Oorkwal
Aurelia aurita

Iedereen kent deze soort wel. Bij oostenwind spoelen ze in grote aantallen op het strand van de Noordzee aan. De oorwal heet zo vanwege de vier wit/roze oorvormige ringen in zijn geleiachtige lichaam. Horen kan hij er absoluut niet mee. De ringen zijn bedoeld voor de voortplanting. Zijn tentakels en mondarmen zijn voorzien van netelcellen, maar deze zijn voor de mens niet giftig. Wel zijn ze zeer geschikt voor het vangen van kleine visjes en kreeftachtigen. Door de netelcellen worden zij verdoofd zodat de kwal hen daarna met zijn mondtentakels naar zijn centrale opening kan duwen.


Een oorkwal kan zich verplaatsen door het samentrekken van zijn parapluachtige lichaam waardoor water wordt uitgestoten. Maar vaak laat de kwal zich gewoon door de stroom meevoeren.

De voortplanting van de oorkwallen is buitengewoon ingewikkeld. Het komt er in het kort op neer dat er na de geslachtelijke bevruchting vrijzwemmende larven ontstaan. Deze zullen zich vervolgens ergens aan hechten zodat het lijkt op een vastzittende poliep. Na een tijdje ontstaan er, door inkepingen, verschillende knoppen. Als deze knoppen zich losmaken zijn er jonge kwalletjes ontstaan. En aangezien kwallen bijna voor 95 % uit water bestaan, groeien ze zeer snel uit tot volwassen exemplaren van zo'n 20 cm. En bij oostenwind leggen ze dan weer massaal het loodje, op het strand, ter ergenis van menig badgast.

Verspreidingsgebied
Zeeland
Foto's & tekst
Email: Ron Offermans