Na de grote watersnoodramp in 1953 werd besloten om de Zeeuwse delta voor eens en voor altijd veilig te maken voor de, tot dan toe, altijd aanwezige dreiging van de Noordzee. Met het Deltaplan werd een grootschalig project in werking gezet waarbij dijken werden verhoogd en/of zeearmen werden afgesloten. Voor de Grevelingen betekende dit een volledige afsluiting. Eerst werd, in 1964, de verbinding met de rivieren de Maas en de Rijn verbroken door de Grevelingendam en later in 1971 de verbinding met de Noordzee door de Brouwersdam. Hierdoor was een groot afgesloten zoutwatermeer ontstaan. Na verloop van tijd werd het water steeds zoeter door de aanvoer van regenwater uit de polders. Dit had een negatieve invloed op de flora & fauna.

In 1979 werd besloten een spuisluis te plaatsen in de Brouwersdam zodat uitwisseling met zeewater van de Noordzee weer kon plaatsvinden. Tot 1999 stond de sluis open in de periode oktober tot april. Dit betekende dat het water van de Grevelingen zon 2x per jaar werd ververst. Vanaf 1999 werd de sluis het hele jaar door geopend zodat de Grevelingen 4x per jaar van vers zeewater werd voorzien.

Buiten de verandering van de waterkwaliteit hebben de deltawerken ook verandering gebracht in de aard van de bodem. Oorspronkelijk bestond de bodem alleen maar uit zand en klei. Maar met alle dijkversterkingen die de laatste tientallen jaren zijn aangebracht, waarbij enorme hoeveelheden stortsteen zijn afgezonken, bestaat de bodem nu voor een aanzienlijk deel uit harde substraten. Deze veranderingen hebben uiteraard hun uitwerking op het ecosysteem.
Vooral op de plaatsen waar een aantal diepe putten betrekkelijk dicht langs de kant lopen, zoals bij Scharendijke, Den-Osse en Dreischor. lopen de harde dijkglooiingen ver onderwater door. De put bij Scharendijke is nog steeds ruim 48 meter diep. Ondanks de afsluiting is hij in de jaren die volgden slecht 2 meter ondieper geworden.

Voordeel voor duikers is de bij de Grevelingen zo goed als afwezigheid van stroming, zodat er 24 uur per dag kan worden gedoken. De meeste duikplaatsen bevinden zich daar, waar de diepe geulen die voor de afsluiting zijn ontstaan, dicht langs de dijken lopen. Op die plaatsen is, tegen verzakking van de dijken, veel stortsteen aanwezig, vaak tot grote diepten.

Op de reeds eerder genoemde duikplaatsen bij Scharendijke, Den-Osse en Dreischor zijn er door de plaatselijke duikondernemers, speciaal ten behoeve van de duiksport, een aantal kunstriffen geplaatst, die er voor moeten zorgen dat de hoeveelheid harde substraat op deze plaatsen nog extra is vergroot.

Zie ook de site van: Het Natuur & Recreatieschap de Grevelingen

Reacties en aanvullingen op deze pagina E-mail Ron Offermans
Nieuw 21 jan. 2003