Inleiding Middeleeuwen Renaissance Barok Klassiek Romantiek XXste eeuw  

 
Algemeen
Meerstemmigheid
Franco-Vlaamse school
Venetiaanse school
Geestelijke muziek
Wereldlijke muziek
Instrumenten
Stijlkenmerken
Oefenen
Quiz

 

Meerstemmigheid

Meerstemmigheid in de renaissance wordt bepaald door een afwisseling van polyfonie en homofonie.

We noemen muziek polyfoon, wanneer er sprake is van meerdere zelfstandige stemmen: meerdere verschillende melodielijnen klinken tegelijk.

Bij homofonie gaan de stemmen min of meer ritmisch gelijk. De bovenstem heeft de melodie de onderstem de bas en de andere stemmen zijn harmonische vulstemmen.

Kenmerkend voor meerstemmigheid in de Middeleeuwen is dat verschillende melodische lijnen samengevoegd worden tot een compositie en kleine aanpassingen ervoor zorgen dat het resultaat goed klinkt. Samenklanken worden sterk bepaald door kwart en kwint.

In de renaissance worden de stemmen steeds meer gelijktijdig (verticaal) gecomponeerd. De klank wordt voller, men gaat denken in akkoorden/ drieklanken, dus worden de terts en sext belangrijker in de samenklank. Componisten gebruikten drieklanken als bouwstenen voor hun muziek.

Het motet is het belangrijkste genre van de geestelijke muziek in de Renaissance. De mis is ook nog steeds een belangrijk genre. Vanaf de 16e eeuw wordt het madrigaal het belangrijkste wereldlijke genre vooral in ItaliŰ en later Engeland.

Meerstemmigheid wordt bepaald door:

imitatie: 

Strenge imitatie vinden we in de canontechniek.
Over vrije imitatie spreken we, wanneer motieven of eventueel grotere fragmenten verspreid over verschillende partijen worden ge´miteerd.  
Imitatie gebeurt vaak in stemparen: sopraan en alt beginnen, tenor en bas imiteren.
We spreken van doorimitatie als gedurende een compositie kernachtige motieven door meerdere stemmen worden ge´miteerd. Dit gebeurt dan bij iedere nieuwe tekstregel opnieuw. Na de imitatie van het beginmotief gaan de stemmen meestal vrij verder.

cantus firmus techniek: 

Deze middeleeuwse compositietechniek wordt verder ontwikkeld in het muzikale idioom van de Renaissance.