Gewone pijlinktvis
Loligo vulgaris

De eerste keer dat ik onderwater in Nederland een Pijlinktvis zag, was bij Wemeldinge. We doken rond het wrakje dat bekend staat als "het galjoen zonder poen"toen we plotseling een metertje boven het wrak een paar schimmen zagen wegvluchten. Ik kon nog net zien dat het Pijlinktvissen waren. Ze kwamen nog wel een keertje terug maar dichter dan 2 meter kon ik niet bij ze komen. Een paar jaar later, in het voorjaar, observeerde en fotografeerde ik een hele groep sepia's die bezig waren met paren en het leggen van eieren. De sepia's trokken zich overigens helemaal niets van ons aan. Tot er plotseling een Pijlinktvis op het toneel verscheen. Hij ging rechtstreeks naar het net waar de sepia's hun eieren aan bevestigden, hing zijn eieren er tussen, en vertrok weer even snel als hij was verschenen. Ik had niet eens de tijd om mijn camera te richten.


In de tropen had ik meer geluk. Het is mij een paar keer gelukt om tijdens een nachtduik prachtige foto's te maken van groepjes Pijlinktvissen. Hier bleken ze over een bepaalde nieuwsgierigheid te beschikken zodat ze goed te benaderen waren.

De in Nederland voorkomende soorten Pijlinktvissen worden niet groter dan 50 cm. De Dwergpijlinktvis wordt zelfs niet groter dan zo'n 12 cm. De grootste vertegenwoordigers van deze soort kunnen wel een lengte van 22 m. bereiken. Dat zijn de reuzeninktvissen, zij komen voor op grote diepten van de koude zeeŽn, zoals bij Noorwegen en Newfoundland. De pijlinktvissen leven voornamelijk in open zee en zijn voor een weekdier behendige snelle zwemmers. Er zijn twee verschillende manieren waarop Pijlinktvissen zich kunnen voortbewegen. Hij maakt met zijn twee aan weerskanten bevindende vinnen langzame golfbewegingen, zodat het dier zich langzaam en secuur kan verplaatsen. En door gebruik te maken van zijn waterstraal, kunnen pijlinktvissen zich zo snel uit de voeten maken dat ze in sommige gevallen boven de waterspiegel uitkomen. Deze laatste manier van voortbewegen gebruiken ze voornamelijk indien er gevaar dreigt.


De kleur van de pijlinktvis is variabel. Door de aanwezigheid van pigmentcellen (chromatoforen) in hun buitenste mantel kunnen ze zich goed aan de kleur van de ondergrond aanpassen. Hun ogen zijn enorm goed ontwikkeld, en vanwege een veel groter gezichtsveld zijn ze waarschijnlijk doelmatiger dan die van de mens. Al deze eigenschappen komen goed van pas bij hun jacht op garnalen en kleine visjes.

De voortplanting geschiedt door middel van een speciaal daarvoor aangepaste arm (hectocotylus). Deze arm wordt door het mannetje tijdens een omstrengeling in de mantelholte van het vrouwtje ingebracht. Via een zaadgroef worden de spermatoforen ingebracht. Na deze bevruchting worden de lichtgekleurde langwerpige eieren in trossen opgehangen tussen het zeewier of andere obstakels. Er komt verder geen broedzorg aan te pas. Voor dat de eitjes zijn uitgekomen zijn de ouderlijke dieren meestal al gestorven.


Meer informatie over de Pijlinktvis bij: Anemoon
De onderwaterwereld

Verspreidingsgebied
Zeeland
Foto's & tekst Ron Offermans
Laatste update 26 september 2005