Rode poon
Trigla lucerna

Lengte : max. 75 cm.


De Rode poon is in de Oosterschelde een zeldzame verschijning, maar in de Noordzee is hij vrij algemeen. Het is een bodemvis die bij voorkeur op de zandbodem leeft. Dit is misschien ook meteen de reden dat hij door duikers zelden wordt waargenomen. Net als platvissen kan hij zich gedeeltelijk ingraven. Heel opvallend zijn de eerste drie vrijstaande borstvinstralen. Met deze borstvinstralen kan hij over de bodem lopen, en ze gelijktijdig als tastorganen gebruiken om prooidieren op te sporen. De rest van de borstvin heeft zich ontwikkeld tot twee heel opvallen mooie, op vlindervleugels gelijkende, grote vinnen.



De Rode poon wordt in de volksmond ook wel “Knorhaan” genoemd, vanwege het knorrende geluid dat hij kan maken om met soortgenoten te communiceren of belagers af te schrikken. Naast de Rode poon leeft er in ons gebied ook nog de Grauwe poon en de Engelse poon, maar de Rode poon is met zijn lengte van max. 75 cm de grootste, hoewel je exemplaren van dit formaat zelden in de Oosterschelde zult tegen komen.



In principe is de Rode poon een zomergast die in de winter Zuidelijk naar het kanaal tot en met de kust van Marokko trekken. Ponen voeden zich met weekdieren en kreeftachtige. Volwassen Ponen kunnen zich zelfs te goed doen aan platvissen. De Rode poon kan zich de hele zomer voortplanten, van mei tot en met oktober.


Meer informatie over de Rode poon bij: Ecomare
De onderwaterwereld

Verspreidingsgebied
Zeeland
Foto's & tekst Ron Offermans
Laatste update 20 april 2003