Waarom krijgt iemand een eetstoornis?

Voor het ontstaan van eetstoornissen heeft men in de loop der tijden meer dan honderd verschillende verklaringen gegeven. Daarbij gaat men uit van psychologische, sociale, lichamelijke, erfelijke, culturele en zelfs godsdienstige factoren of een combinatie daarvan. Je kunt b.v. bang zijn om dik te worden en daardoor een gewichtsfobie ontwikkelen. De verslaving om te vermageren of te vreten kan een gevolg zijn van een trauma uit je jeugd of van angst om volwassen te worden. Je gezinssituatie kan van invloed zijn. In de westerse welvaartsmaatschappij horen 'slank zijn' en 'succes hebben' bij elkaar vooral ten aanzien van meisjes en vrouwen. Bij jongens komen eetstoornissen veel minder voor, maar ook zij kunnen ze krijgen. Vooral jongens die aan (top)sport doen kunnen er aan lijden. Het beste kun je zeggen dat een eetstoornis ontstaat in uiteenlopende omstandigheden en verschillende vormen aan kan nemen. De stoornis heeft dan ook een persoonlijke betekenis voor je. Het verloop van eetstoornissen op lange termijn is nog niet te voorspellen omdat daar nog te weinig onderzoeksgegevens over zijn. Ook over de mogelijke effecten van een bepaalde therapie weten we nog niet genoeg. Een voorspelling maken voor de 'genezing' van anorexia, boulimia en binge-eating disorder is dus niet mogelijk. Wel zijn er aanwijzingen dat de kans op herstel bij boulimia en binge-eating disorder iets groter is dan bij anorexia.
De kans om te overlijden aan anorexia nervosa lijkt de laatste jaren verminderd. Toch is een sterftecijfer van vijf tot tien procent nog erg hoog gezien de leeftijd van de patiënten. Bij circa veertig procent kan een gunstig verloop worden verwacht. Dikwijls wordt de ziekte chronisch.
Veel mensen met een eetstoornis blijken echter, zelfs in moeilijke gevallen, te kunnen genezen door een goede behandeling en hun eigen blijvende inzet.

Volgende pagina : Hoe weet je of je een eetstoornis hebt?