Driehoeksmossel
Dreissena polymorpha
Grootte : tot 4 cm.

De Driehoeksmossel heeft een circa 3 cm. grote geel/bruin gestreepte schelp en wordt daarom ook wel Zebramossel genoemd. Hij is hier rond 1850 voor het eerst gevonden. Hij is waarschijnlijk uit Zuid/Oost Rusland afkomstig. Tegenwoordig komt hij in de meeste Nederlandse wateren algemeen voor.
Net als de mosselen uit het zoute water beschikken ze over byssusdraden waarmee ze zich stevig aan een harde ondergrond kunnen bevestigen. Meestal zitten ze in kluitjes op stukken steen, maar soms hebben ze de schelp van een zwanemossel volledig bedekt. Op hun beurt worden ze ook weer vaak door zoetwatersponsen bedekt.


Door hun half geopende schelp steken ze hun sipho's naar buiten om water naar binnen te zuigen. Dit water laten ze in hun mantelholte circuleren, Zo kan er door hun kieuwen zuurstof aan worden ontrokken en, via de ook in deze ruimte aanwezige mond, voedseldeeltjes. Het gefilterde water verlaat het lichaam weer door de uitstroom sipho.

De voorplanting is geslachtelijk, dus er zijn mannetjes en vrouwtjes Driehoekmossels. Beide stoten hun geslachtscellen uit in het open water, waar de bevruchting dan ook zal plaatsvinden. Uit de bevruchte eitjes komen al snel larven tevoorschijn die, nog steeds in het open water, zich voeden met bacterien en algjes. Totdat ze, nadat ze in een ongeveer een maand tijd een aantal larvestadia hebben doorlopen, naar de bodem zakken. Daar zullen ze zich met hun soortgenoten aan een tak of een andere harde ondergrond vestigen, gebruikmakend van hun byssusdraden.

Verspreidingsgebied
Alle zoete meren en plassen
Foto's & tekst Ron Offermans
Laatste update 08 feb. 2003