Zeebaars
Dicentrarchus labrax

Lengte : max. 103 cm.
Gewicht : max. 12 kilo.
Paaitijd : voorjaar


In het voorjaar van '97 werden mijn duikbuddy en ik zelf, tijdens een duik bij Zoetersbout plotseling opgeschrikt door een grote zilverachtige vis. Het ging allemaal zo snel in zijn werk, dat we niet goed konden zien wat het was. Maar even later kwam hij weer binnen ons gezichtsveld. Aangezien er maar 2 van dergelijke vissen hier voorkomen, moest het een harder of Zeebaars zijn. Omdat hij nu maar op 2 meter afstand aan ons voorbij zwom, konden we hem beter bekijken. Een Harder was het in ieder geval niet, die herken je snel genoeg aan de strepen die lopen over de lengterichting van zijn lichaam, dus moest het een "zeebaars" zijn. Even later zagen we er zelfs drie. We zwommen rustig door, maar de Zeebaarzen bleven steeds in onze omgeving, alsof ze ons volgden. Plotseling kreeg ik een ingeving. Ik plukte een Oester, en gaf mijn buddy een teken "of hij deze met zijn mes voor mij wilde openen". Hij begreep wat de bedoeling was, en nadat hij de oester had geopend hield hij de inhoud ervan, tussen duim en wijsvinger, zover mogelijk van zijn lichaam af, als lekker hapje klaar voor de Zeebaars. En warempel, na een paar schuchtere toenaderingen, hapte de Zeebaars de oester tussen de vingers van mijn buddy vandaan. Nadat we dit ritueel nog een paar keer hadden herhaald, zwom de Zeebaars weg. Later bleek, dat wat we gedaan hadden, niet erg verstandig is geweest. Meerdere duikers hadden dezelfde ervaring gehad, en waren er ook toe over gegaan, om de zeebaarzen te voeren. Nadat we er met verschillende duikers over hadden gediscussieerd, waren we tot de conclusie gekomen, dat een dergelijk gedrag niet erg wenselijk is, aangezien je daarmee het biologisch evenwicht zou kunnen verstoren. Bovendien dien je als duiker alleen te kijken, en al het onderwaterleven ongemoeid te laten.


De Zeebaars kan wel een lengte een lengte van een meter bereiken, maar de vissen die wij in de Oosterschelde kunnen tegen komen zullen zelden groter zijn dan 60 cm. Hij is te herkennen aan zijn grote zilverachtige schubben, en aan de zwarte vlek op zijn kieuwdeksel. Jongere exemplaren hebben zwarte stippen op hun lichaam.

Het is een echte roofvis, en hij voedt zich dan ook hoofdzakelijk met andere vissen, zoals Haring, Sprot en Sardien.

Vooral in het voorjaar en de zomer zijn ze in onze kustwateren te vinden. Zich voortplanten doen ze niet in de Oosterschelde, daarvoor trekken ze naar de open zee.

Verspreidingsgebied
o.a. Zeeland
Foto's & tekst Ron Offermans
Laatste update 10 januari 2006