Gewone steurgarnaal
Palaemon elegans
Grootte : max. 10 cm.
Paaitijd : zomer
Aantal eitjes : ongeveer 2500

De Gewone steurgarnaal heeft blijkbaar weinig last van water met een laag zoutgehalte. Dit is af te leiden uit de plaats waar de bij dit artikel afgebeelde garnalen zijn gefotografeerd, namelijk het Barnegat. Het Barnegat ligt onder de rook van Amsterdam vlak bij de ingang van de Coentunnel. Hoewel het vlak naast het Noordzeekanaal is gelegen heeft het er geen verbinding mee. Naast steurgarnalen, wolhandkrabben en een enkele bot komen hier de normale zoetwatervissen als baars, snoek, voorn, en karper voor. Of zij zich hier ook voortplanten is mij niet bekend. In de veenwand van deze plas scharrelen de steurgarnalen rond op zoek naar voedsel. Met hun ogen op beweegbare steeltjes en hun lange voelsprieten kunnen zij overal om zich heen prooi traceren. Dat voedsel wordt vervolgens door hun met scharen uitgeruste voorste twee pootparen opgepikt en naar hun bek gebracht.



De steurgarnalen zijn eigenlijk bewoners van poeltjes bij zeedijken en golfbrekers. Waar hij zich rustig zwemmend met zijn zwempoten, op zoek gaat naar kleine wormpjes of stukjes zeewier. Hij kan zich echter ook met een paar ferme slagen van zijn achterlijf bliksemsnel uit de voeten maken, mocht dat nodig zijn. En dat is dan ook regelmatig nodig, want de steurgarnaal staat bij erg veel vissen, inktvissen en anemonen hoog op het menu. Echter door zijn grotendeels transparante lichaam en het vermogen om zijn vlekken en strepen aan te passen aan de ondergrond is hij voor rovers erg moeilijk te ontdekken. Om te groeien moet de steurgarnaal regelmatig vervellen. In deze tijd is hij buitengewoon kwetsbaar. De mannetjes gebruiken de periode dat de vrouwtjes vervellen om met hen te paren. De wijfjes legen zo'n 2500 eitjes die ze met zich meedragen tussen hun achterste zwempoten. Jonge garnalen vervellen om de 14 dagen. Dat is nodig om het groeitempo bij te houden.


Verspreidingsgebied
Barnegat
Zeeland
Foto's & tekst
Email: Ron Offermans