Inleiding Middeleeuwen Renaissance Barok Klassiek Romantiek XXste eeuw  

Algemeen
Impressionisme

Expressionisme

Neo-classicisme

Stijlen na 1950

Stijlkenmerken

Oefenen
Quiz

Jazz

 

Expressionisme

Enkele componisten in Duitsland en Oostenrijk (Wenen) streefden naar een uiterst expressieve en emotionele muziek. Zij gingen daarin zo ver dat extreme gemoedstoestanden als hysterie en krankzinnigheid en ervaringen als nachtmerries in een zeer complexe muziek tot uitdrukking werd gebracht. Deze stroming wordt Expressionisme genoemd. De daarbij horende muziek geeft uitdrukking aan strijd, geweld, conflict, frustratie en innerlijke verscheurdheid.

Het muzikale Expressionisme ontleend zijn naam aan de denkbeelden van de schrijver Franz Kafka en de schilders Paul Klee, Wassily Kandinsky en Oscar Kokoschka.

De kenmerken van het Expressionisme komen het duidelijkst tot uiting in de werken van Arnold Schönberg, Anton Webern en Alban Berg, die gezamenlijk de Tweede Weense school vormden (De eerste Weense 'school' was natuurlijk die van Haydn, Mozart en Beethoven).

'Expressionistische' kenmerken zijn belangrijk voor veel muziek van deze eeuw.

Slagwerk en blaasinstrumenten worden belangrijker en er ontstaan allerlei nieuwe vormen van instrumenteren: geen stereotype ensembles meer, maar allerlei 'vreemde' combinaties van instrumenten.

Sprechgesang is een nieuwe vocale techniek: ritme en toonhoogte worden wel genoteerd, maar de toonhoogte moet toch pratend geïntoneerd worden. Deze techniek bouwt voort op het traditionele recitatief en daarna zijn er vele onconventionele zangtechnieken ontwikkeld in de muziek van de 20e eeuw.

In het ritme spelen maatwisselingen, syncopen, onregelmatige maatsoorten, polyritmiek en polymetriek een belangrijke rol.

Het tonale systeem wordt steeds verder losgelaten.


In de Weense school van Arnold Schönberg (1874-1951) is een speciale vorm van atonaliteit ontwikkeld, waarbij alle twaalf chromatische tonen slechts éénmaal in een reeks gebruikt mogen worden, zo kan geen toon belangrijker worden dan een andere, omdat ze niet vaker voorkomt . De toon mag pas herhaald worden als alle twaalf tonen van de reeks geklonken hebben.

Alle tonen zijn dus gelijkwaardig: de emancipatie van de toon! Deze muziek wordt twaalftoonsmuziek of dodecafonie genoemd.

In het verwerken van de twaalftoonsreeks worden technieken gebruikt als kreeftengang (de reeks van achteren naar voren), in omkering (stijgende intervallen worden dalend en omgekeerd) of een combinatie van deze technieken.

luistervoorbeelden
luistervoorbeelden van Sprechgesang

 

Kokoschka, Oskar (1886-1980). Tragedy of Man (litho. poster), 1908. 

"Improvisation 7" [1910] by Wassily Kandinsky.   

Arnold Schönberg - zelfportret 

 

 


Meer informatie over expressionisme en de leden van de Tweede Weense school kun je vinden bij: