muziekbegrippen 1 te oefenen. 

Oefenen met muziekbegrippen 1   
(14 oefeningen waaronder 5 luisteroefeningen)
Oefenen met muziekbegrippen 2   
(8 luisteroefeningen - is niet eenvoudig)

Wil je meer, moeilijker ..... en zonder luisteroefeningen? Ga dan verder!

Oefenen met muziekbegrippen 3   (basisvormingstest)

Eerst kun je oefenen met zo'n 56 begrippen, daarna kun je jezelf testen in de muziek-begrippentest. Deze bestaat uit 4 levels met een toenemende moeilijkheidsgraad. Hierin komen 30 begrippen aan bod. 
Wil je uitleg over alle 56 muziekbegrippen? Klik op het informatieteken. 

 

  Uitleg muziekbegrippen  
  Hieronder vind je uitleg over 16 begrippen. Door op het luidsprekertje te klikken krijg je verdere uitleg en een muziekvoorbeeld te horen. Wanneer je klikt op het "informatieteken" dan opent een nieuw scherm waar 56 muziekbegrippen worden toegelicht.  
Begrip: Betekenis:
bas Bas betekent laag en komt op 3 manieren voor:

- als instrument: basgitaar, contrabas
- als stem: lage mannenstem
- als partij: de laagst klinkende partij
 
canon Verschillende groepen zingen hetzelfde, alleen 'achter elkaar aan'.
Denk aan het bekende 'Vader Jacob'.
compositie Een muziekstuk kun je ook een compositie noemen.  
herhalen Herhalen is iets nog een keer zingen of spelen zonder er iets aan te veranderen.
melodie Als je een liedje zingt, zing je de melodie. 
Een melodie bestaat uit hoge en lage tonen.
Melodie-instrumenten zijn o.a. : piano, gitaar, blokfluit, saxofoon,dwarsfluit, klarinet, trompet.
melodisch motief Als het motief een klein melodietje is noem je het een melodisch motief.
melodisch ostinato Een melodie die steeds herhaald wordt noem je een melodisch ostinato.
motief Een klein stukje muziek van een paar tonen. Kan een ritme of een melodie zijn.
ostinato Ostinato betekent hardnekkig. Een stukje muziek dat steeds maar weer herhaald wordt, noem je een ostinato.
partij Een muziekstuk bestaat uit één of meerdere partijen: een melodiepartij, een tweede stem of een baspartij.  
ritme Als je een liedje klapt, dan klap je het ritme. 
Een ritme bestaat uit lange en korte tonen. 
Ritme-instrumenten zijn o.a. : bekken, trommel, tamboerijn, bongo, djembé, woodblock.
ritmisch motief Als het motief een ritme is, noem je het een ritmisch motief.
ritmisch ostinato Een ritme dat steeds herhaald wordt noem je een ritmisch ostinato.
toon/noot Een toon is wat je hoort en een noot is wat je ziet op papier (op de notenbalk).  
toonduur Dit heeft met lang en kort te maken. De vorm van de noot geeft aan hoe hij heet en hoe lang hij duurt.
toonhoogte Dit heeft met hoog en laag te maken. De plek op de notenbalk geeft aan hoe hoog de toon klinkt. Noten die hoog staan klinken hoog en noten die laag staan klinken laag.