SCHOOLONDERZOEK SCHRIJFVAARDIGHEID
Een pakket om het schoolonderzoek schrijfvaardigheid (Mavo-4) te oefenen. Geschreven door Bas Trimbos.

Voorwoord
Aanwijzingen
Persoonlijke Brief
Uitwerking Lay-out
Overzicht & Oefeningen
Overzicht & Oefeningen 2
Vaak Voorkomende FoutenZZ
Brieven schrijven

Vaak voorkomende fouten in brieven met oefeningen.

a / an = een

an à gebruik je als het volgende woord in de uitspraak met een klinker begint (a,e,i,o,u).

a à gebruik je in de andere gevallen.

Vul in: a / an.

  1. opinion 6. expensive car
  2. European country 7. hour
  3. helicopter 8. unit
  4. one-way- street 9. FBI-agent
  5. useful tool 10 hospital

to / too

too = te / ook

to = om te/ naartoe/ het hoort bij het werkwoord

Vul in: to / too

  1. I have .. do it before it is .. late.
  2. He wants us .. come home, ..
  3. Where are you going ..?
  4. That picture was .. heavy .. hang.
  5. I am .. busy now.

Adverbs of frequency.

Dit zijn woorden zoals: always, usually, seldom enz.

Waar staan deze woorden in de zin?

  1. Zinnen met 1 werkwoord (niet `be).
  2. Deze woorden staan voor dat werkwoord.

  3. Zinnen met 2 of meer werkwoorden.
  4. Deze woorden staan voor het tweede werkwoord.

  5. Zinnen met 1 werkwoord (`be`)

Deze woorden staan achter de vorm van `be`.

Zet de bijwoorden op de juiste plaats in de zin.

1. He shaves at 8 o`clock. usually

2. He will have time to watch TV. nearly

3. Barking dogs bite. seldom

4. We are late for school. never

5. Why do you get up so late? always

Maak goede zinnen met de volgende woorden.

  1. usually to his shop my father at eight goes.
  2. often hot in summer the weather be in Italy can.
  3. are often adverts there too many in our paper in my opinion.
  4. mostly at Harrods buys my uncle his clothes.
  5. also allowed to come be he - ? will

Meervoud

  1. algemene regel à vaste s toevoegen
  2. eindigt het woord op een sis-klank à es toevoegen
  3. woorden die eindigen op y à ies, tenminste als voor de y een medeklinker staat. Anders gewoon een vaste s toevoegen
  4. one baby two babies

    one boy two boys

  5. woorden die eindigen op f of fe à ves
  6. onregelmatige (klinker verandert)
  7. one foot - two feet

    one man - two men

    one woman - two women

    one mouse - two mice

  8. onveranderd in meervoud

one fish - two fish

Oefening 1

Vul het meervoud in.

  1. country 6. street
  2. knife 7. woman
  3. sandwich 8. goose
  4. a pair of trousers 9. basket
  5. chair 10 people (volk)

Plaats en tijd.

Staan er in de zin woorden die iets zeggen over plaats, dan zet je die helemaal voor of achteraan in de zin.

Staan er in de zin woorden die iets zeggen over tijd, dan zet je die helemaal voor of achteraan in de zin.

Staan er in de zin woorden die iets zeggen over plaats en tijd, dan zet je die helemaal achteraan in de zin. De volgorde is dan: eerst plaats en dan tijd.

Oefening 1.

Maak goede zinnen (begin met het onderstreepte woord).

  1. are going to We tonight each other in front of meet the sports centre
  2. shall you next Saturday I the money pay
  3. do today will your homework in the kitchen You have to
  4. was his lessons studying He last night in the drawing room
  5. have will my homework I finished before ten
  6. been stay have for some days We obliged to at home
  7. at the night school Sharon a yoga class next month is going to join
  8. him have to I at the station shall the ticket give tomorrow
Bas Trimbos

(Bijgewerkt door E-phase januari 2000)