Gewone slangster
Ophiura ophiura

De slangster heeft net als de brokkelster hele dunne beweegelijke armen. Alleen ontbreken bij de slangster de kleine stekels bovenop de armen, hij heeft alleen kleine stekels aan de zijkant. Een slangster gebruikt zijn armen niet, zoals de brokkelsterren, om voedsel uit het water te vissen, maar alleen om zich voort te bewegen en daar is hij dan ook behoorlijk rap mee. Vaak is hij alleen of met slechts enkele exemplaren te vinden op een zanderige bodem waar hij de bodem afgraast op eetbare organismen.

De maximaal 12 tot 13 cm. grote slangster is meestal oranje/bruin tot grijs van kleur, afhankelijk van de ondergrond waarop hij leeft.



Een slangster heeft geen ogen, maar toch kan hij op een bepaalde manier visueel zijn omgeving waarnemen. Net onder de huid van zijn armen zitten lichtgevoelige zenuwcellen met daarboven minuscule lensjes van calciet-kristallen die het licht kunnen bundelen. Op deze manier is de slangster weliswaar niet in staat om een beeld te vormen, maar kan hij zich toch orienteren ten op zichte van lichte en donkere voorwerpen.


Verspreidingsgebied
o.a. Zeeland
Foto's & tekst
Email: Ron Offermans