Grote zeenaald
(Syngnathus acus)
Lengte : max. 45 cm.
Paaitijd : voorjaar/zomer
Aantal eitjes : ongeveer 100 tot 400
Komen uit na : 5 maanden

De kop van de zeenaald doet al vermoeden dat dit een familielid is van het zeepaardje. Dat klopt ook. Gelukkig kunnen we de zeenaald vaker bewonderen in Zeeland dan het zeepaardje, dat slechts heel zelden wordt waargenomen.
De zeenaald is maar een matige zwemmer. Hij moet het volledig hebben van zijn vorm en schutkleur. Als hij daarbij ook nog eens zijn karakteristieke houding aanneemt (verticaal met zijn kop naar beneden) is hij erg moeilijk van b.v. zeegras te onderscheiden. Deze houding komt ook nog goed van pas bij het zoeken naar prooi. Als hij iets eetbaars heeft gevonden (meestal kleine garnaaltjes) zuigt hij die met zijn tandenloze bek met grote kracht naar binnen.


Het lichaam van de zeenaald is bedekt met beenplaten en ringen in plaats van schubben. Het mannetje heeft onder aan de staart een huidplooi waarin het vrouwtje haar 100 tot 400 eieren deponeert. Daar vindt ook de bevruchting plaats. Het mannetje draagt de bevruchte eitjes nog zo'n 5 maanden met zich mee, in de daarvoor bestemde broedbuidel. Als de jonge zeenaalden zich in de buidel hebben ontwikkeld, verlaten zij de broedbuidel om daar tijdens gevaar nog regelmatig in terug te keren.


Meer informatie over de Grote zeenaald bij: St. Anemoon
De onderwaterwereld

Verspreidingsgebied
Zeeland
Foto's & tekst Ron Offermans
Laatste update 30 augustus 2003