Pos
Gymnocephalus cernuus
Lengte : max. 20 cm.
Paaitijd : april / mei
Komen uit na : 10 dagen dagen

De pos is bij hengelaars meestal niet erg populair. Ook duikers kijken er meestal overheen. Waarschijnlijk komt dit door het geringe formaat van de vis; meestal is hij niet veel groter dan 12 cm. Toch is het bij nadere beschouwing een heel mooi visje. Hoewel hij lijkt op een klein baarsje, zijn er duidelijke verschillen. Zo zijn de 2 rugvinnen vergroeid tot één doorlopende rugvin, en de bij de baars aanwezige verticale strepen zijn bij de pos vervangen door zwarte vlekken. Soms is de kop roodachtig alsof de vis bloost. Zijn kieuwdeksel is in het bezit van een krachtige stekel en voorzien van groeiringen waaruit is op te maken hoe oud de vis is.


Overdag zijn ze vaak in scholen te vinden, ze jagen dan gezamenlijk op voedsel. Toch zullen ze zich minder snel in het open water wagen dan baarzen. De pos gaat liever, over de bodem, op zoek naar vlokreeftjes, aasgarnalen en muggenlarven. 's Nachts rusten ze, onafhankelijk van de rest, ergens op de bodem.

Na bevruchting in de maanden april en mei, hangt het vrouwtje haar eitjes in lange kettingachtige snoeren aan planten en stenen. Na ongeveer 10 dagen komen de eitjes uit en voegen de jonge posjes zich bij hun even grote soortgenootjes en vormen ze kleine schooltjes. Ze zijn dan zo'n 3 mm. groot en teren de eerste tijd nog volledig op hun dooierzak. Ze groeien langzaam, maar na één jaar, bij een lengte van tussen de 6,5 en 7 centimeter, is de vis toch al geslachtsrijp. De pos wordt overigens zelden ouder dan 3 jaar.

Verspreidingsgebied
Alle zoete meren en plassen
Foto's & tekst
Email: Ron Offermans