Griet
Scophthalmus rhombus
Lengte : max. 60 cm.
Gewicht : max. 5 kilo.
Paaitijd : vroege voorjaar

De Griet is nauw verwant met de Tarbot. Slechts een paar kenmerken onderscheiden hem van zijn familielid. De huid van de Griet is glad terwijl er op de Tarbot duidelijke beenknobbeltjes zijn te voelen. Dit is voor duikers echter een slechte determinering omdat daar voor geldt; “alleen kijken en niet aankomen”. Dus zullen we het moeten hebben van andere uiterlijke kenmerken, zoals de kleur, deze is wat lichter en zijn en vorm is iets ovaler in vergelijking met de Tarbot. Maar verreweg het duidelijkst is waarschijnlijk het franjeachtige stukje vin bij de kop dat alleen bij de Griet voorkomt.



De Griet voedt zich voornamelijk met schaaldieren, kleine kreeftachtigen, en borstelwormen. Volwassen exemplaren voeden zich ook wel met kleine vissen. Hij houdt zich voornamelijk op tussen de 5 en 50 meter diepte op een wisselende ondergrond, maar over het algemeen op zand.

Net als alle andere platvissen ziet de Griet, als hij geboren wordt, eruit als elke gewone vis. Dus met aan elke zijde van het lichaam een oog, zijn rugvin boven en zijn buikvin onder. Maar naarmate hij ouder wordt, vindt er een metamorphose plaats. Van een vrijzwemmende vis verandert hij in een bodembewoner en ligt hij de meeste tijd, gedeeltelijk onder het zand, op een van zijn zijden. Zijn ogen verplaatsen zich naar één zijde van het lichaam, zodat hij beide ogen kan gebruiken als hij plat op de bodem ligt.

Verspreidingsgebied
o.a. Zeeland
Foto's & tekst
Email: Ron Offermans