Wat kun je doen als een van je leerlingen een eetstoornis heeft?

In de periode 1993-1995 werd bij 24 scholen voor voortgezet onderwijs in Nederland een onderzoek uitgevoerd om na te gaan of anorexia en boulimia nervosa in een vroeg stadium te onderkennen zijn. Het bleek dat vroege detectie behalve mogelijk ook zeer noodzakelijk is: slechts een klein aantal van de leerlingen met een klinische eetstoornis is in behandeling
De uitzichtloze situatie van een leerling met een eetstoornis en de machteloosheid van de omgeving, zul je als docent willen voorkomen. Bij reeds langer bestaande eetproblemen zul je willen weten hoe te handelen.
Het bespreekbaar maken van dit onderwerp kan een vaste plaats krijgen in daarvoor geschikte lessen. Een uitstekend hulpmiddel daarbij is de map 'Jeugd en Eetstoornissen' in combinatie met de videofilm 'Schone Schijn' (zie Materialen). Dit lesmateriaal geeft op zeer aansprekende wijze een houvast voor het herkennen en voorkůmen van eetstoornissen. Ook schoolbreed zijn een aantal maatregelen te treffen om riskante eetgewoonten bij jongeren te signaleren. De leerlingen van de tweede en derde klas van het voortgezet onderwijs kunnen gescreend worden op het vůůrkomen van mogelijke eetstoornissen. De screening bestaat uit de afname van de Vragenlijst voor Riskant Eetgedrag, gevolgd door nader onderzoek bij leerlingen met een vermoedelijke eetstoornis. Tegelijkertijd kan de jeugdarts en/of verpleegkundige een preventief Gezondheidsonderzoek verrichten. Op deze manier kom je op school tot een adequate aanpak van deze levensgevaarlijke ziekten.
Als (vertrouwens)docent zul je je misschien bij individuele leerlingen afvragen of er reden tot bezorgdheid is. De volgende punten kunnen als leidraad dienen:

  • Informeer jezelf over het onderwerp.
  • Probeer bij signalen van obsessief met lichaamsgewicht bezig zijn, overdreven lichamelijke activiteit, verstoord lichaams- en zelfbeeld voorzichtig een gesprek aan te gaan. Bij anorexia, boulimia nervosa en binge-eating disorder gaat het om meer dan alleen het gewicht. Heb er respect voor als de leerling er nog niet aan toe is 'rechtstreeks' over het eetprobleem te praten.
  • Als het onderwerp wel ter sprake gebracht kan worden, is het nuttig om samen met de leerling een controlelijst over eten, gewicht en eetstoornissen door te nemen (zie Boeken)
  • Meng je niet in de strijd om de calorieŽn maar probeer het negatieve zelfbeeld wat om te buigen.
  • Er zijn voor anorexia, boulimia en binge-eating disorder zelfhulpprogramma's die de leerling een eindje op weg kunnen helpen (zie Boeken). Een zelfhulpgroep kan de leerling het gevoel geven niet alleen te staan in de eenzame strijd (zie Adressen).
  • De diagnose en behandeling horen thuis bij deskundige hulpverleners.
  • De eerste opvang door en aandacht van de docent zijn een onmisbaar opstapje, temeer omdat de eetproblemen in het gezin vaak helemaal niet bespreekbaar zijn.
  • De huisarts kan doorverwijzen naar RIAGG/GGZ, of gespecialiseerde klinieken. Het komt voor dat de huisarts de eetproblemen niet opmerkt, soms mede door de misleidende informatie van de patiŽnt.
  • De school is niet de aangewezen plaats voor de technische kant van de begeleiding, voor de menselijke echter des te meer.

Myriam Schrover, orthopedagoog.

Volgende pagina : Het verhaal van Lotte