Zowel de Grevelingen als de Oosterschelde zijn zeearmen van de Schelde-Rijn delta. Door ingrepen van de mens door de eeuwen heen, maar vooral door de verschillende waterwerken die gezamenlijk de deltawerken worden genoemd, is hier een uniek natuurgebied ontstaan.

Dijken werden versterkt met stortsteen en basaltblokken, hierdoor is een gunstige leefomgeving ontstaan voor een enorme diversiteit aan onderwaterleven. De harde ondergrond biedt een hechtplaats voor veel planten en dieren, en in de ruimtes tussen de stenen kunnen kleine visjes en ongewervelden een schuilplaats vinden. Deze omgeving is ook voor veel dieren ook erg geschikt om zich voort te planten. Er zijn zelfs dieren die speciaal vanuit de Noordzee naar de Zeeuwse delta komen om zich hier voort te planten.

De Grevelingen
Na de afsluiting heeft de Grevelingen, de laatste 20 jaar, grote veranderingen ondergaan. De maatregelen die in eerste instantie werden genomen hadden tot doel de veiligheid te vergroten, waarbij economische voordelen ook meespeelden. Het eerste effect van de afsluiting vond al plaats in de eerste weken. Er heeft toen een massale slachting plaatsgevonden onder , vooral, weekdieren die in de zandplaten leefden. Deze zandplaten liepen normaal bij vloed onderwater, maar na de afsluiting, bleven ze permanent droog staan.
De vernieuwde inzichten, waarbij ook milieu en natuurbehoud een rol van betekenis gingen spelen. leiden tot nieuwe maatregelen. Deze hebben er toe geleid dat er een spuisluis werd gebouwd waarmee vers zeewater kon worden ingelaten. De laatste jaren zelfs weer het hele jaar door zodat het zoutgehalte van de Grevelingen weer zo goed als normaal is.

Na de afsluiting is er ook een eind gekomen aan eb en vloed bewegingen, dit is door de de geringe capaciteit van de spuisluis niet hersteld. Soorten die, voor een groot gedeelte, van de stroming afhankelijk waren om aan voedsel te komen zijn hier minder talrijk of minder groot dan in de Oosterschelde. Andere soorten, zoals verschillende soorten steurgarnalen, prefereren rustiger water zodat deze in de Grevelingen veel talrijker zijn dan in de Oosterschelde.

Het biologische leven van de Grevelingen is vanwege die schommelingen van het zoutgehalte erg onderhevig geweest aan veranderingen. Het zal nog wel even duren voordat het biologische evenwicht weer is hersteld. Er kan ook onderscheid worden gemaakt tussen het Oosten en het Westen van de Grevelingen voor wat betreft de biodiversiteit. Ook hier speelt de spuisluis een belangrijke rol. Buiten de gunstige invloed op de bestaande flora & fauna is het spuien ook verantwoordelijk voor de aanvoer van nieuwe soorten doordat met het verse water larven of volwassen zeeorganismen worden meegevoerd. Er is ook een minder gunstige invloed merkbaar voor wat betreft de helderheid van het water. Deze wordt door de toevoer van bepaalde soorten plankton, die in bepaalde perioden onstuimig kunnen bloeien, minder. ( zie ook de Grevelingen geografisch )

De Oosterschelde
De Oosterschelde is nog een echt getijdenwater waar het water nog vrij spel heeft. Dit maakt duiken een stuk gecompliceerder en nu moet een duik goed gepland worden. Op sommige plaatsen kan alleen maar tijdens laagwater worden gedoken. De stroming is ook goed voor een enorme aanvoer van plankton waardoor op sommige plaatsen het leven onder water werkelijk overweldigend is. In het westelijke gedeelte van de Oosterschelde (dat het dichtst bij de Noordzee ligt) is de kans het grootst dat je dieren tegenkomt die normaal alleen maar in de Noordzee zijn te vinden, zoals; Zeebaars, Kabeljauw en planktonfilteraars zoals de Dodemansduim. Wel is hier in het algemeen de kans op slecht zicht en veel stroming het grootst. Op rustiger plaatsen met minder stroming treffen we vaak een zandbodem aan met platvissen en kokerwormen. Overal in de Oosterschelde en de laatste jaren ook weer in de Grevelingen vind je Kreeften. Daarnaast kunnen we op bepaalde tijdstippen van het jaar de functie van kraamkamer van de Oosterschelde bewonderen. Bij de juiste temperatuur van het water komt eerst de Snotolf om eieren af te zetten en te bewaken (10 graden) en vervolgens de Sepia of zeekat om te paren en eieren te leggen (12 graden).

Reacties en aanvullingen op deze pagina E-mail Ron Offermans
Laatste update 19 jan. 2003