Paardeanemoon
Actinia equina

De paardeanemoon komt in grote aantallen voor, toch zal je hem maar zelden onderwater aantreffen. Dat komt omdat hij zich niet altijd onderwater bevindt. Hij leeft meestal boven de laagwaterlijn en dat wil zeggen dat hij bij eb droogvalt. Uiteraard op plaatsen waar het heel vochtig blijft en waar geen direct zonlicht komt, maar de paardeanmoon is goed in staat om geruime tijd boven water te verblijven. Als je hem wilt zien moet je bij eb goed tussen de stenen zoeken en dan is de kans groot dat je er één tegenkomt. Hij heeft zijn tentakels dan naar binnen getrokken en ziet er uit als een kleine ronde glimmende tomaat. Als hij bij vloed weer onderwater is, strekt hij zijn tentakels weer uit om voedsel te vangen. Zijn tentakels zijn vrij kort en stevig. De paardeanemoon kan daarmee visjes en kleine garnaalachtigen mee vangen.

Als de anemonen elkaar hebben bevrucht ontwikkelen de larven zich in het lichaam van het moederdier tot zij door haar worden uitgebraakt. Op dat moment zien zij er al uit als volledige, maar piepkleine, anemoontjes. De kleine paardeanemoontjes zijn dan ook vaak in de nabijheid van de grote te vinden, verscholen in kleine spleten tussen de stenen.


"De blauwe blaasjes aan de rand van de tentakelkroon zijn uitgerust met netelcellen. Sommige anemonen, zoals de paardeanemoon en de zebra-anemoon, bezitten acrorhagi. Vaak zijn deze acrorhagi afwijkend gekleurd. Bij de roodkleurige paardeanemmon zijn deze knobbeltjes blauwkleurig. De knobbeltjes bevinden zich boven aan de zuil, net onder de tentakels. Vaak zijn deze "randzakjes" amper zichtbaar, maar wanneer ze geprikkeld worden zwellen ze op en worden uitgestulpt. De acrorchagi bevatten dezelfde soort netelkapsels die in vechttentakels overheersen. (Vechttentakels worden vaak waargenomen bij golfbrekeranemonen)."

(Bron: Ivo Madler)

Verspreidingsgebied
Zeeland
Foto's & tekst
Email: Ron Offermans