Vragen naar persoonlijke dngen en daar op reageren

 

      

Hieronder zie je zinnen die te maken hebben met praten over persoonlijke dingen. Overhoor jezelf door met je muis op de zin te gaan staan. Rechts ervan verschijnt dan de Engelse vertaling.

   

Zo kun je vragen naar persoonlijke dingen

 

En zo kun je er op antwoorden:

Hoe besteed je je vrije tijd?   Ik doe veel aan sport.
    Ik ben lid van een club.
    Ik vind het leuk om op mijn gitaar te spelen.
    Ik moet elke dag oefenen.
    Ik vind het leuk om met mijn vrienden op MSN te kletsen.
Wat doe je in het weekend?   Ik voetbal / hockey / tennis / volleybal.
    Ik tafeltennis elke zaterdag.
    Op zaterdagavond ga ik uit.
Kijk je veel naar de televisie?   Ik kijk elke avond naar mijn favoriete soap.
Waar kom je vandaan?   Ik kom uit Nederland.
    (klik hier voor andere landen)
Waar woon je?   Ik woon in Arnhem.
Hoe oud ben je?   Ik ben 15 jaar.
Wanneer ben je jarig?   Ik ben op 23 maart jarig.
Wat is je geboortedatum?   Mijn geboortedatum is 23 maart 1992.
Wanneer ben je geboren?    
Wat is je geboorteplaats?   Mijn geboorteplaats is Arnhem.
Waar ben je geboren?    
Wat is je adres?   Min adres is ....
Heb je broers of zussen?   Ik heb 2 broers en één zus.
    Ik ben enigkind.
    Ik ben geadopteerd.
    Ik heb één stiefbroer.
Hoe woon je?   Ik woon in een flat.
    Ik woon in een rijtjeshuis.
    Ik woon in een twee-onder-één-kap.
    Ik woon in een vrijstaand huis.
    Ik woon in een bungalow.
    Ik woon op een boerderij.
Wat zijn je hobby's?   Mijn hobby's zijn ...
Naar wat voor soort school ga je?   Ik zit op een middelbare school.
    Ik zit op een school voor theoretisch onderwijs.
    Ik zit op een school voor voorbereidend beroepsonderwijs.
    Ik zit in de sector Economie.
    Ik leer van alles over economie.
      handel.
      administratie.
    Ik zit in de sector Groen.
    Ik leer van alles over bloemschikken.
      dierverzorging.
      aanleg en onderhoud.
      agrarische producten.
    Ik zit in de sector Techniek.
    Ik leer van alles over bouw.
      elekticiteit.
      installatietechniek.
      elektrotechniek.
    Ik zit in de sector Zorg en Welzijn.
    Ik leer van alles over verzorging.
      uiterlijke verzorging.
      huishoudkunde.
      gezondheidskunde.
    Ik leer allerlei practische vaardigheden.
Heb je een baan?   Ik werk als caissière in een supermarkt. 
    Ik werk als vrijwilliger in een dierenasiel.
    Ik heb een krantenwijk.
Wat wil je gaan doen als je klaar bent met school?   Ik wil graag gaan werken.
    Ik wil graag gaan studeren op een universiteit/Hogeschool.