SCHOOLONDERZOEK SCHRIJFVAARDIGHEID
Een pakket om het schoolonderzoek schrijfvaardigheid (Mavo-4) te oefenen. Geschreven door Bas Trimbos.

Voorwoord
Aanwijzingen
Persoonlijke Brief
Uitwerking Lay-out
Overzicht & Oefeningen
Overzicht & Oefeningen 2ZZ
Vaak Voorkomende Fouten
Brieven schrijven

De simple past (verleden tijd) en de present perfect (voltooid tegenwoordige tijd).

De simple past

De present perfect

Vorm:

Regelmatige werkwoorden à ww + ed

Onregelmatige werkwoorden à tweede rijtje

Vorm:

Has

+ voltooid deelwoord

Have

Het voltooid deelwoord ziet er als volgt uit:

Regelmatige werkwoorden à ww + ed

Onregelmatige werkwoorden à derde rijtje

Gebruik:

Je gebruikt de simple past als:

  1. iets in het verleden is gebeurd en er staat bij wanneer dat gebeurd is (signaalwoorden: last year, yesterday enz.). Staat er niet bij wanneer dat gebeurd is dan gebruik je de present perfect.
  2. Iets in het verleden is begonnen en in het verleden is afgelopen. Meestal staat er `since` of `for` bij. Als het echter nu nog doorgaat gebruik je de present perfect.

Gebruik:

Je gebruikt de present perfect als:

  1. Iets in het verleden is gebeurd maar er staat niet bij wanneer dat gebeurd is (signaalwoorden: already, never, ever, yet enz). Staat er wel bij wanneer dat gebeurd is dan gebruik je de simple past.
  2. Iets in het verleden is begonnen en nu nog doorgaat. Meestal staat er `since` of `for` bij. Is het echter in het verleden afgelopen dan gebruik je de simple past.

 

Oefening 1.

Staan de volgende zinnen in de simple past of in de present perfect?

  1. What did you do yesterday?
  2. What have you done?
  3. When was the book published?
  4. He has lived in Amsterdam for 5 years.
  5. He lived in Amsterdam for 5 years.

Oefening 2.

Zet de volgende zinnen in de simple past.

  1. He (arrive) yesterday.
  2. She (take) a course in cooking last year.
  3. He (be) there the day before yesterday.
  4. Bob Marley (die) ages ago.
  5. Charles (go) to Brazil last Christmas.

Oefening 3.

Zet de volgende zinnen in de present perfect.

  1. Monica (give up) smoking.
  2. George (pass) his driving-test.
  3. Suzanne (have) a baby.
  4. Jason (be) a fan of Tina Turner for years.
  5. Charles (go) to Brazil.

Oefening 4.

Vul in: simple past of present perfect.

Let goed op de signaalwoorden.

  1. She (take) a course in cooking last year.
  2. I (know) her since 1960.
  3. I (already clean) everything from top to bottom.
  4. I (have) a letter from Maggie yesterday.
  5. The bell (not yet ring), so let`s stay here.
  6. My dad (throw) a party last week to celebrate his 45th birthday.
  7. I (not see) Michael lately.
  8. My parents (not have) a holiday in five years.
  9. Last night I (arrive) home at half past twelve, I (have) a bath and then I (go) to bed.
  10. The car looks clean. (you wash) it?

Oefening 5.

Vul de juiste tijd in: simple past of present perfect.

Bas Trimbos
Jaap Jansenstraat 6
2300 GJ Haarlam
The Netherlands

12 January, 2000

Dear John,

Yesterday I (receive) your very interesting letter. I remember I (send) you my last letter about three months ago. Since then a lot of things (happen).

To begin with I must tell you that my uncle and aunt from America (visit) us last week. They (live) in New York for ten years now and they still like it there. As a teacher of English I (feel) obliged to make the most of this opportunity to speak English. I ( never speak) so much English in such a short time. It was a good chance to practise my English.

Before I forget, I (just get) a ticket for a pop concert, which will be next Saturday. (you ever be) at a concert? Well, I haven`t so I am really looking forward to it.

In your letter you (send) me three months ago you (ask) me if I like my new job. Well, John it is the best thing that (ever happen) to me in my life.

Please write back soon.

Best wishes,

Bas Trimbos

Bas Trimbos

(Bijgewerkt door E-phase januari 2000)