Baksteenanemoon
Diadumene cincta

Baksteenanemoontjes, of ook wel golfbrekeranemoontjes genoemd zijn kleine, tot 6 cm. grote, oranjeachtig gekleurde anemoontjes. Hoewel, voornamelijk in de winter, de kleur van de tentakels ook wel bijna wit kan zijn. Zoals de meeste anemonen bestaat de baksteenanemoon uit een voetschijf, waarmee hij zich aan de ondergrond hecht, een zuil, waarin zich de maag bevindt, en de mondschijf, met in het midden een opening omringd door tentakels. De mondopening dient niet alleen als mond, maar ook als anus. Als een anemoon met zijn netelcellen een te dichtbij gekomen prooi heeft verlamd of gedood met zijn gif, wordt deze door zijn tentakelkrans naar de mondopening toegewerkt. Bij gevaar kan hij zijn tentakelkrans ook naar binnen trekken. De golfbrekeranemoon doet dit schoksgewijs en betrekkelijk snel, in ieder geval sneller dan b.v. de zeeanjelieren, die zijn tentakels maar langzaam zal intrekken.


De baksteen anemoon is niet heel erg kieskeurig wat zijn ondergrond betreft. Hout, steen, schelpen of wier, alles kan tussen de laagwaterlijn en niet al te grote diepten voldoet. Zelfs de rug van een krab kan als ondergrond dienen. Op sommige plaatsen kunnen baksteenanemonen gezamenlijk hele grote stukken ondergrond bedekken. Zo zijn er in het oostelijke gedeelte van de Oosterschelde plaatsen waar de bodem bestaat uit veenblokken, Gorishoek die vrijwel geheel bedekt zijn met baksteenanemoontjes.

Op plaatsen waar voldoende voedsel aanbod is, zijn baksteenanemoontjes in staat om zich geheel, over de lengte, in tweeŽn te delen zodat elk gedeelte weer kan uitgroeien tot een volledige zeeanemoon. Dit is echter niet de enige manier waarop zij zich voortplanten, Ook de geslachtelijke voortplanting, waarbij eieren en sperma in het water vrijkomen komt bij baksteenanemonen voor.


Anemonen zijn, in tegenstelling tot wat de meeste mensen denken, wel degelijk instaat om zich te verplaatsen, zij het zeer langzaam. Zo zag ik een aantal jaren geleden in de Grevelingen op een stuk zeesla een, voor mij onbekend, diertje dat in eerste instantie leek op een soort naaktslakje. Bij nadere beschouwing bleek het een heel klein baksteenanemoontje te zijn dat aan de wandel was gegaan. Het had zich op zijn zij laten vallen en bewoog zich, heel langzaam, als een soort slak voort. Andere soorten blijken zich ook op andere manieren te kunnen verplaatsen. Zo zijn er soorten die zich via hun voetschijf verplaatsen, of via hun tentakels. Er zijn zelfs soorten die zich als het ware opblazen, zich daarna losmaken van de ondergrond om zich vervolgens te laten meevoeren door de stroming tot zij weer een geschikte ondergrond hebben gevonden.

Verspreidingsgebied
Zeeland
Foto's & tekst
Email: Ron Offermans