Pitvis
Callionymus lyra
Biologische kalender

Lengte : 20 tot 30 cm.
Paaitijd : april / juni

Pitvissen liggen soms gedeeltelijk ingegraven in zand of modder, zodat ze nauwelijks opvallen. Aangezien ze ook nog eens het vermogen hebben om hun kleur aan die van de bodem aan te passen maakt dat het niet gemakkelijk om ze te vinden. Als je er toch in mocht slagen om er een te vinden valt vooral de afgeplatte vorm op. Deze vorm lijkt een beetje lijkt op een ouderwetse vlieger. Ze kunnen 30 cm groot worden, althans de mannetjes. De vrouwtjes worden vaak niet groter dan 20 cm.

Zelf heb ik in ze in de Oosterschelde en Grevelingen bijna nooit groter gezien dan 10 cm.



Op de bodem zoekt de pitvis naar voedsel, dat voornamelijk bestaat uit wormpjes, slakjes en kleine kreeftachtigen. Met hun borstvinnen bewegen ze zich soms kleine stukjes voort over de grond.

Als de paaitijd is aangebroken lijkt de onopvallendheid bij de mannetjes ineens van veel minder belang. Het tegenover gestelde is zelfs het geval. Hun rugvinnen worden dan getooid met opvallend blauwe en gele strepen om de aandacht van de vrouwlijke exemplaren te trekken. Is dat gelukt dan verlaat zowel het mannetje als het vrouwtje de veilige bodem voor een kort moment om gezamenlijk naar de oppervlakte te zwemmen om daar tegelijker tijd hun geslachtscellen vrij te laten zodat bevruchting kan plaats vinden.

Verspreidingsgebied
Zeeland
Foto's & tekst
Email: Ron Offermans
Meer informatie over de pitvis is
te vinden bij: THE SEAMASTERS