Logo Luisterclub


Igor Strawinski's leven en werk 1882-1971

Lezing voor de Luisterclub Klassieke Muziek door Fenna de Vries



Igor Strawinski werd geboren in 1882 te Oranienbaum (tegenwoordig Lomonosow) aan de Finse Golf niet ver van St. Petersburg. Hij kwam uit een bourgeois familie. Zijn vader was baszanger aan de Opera van St. Petersburg. De Strawinski's besteedden weinig aandacht aan Igor en zijn drie broers. Ze werden opgevoed door Bertha het kindermeisje.

Vanaf zijn negende kreeg Igor pianolessen en later lessen in de harmonieleer. Zijn ouders hadden weinig vertrouwen in een muziekcarriŤre voor hem en daarom moest Igor toen hij negentien werd rechten studeren. Een jaar later, tijdens zijn rechtenstudie, werd hij leerling van de Russische componist Rimski-Korsakow. Van deze componist kreeg hij de steun die hij bij zijn ouders miste. Rimski-Korsakow was ťťn van de groep van vijf Russische componisten, bijgenaamd Het machtige hoopje. Andere componisten van deze groep waren Moessorgski, Borodin en Balakirew. Igor heeft van deze groep componisten vooral het Russische vormgevoel en ideeŽn voor instrumentatie voor een muziekstuk overgenomen.

Op de universiteit van St. Petersburg leerde hij Sergej Diaghilew kennen en via Diaghilew een groot aantal kunstenaars die net als hij een frisse wind door de kunstwereld wilden laten waaien. Ze wilden vernieuwing en zetten zich af tegen de Romantiek en vooral tegen Wagner. Diaghilew, ook rechtenstudent, had een fijne neus voor de betere kunstenaars en voor publiciteit. Diaghilew wilde Europa en vooral Parijs laten kennismaken met de Russische kunst en cultuur. Hij vormde een groep kunstenaars waaronder componisten, schilders en schrijvers en noemde deze groep Ballets russes. Hij zag in Strawinski ťťn van de meest belovende componisten en gaf o.a. hem opdracht voor het componeren van een flink aantal muziekstukken voor ballet zoals L'oiseau de feu (De vuurvogel), Petroesjka, Le sacre du printemps (Het lenteoffer) en Les noces (De bruiloft). Het ballet Le sacre du printemps werd in 1913 in Parijs opgevoerd en omdat het zo geheel anders was dan wat men gewend was, werd het een compleet oproer. Bij latere uitvoeringen sloeg de opschudding om in een geweldig succes.

Enkele Westerse avant-garde kunstenaars die tegelijkertijd met Strawinski in Parijs leefden (1910 - 1926), werkten samen met hem aan een vernieuwing in de kunst. Strawinski's muziek is expressionistisch.

Expressionisme in de schilderkunst: Kirchner, Klee, Kandinski Kokoschka, Picasso, Mirů

Expressionisme in de literatuur : Wedekind, Trakle

Expressionisme in de muziek : SchŲnberg, Strawinski, Berg, Webern, Hindemith

De nadruk van het Expressionisme ligt op het uiten van hevige emoties en de innerlijke visie van de kunstenaar. Deze wijze van uiten vind je ook terug bij de "primitieve" volkeren. De hoofdeigenschap van hun muziek is een bezielend steeds terugkerend thema, gezongen en bekrachtigd door slaginstrumenten en geuit in een steeds sneller en krachtiger ritme. Deze muziek beweegt zich tussen vreugde en vrees, levensdrang en doodsangst. Ze gebruiken het o.a. bij riten die verbonden zijn met de lente.

Enkele vrienden van Strawinski gedurende zijn Russische periode in Parijs: Prokofjew, Ravel, Debussy, De Falla, Picasso, Cocteau, Matisse.


Muzikale perioden:

1) Russische periode 1910-1926, geÔnspireerd door de Russische folklore.

Balletten: L'oiseau de feu (De vuurvogel), Petroesjka, Le sacre du printemps (Het lenteoffer), Les noces (De bruiloft).

Neo-Classicisme 1927-1957, geÔnspireerd door Bach, Hšndel, Mozart, Beethoven.

Oedipus-Rex, Orpheus, Persephone. Nuchtere, objectieve blazersklank.

SeriŽle muziek 1958-1968, geÔnspireerd door de Middeleeuwen.

Threni, Requiem Canticles, A sermon, a narrative and a prayer, The Flood. Kamermuziekachtige klank.



Stijlkenmerken:

Het Russische vormgevoel

Geen traditionele strakke vorm, maar kleine motieven die naar believen kunnen worden verlengd of herhaald. De kleine motieven kunnen citaten zijn van andere componisten, die hem inspireerden. Deze vorm wordt collage of montage genoemd.

De ritmiek

Een lapidair (kort en krachtig) ritme. Het ritme is gevarieerd en complex en tegelijkertijd primitief. Ritme is even belangrijk als de melodie.

De harmonie

Strawinski gebruikte tegelijkertijd verschillende toonsoorten en akkoorden die niet altijd harmonieerden. Hij werkte met twee toonladders: de octotonische (achttonig) en de diatonische (vijf-, zes- of zeventonige).

De instrumentatie

Strawinski beschouwde muziekinstrumenten als personen die elk hun eigen timbre (klankkleur) aan het muziekstuk geven. Zo gebruikt hij in Le sacre du printemps bijzondere instrumenten zoals: een baritonhobo, contrafagotten, basdwarsfluit, contrabasklarinet.

Religieuze thema's

Rituelen in de Russische periode

Griekse goden (mythologie) in de neo-classicistische periode

Westerse religie in de seriŽle periode



Scene uit voorstelling Le sacre du printemps 1913

Le sacre du printemps (1913) van Igor Strawinski

DEEL 1

Introductie: Aanbidding van de aarde

De aarde is nog in haar winterslaap. Rustige muziek. Dit deel begint met een fagot. Later komen er bij een baritonhobo (heckelfoon), klarinet, dwarsfluiten, contrafagotten, bugel.

Dans van de jonge dochters

De winter verdwijnt en de aarde komt tot leven. Jonge meisjes dansen ter ere van de komende lente. De muziek gaat verder in een lapidair (kort en krachtig) ritme. Vele instrumenten zetten in: violen, hoorns, celli, contrabassen, trompetten, hobo's, baritonhobo, dwarsfluiten, trombones, tuba, slagwerk, basdwarsfluit.

Het spel van de schaking

Jongens proberen meisjes te vangen om die tot hun vrouw te maken. Er volgen wilde achtervolgingen. De muziek geeft Westside Story-achtige klanken weer.

Lente reidansen

Jongens en meisjes dansen samen. Muziek klinkt eerst rustig en lieflijk. Contrabasklarinet en klarinet. Daarna gaat de muziek over in zware, bij de keel grijpende klanken. Glissando. Het roept symbolen op zoals ijzer, aarde, steen. Het eind is weer rustig en lieflijk als het begin.

Spel van de naijverige volksgroepen

Groepen mensen spelen dat ze jaloers op elkaar zijn. Opnieuw wilde Westside Story-achtige klanken. Hoorns, trompetten, tuba's, slagwerk. Vrij kort.

Stoet van de wijze

Koperinstrumenten kondigen de komst van de stoet met de wijze oudste aan. Kort.

Aanbidding van de aarde

Zeer kort. Broeierig. Drukt ontzag en angst uit. De wijze oudste kust de aarde waar nieuw leven begint te ontspruiten.

Dans van de aarde

Wilde dans. Kort en krachtig ritme. Mengeling van vreugde en vrees.



DEEL 2

Het Offer

De wijze oudste moet een meisje aanwijzen dat het lenteoffer zal zijn. Plechtige, mysterieuze, broeierige sfeer.

Mysterieuze kringen van de jonge dochters

Jonge meisjes dansen langzaam in een kring rond. Rustig, mysterieus, broeierig

Verheerlijking van de uitverkorene

Het meisje dat aangewezen is als lenteoffer wordt in een heftige, ritmische dans door de mensen bewonderd en geprezen.

Oproepen van de voorvaderen

Zeer kort.

Rituele handeling van de voorvaderen

Mysterieus en bezwerend. De spanning wordt opgevoerd. Gunstige levensomstandigheden worden afgesmeekt. Hobo, baritonhobo, basdwarsfluit, fagot, trompetten.

Wijdingsdans

De spanning wordt verder opgevoerd door het gehele orkest. De uitverkorene danst tot ze er dood bij neervalt.




Pagina's met verwante onderwerpen op het internet