Inleiding Middeleeuwen Renaissance Barok Klassiek Romantiek XXste eeuw  

 

-Middeleeuwen-

 
Algemeen
Gregoriaans
Meerstemmigheid
Wereldlijke muziek
Instrumenten
Stijlkenmerken
Oefenen
Quiz
 

 

Wereldlijke muziek

Wereldlijke muziek staat tegenover geestelijke muziek (liturgische muziek, kerkmuziek). In de wereldlijke muziek van de Middeleeuwen maken we een onderscheid tussen volksliederen en kunstliederen. 

volksliederen
Kenmerkend voor volksliederen is, dat ze door ‘iedereen’ te zingen zijn, er is dus geen speciale techniek van zingen vereist. Daarbij is de ritmische en melodische structuur eenvoudig en de omvang van de melodie beperkt. 



Bij volksliederen kunnen we de volgende soorten onderscheiden:

liefdesliederen 
drinkliederen, 
verhalende liederen (ballades),
werkliederen, 
liederen bij jaarfeesten, zoals Kerstmis, Sinterklaas, Pasen, Seizoenen.
strijdliederen. 

De makers van middeleeuwse volksliederen zijn in het algemeen anoniem en de liederen worden in principe mondeling overgeleverd. Gevolg is, dat er van de wereldlijke volksliederen weinig in geschriften zijn teruggevonden.
Pas tegen het einde van de Middeleeuwen worden ook melodieën van volksliederen genoteerd. 

Voor de bloei van de Europese cultuur in de late middeleeuwen zijn de rondtrekkende jongleurs (speellieden, voordrachtkunstenaars, goochelaars, pantomimespelers) zeer belangrijk, maar in feite staan ze in laag aanzien: zeer gewild op markten en feesten omdat ze voor het noodzakelijke vermaak zorgen, maar het blijven zwervers, zoals mannen, die als jongen naar een klooster waren gestuurd en het als monnik niet konden uithouden.
Of mislukte studenten van de in de late Middeleeuwen in de steden opgerichte universiteiten: "zwervers met een goede opleiding”. 
Zij verzorgen ook de dansmuziek (bijvoorbeeld de estampie).

 

kunstliederen
Van kunstliederen is in veel gevallen bekend, wie de maker is. Aan de uitvoering ervan worden hogere muzikaal-technische eisen gesteld, waardoor ze dikwijls worden uitgevoerd door beroepsmuzikanten. Daarom zijn in ieder geval veel teksten opgeschreven en is soms ook de muziek (melodie) genoteerd. 

Troubadours (1100-1300) zijn afkomstig uit Zuid-Frankrijk, de Trouvères ( 1150-1300) uit Noord-Frankrijk. Bij beide gaat het om dichters-musici uit alle lagen van de bevolking van koningen tot rondtrekkende muzikanten. 
De liederen van de Troubadours zijn vooral aan de hoven uitgevoerd, het repertoire van de latere Trouvères (georganiseerd in gilden) ook in de steden onder patronage van de burgerij. De Minnesänger stammen uit Duitsland (1200-1325). 


Een troubadour speelt op z'n vedel en zingt z'n lied 
voor twee prinsessen

Van de kunstliederen van Troubadours, Trouvères en Minnesänger zijn duizenden gedichten overgeleverd, maar weinig melodieën. Van de melodieën is alleen de toonhoogte genoteerd. 

Wat het ritme betreft wordt gedacht dat ze in het vrije ritme van het Gregoriaans moeten worden uitgevoerd en voor de latere muziek ook in de modale ritmiek (ritme in driedelige maatsoort, ontleend aan de klassieke versvoeten) moeten worden uitgevoerd