Begrippenlijst 'Duitsland'

INDEX :

ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

- A -

Abkindern

Letterlijk : afkinderen. In de deelstaat Beieren was het mogelijk 5000 Mark te lenen en dat geld 'af te betalen` door het krijgen van kinderen. Als je drie kinderen krijgt, is de schuld afbetaald.

Afvoerfactor.

Het percentage van de neerslag, dat direkt naar de rivier stroomt. Hoe ondoorlatender de bodem in een gebied, hoe hoger de afvoerfactor.

Allochtonen.

Mensen die ergens wonen waar ze niet geboren zijn.

Ambassade(eurs).

Vertegenwoordiger van een bepaald land in een ander land. De ambassade van Nederland vertegenwoordigt in Duitsland ons land.

Anerbenrecht.

Soort van overerving van boerderij en landerij waarbij een erfgenaam alles krijgt en de anderen worden uitgekocht. Hierdoor blijft het boerenbedrijf groot. Vooral in Noord-Duitsland en Beieren.

Anerbenrecht.

Soort van overerving van boerderij en landerij waarbij een erfgenaam alles krijgt en de anderen worden uitgekocht. Hierdoor blijft het boerenbedrijf groot. Vooral in Noord-Duitsland en Beieren.

Annexeren.

Iets inpikken dat niet van jou is. Bij oorlogen werden vaak stukken land ingepikt.

Arbeidsproductiviteit.

De arbeidsproductiviteit is de hoeveel goederen die een arbeider per bepaalde tijd kan produceren. Als een bedrijf veel machines gebruikt wordt die hoger.

Arbeidsproductiviteit.

De arbeidsproductiviteit is de hoeveel goederen die een arbeider per bepaalde tijd kan produceren. Als een bedrijf veel machines gebruikt wordt die hoger.

Asielzoekers.

Mensen die uit bepaalde landen zijn gevlucht omdat ze daar door de regering vervolgd worden kunnen in een ander land asiel vragen. Ze vragen dan of ze daar mogen blijven omdat ze in hun eigen land gevaar lopen gevangen genomen en/of gemarteld te worden.

Asielzoekers.

Mensen die uit bepaalde landen zijn gevlucht omdat ze daar door de regering vervolgd worden kunnen in een ander land asiel vragen. Ze vragen dan of ze daar mogen blijven omdat ze in hun eigen land gevaar lopen gevangengenomen en/of gemarteld te worden.

Autochtonen.

Mensen die wonen in het land of gebied waar ze ook geboren zijn.

Terug naar de Index

- B -

Ballungsgebiet.

Gebieden waar veel mensen en bedrijven dicht bij elkaar zitten. Het belangrijkste Ballungsgebiet in het BRD-deel is het Ruhrgebied.

Basisindustrie.

Zware en grote industrieŽn die halffabrikaten leveren aan andere industrieŽn, die er een eindproduct van maken. Voorbeelden : Hoogovens maken staalplaten die verwerkt worden in bijv. een autofabriek. Een meelmalerij die meel maakt dat in bakkerijen verwerkt wordt tot brood en koekjes.

Bebouwingsdichtheid.

Het aantal woningen per vierkante kilometer. Een hoge bebouwingsdichtheid betekent veel gebouwen op een klein oppervlak.

Begroetingsgeld.

Iedere DDR-burger kon eenmaal, bij een bezoek aan de DDR, bij de Duitse Bank 100 Westduitse marken krijgen. Met dit 'gebaar' begroette men de 'mededuitsers' in de BRD.

Belastingvoordeel.

Bedrijven die zich in West Berlijn vestigen hoeven minder omzetbelasting te betalen, dat wil zeggen dat ze minder aan de regering hoeven te betalen per product dat wordt geproduceerd. Deze regeling was van kracht tot het opengaan van de Muur in het najaar van 1989.

Berlijnse Muur.

Muur dwars door de stad Berlijn waarvan de bouw begonnen is in 1961. Het scheidt het Westduitse (Amerikaans, Frans, Engels) deel van het Oostduitse (Russisch). Sinds november 1989 is de Muur opengegaan en in 1990 vrijwel geheel afgebroken.

Beroepsbevolking.

Het deel van de bevolking dat werkt of wil werken.

Beroepssectoren.

Er zijn drie soorten beroepen : 1. Primaire sector : land- en mijnbouw. 2. Secundaire sector : industrie. 3. Tertiaire sector : dienstverlening.

Bevolkingsdichtheid.

Het aantal mensen dat er woont per vierkante kilometer.

Bevolkingspiramide.

In een figuur weergegeven opbouw van de bevolking. Links in de figuur vind je de mannen, rechts de vrouwen. Per vijf jaar wordt het aantal of percentage van een bepaalde leeftijdsgroep weergegeven. In een bevolkingspiramide is goed te zien of er veel jongeren, ouderen, enz. zijn.

Bevolkingspolitiek.

Bevolkingspolitiek, dat zijn de maatregelen die deelstaten nemen bij het bevorderen van het krijgen van kinderen.

Bezettingszones.

In 1945 is Duitsland, en ook Berlijn, verdeeld in vier gebieden die bezet werden gehouden door de legers van de VS, Sovjetunie, Frankrijk en Enge- land. Tot 3 oktober 1990 waren deze zones nog terug te vinden in de stad Berlijn.

Bezirk.

Een Oostduitse provincie.

Bio-industrie.

Vorm van landbouw waar op een zeer klein oppervlak op intensieve wijze veeteelt wordt bedreven Voorbeelden zijn: kippenfokkerijen, legbatterijen, varkensfokkerijen.

Boddenkust.

Kustvorm waarbij voor de kust grillig gevormde eilanden liggen. Deze eilanden bestaan uit door de ijstijden ge(ver)vormd materiaal. Het gaat dan om eind- of grondmorenemateriaal, bijvoorbeeld keileem.

Bodemerosie.

Het wegspoelen van de vruchtbare bovenste laag van de bodem onder invloed van stromend water. Vooral op skihellingen in de Alpen is dit een groot probleem.

Bondsdag.

Het parlement van de BRD, vergelijkbaar met onze Tweede Kamer.

Bondsrepubliek.

Staatsvorm waarbij iedere provincie grote bevoegdheden heeft. Dit kan zijn op het gebied van belastingen, politie, enz. Boven iedere provincie staat dan de regering die het buitenlandse beleid vorm geeft.

Boomgrens.

Denkbeeldige lijn op een berghelling tot waar de bomen groeien. Daarboven groeien geen bomen meer in verband met de koude. Soms is de boomgrens door de mens verlaagd voor het verkrijgen van ski-hellingen.

Brandenburger Tor.

Oude triomfboog in Berlijn. Deze boog stond in het niemandsland tussen de twee delen van de Muur. Hierdoor was het een symbool geworden van de deling van Berlijn.

BRD.

Bondsrepubliek Duitsland. Ander woord: (oorspronkelijk) West Duitsland. Buurland van Nederland, dat ten oosten van ons ligt. Per 3 oktober 1990 opgenomen in het land Duitsland met dezelfde naam. Hoofdstad : eerst Bonn en inmiddels Berlijn.

Breuken

Scheuren in de aardkorst, ontstaan door endogene krachten. Bij een breuklijn kunnen vulkanen ontstaan of delen van de aardkorst wegzakken.

Bruinkool.

Stadium van het inkolingsproces tussen de stadia veen en steenkool in. Wordt gewonnen in dagbouw en gebruikt voor het stoken van energie- centrales

Bruto Nationaal product.

BNP = Bruto Nationaal product. Dat is de waarde van alle in een jaar geproduceerde goederen van een heel jaar.

Bufferstaat.

Een land dat tussen twee andere landen inligt om te voorkomen dat deze landen oorlog kunnen krijgen. De BRD was bufferstaat tussen het Westblok en de DDR. De DDR was bufferstaat tussen de landen die bij de VS horen en de Oost bloklanden.

Terug naar de Index

- C -

Carboon.

Geologische periode, die duurde van 350 miljoen tot 270 miljoen jaar geleden. Tijdens het Carboon zijn de steenkoollagen in Nederland en de BRD gevormd. Ook ontstond toen het middelgebergte in de BRD.

Centraal Comittee

Het parlement van de communistische partij in de DDR.

Checkpoint Charlie

Checkpoint Charlie is een van de grensovergangen van West- naar Oost-Berlijn tot november 1989. Het grenshokje van CC is inmiddels in een museum geplaatst.

Cokes

Product dat ontstaat na verhitting van gasrijk steenkool. Na het verdwijnen van het gas is cokes bruikbaar als grondstof voor de chemische industrie.

Collectivering

Het verschijnsel waarbij men in de DDR kleine bedrijven samenvoegt tot heel grote. Deze collectieve bedrijven worden LPG's genoemd. Vooral in de landbouw heeft dit plaatsgevonden, met de Sovjetrussische kolchozen als voorbeeld.

Collectivisme

De collectiviteit staat centraal. De mens wordt niet als individu benaderd maar als onderdeel van een groter geheel. Iedereen wordt gelijk behandeld en heeft dezelfde rechten en plichten.

Comecon

Oosteuropese tegenhanger van de EG. Economische organisatie waarbinnen ieder land bepaalde goederen moest produceren. Door de hervormingen in Oost Europa heeft het sterk aan betekenis ingeboet. Enkele Comeconlanden zouden nu graag lid worden van de EG. De DDR is bij de hereniging automatisch EG-lid geworden, als onderdeel van het verenigde Duitsland.

Communisme

Staatsvorm waarbij de staat (de regering) alles in het land bepaald. Alle bedrijven, winkels, enz. zijn van de staat. Alle mensen zijn dan ook werkzaam bij de staat. Alle Oostbloklanden hadden een communistische staatsvorm, tot in 1989 grote verandering in dit gebied plaatsvonden.

Composteren

Het met behulp van bacteriŽn om laten zetten van huisvuil naar potgrond. Milieuvriendelijk, maar er is veel ruimte voor nodig.

Concentratiegebied

Ander woord voor concentratiegebieden is Ballungsgebiet. Hier concentreert zich een grote groep bedrijven en mensen.

Concern

Een grote onderneming met een aantal dochterondernemingen. Voorbeeld in Nederland is bijv. Philips en Shell.

CoŲperatie.

Een overkoepelende organisatie dat voor meerdere bedrijven de productiemiddelen, bijvoorbeeld machines, en de opslag en distributie regelt.

Terug naar de Index

- D -

Dagbouw

Vorm van mijnbouw waarbij de delfstoffen zonder het graven van gangen worden gewonnen. Het graven vindt dus gewoon aan het oppervlak plaats. In Duitsland wordt bruinkool op deze wijze gewonnen.

DDR.

Duitse Democratische Republiek. Ook wel Oost Duitsland genoemd. Behoorde tot het communistische oostblok. Hoofdstad: Berlijn. Per 3 oktober 1990 opgenomen in Duitsland.

Debiet.

Dat is de hoeveelheid water die een rivier op een bepaald moment afvoert. Dit wordt gemeten in kubieke meters water die per seconde op een bepaald punt voorbijkomt.

Dekzand

Zand dat in de laatste ijstijd, het Weichselien, door de wind is afgezet in het Noordduitse Laagland. Het gaat hier dus om een eolische afzetting.

Delfstof.

Materiaal dat men uit de bodem wint. Hiertoe behoren brandstoffen als bruinkool en steenkool, maar ook ertsen als ijzererts en bauxiet.

Demografie

Onderdeel van de aardrijkskunde. Het houdt zich bezig met geboorte en sterfte en immigratie en emigratie van mensen.

Demografische Druk.

De verhouding tussen het aantal mensen dat werkten het aantal mensen dat niet werkt. Hoe meer kinderen en bejaarden, hoe (qua percentage) minder mensen er werken. De demografische druk stijgt dan.

Denudatie

Letterlijk : ontbloting van gesteente.Onder invloed van de zwaartekracht vallen stenen in de bergen naar beneden.

Depressie

Weersgesteldheid waarbij bij Lage luchtdruk een gebied met veel wind en neerslag, meestal bij westenwind, vanaf de Noordzee Duitsland wordt ingevoerd.

Dienstensamenleving.

Vorm van samenleving waarin sterk de nadruk op de dienstverlening, en minder op het echte produceren in landbouw of industrie.

Dienstenstad

Een stad waar het grootste percentage van de beroepsbevolking werkzaam is in de Tertiaire (diensten) sector werkzaam is. Voorbeeld binnen Duitsland is Berlijn.

Discriminatie

Het maken van onderscheid en het apartstellen en beoordelen van een bepaalde groep mensen. In Duitsland hebben vooral de buitenlandse werknemers hiermee te maken.

Duwbakken.

Soort lang schip zonder eigen aandrijving. In groepen van vier of zes worden ze voortgeduwd door een duwschip.

Terug naar de Index

- E -

Economische Crisis

Periode waarin het minder goed gaat met de economie van een land of een groter gebied. Bekend zijn de crises van de jaren '30 en de jaren '70 (beginnend bij de oliecrisis).

Economisch-geografisch gebied

Een economisch-geografisch gebied is een gebied dat bepaalde kenmerken heeft, waardoor het anders is dan andere gebieden. Het Ruhrgebied is heel anders, aardrijkskundig gezien, dan het gebied rond Frankfurt. Deze gebieden hebben wel veel onderlinge contacten.

EGKS.

Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Een onderdeel van de latere EEG (nu EG). Dit was een samenwerking van Europese landen op het gebied van de ijzer- en staalindustrie.

Eilandpositie

West Berlijn ligt sinds de Tweede Wereldoorlog als een eiland binnenin Oost-Duitsland. Dat is het gevolg van de verdeling van Duitsland door de geallieerden. Inmiddels is Berlijn weer het centrum geworden van het verenigde Duitsland.

Eindmorene

Een hoeveelheid puin uit de bergen, dat zich voor de ijsrand heeft verzameld. Als het ijs verdwijnt blijft het morenepuin als 'aandenken` over in het landschap.

Eindproduct

Het einde van de productiekolom. Het uiteindelijke product dat de weg rondstof-halffabrikaat-eindprodukt heeft doorlopen. Bijvoorbeeld een auto, computer, pak melk.

Endogene Krachten

Dit zijn krachten van binnenuit de aarde. Voorbeelden hiervan zijn vulkanisme en de daarbij behorende aardbevingen. Door de endogene krachten wordt de aarde gevormd.

Erfrecht

De manier waarop in een bepaald gebied de boerderij met de landerijen wordt overgeŽrfd. Er zijn twee soort en in de BRD : 1. Realerbteilung : iedere erfgenaam krijgt een gelijk deel. 2. Anerbenrecht : een van de erfgenamen erft alles, terwijl de anderen worden uitgekocht.

Erosie

Verplaatsing van stenen en zand (verweringsmateriaal) door een rivier, gletsjer, zee of de wind. Door een uitschurende werking wordt steeds meer materiaal 'afgeschaafd` en meegenomen.

Etnische Samenstelling.

Bij de etnische samenstelling wordt gekeken naar de afkomst van groepen mensen, uit welke landen ze afkomstig zijn. De buitenlanders uit West Berlijn zijn voornamelijk afkomstig uit Turkije.

Exogene Krachten.

Dit zijn krachten die van buitenaf op de aarde inwerken. Voorbeelden hiervan zijn verwering, denudatie en erosie. De exogene krachten breken de aarde af.

Terug naar de Index

- F -

Fluchtlinge

Duitsers die voor het opengaan van de grenzen in 1989 zijn gevlucht voor het bewind in de DDR.

Fluvioglaciaal

Fluvioglaciale afzettingen ontstaan als landijs of een gletsjer smelt en dit smeltwater allerlei erosiemateriaal meevoert.

FŲhnwind.

Een warme wind in het Alpenvoorland die afkomstig is uit de Alpen. Bij het dalen neemt de temperatuur van deze wind toe.

Foot-loosebedrijven.

Bedrijven die niet gebonden zich aan een bepaalde vestigingsplaatsfactor (locatiefactor) en van de ene dag op de andere kunnen besluiten hun bedrijf te verplaatsen als er ergens anders meer geld te verdienen valt.

FŲrdenkust.

Kustvorm waarbij de kust smalle, lange inhammen heeft. Hier lagen in de voorlaatste ijstijd, het Saalien, ijstongen die deze dieptes hebben uitgesleten. Ze worden omgeven door eindmorenemateriaal.

Terug naar de Index

- G -

Gastarbeiders.

Buitenlanders die in de jaren '60 en '70 in West Europa zijn komen werken omdat daar toen een tekort aan arbeiders was. Ze komen meesten uit landen rond de Middellandse Zee waar de economie in die tijd veel minder snel groeide.

Geallieerden.

Gezamenlijke troepenmacht die in 1945 Duitsland op de knieČn kreeg en het vervolgens bezet hield.

Geboortencijfer

Het aantal levendgeborenen per 1000 van de gemiddelde bevolking in een bepaald jaar.

Geboortenoverschot.

Als het aantal geborenen (of geboortecijfer) groter is dan het aantal gestorvenen (of sterftecijfer).

Gemengd bedrijf

Landbouwbedrijf met twee vormen van landbouw in een bedrijf, bijvoorbeeld akkerbouw en veeteelt.

Gezantschappen.

Oude benaming voor ambassades, kantoren die landen in andere landen hebben, van waaruit zij hun zaken kunnen behartigen.

Gezinshereniging.

Verschijnsel waarbij gastarbeiders, als ze al langere tijd in de BRD zijn, hun vrouw en kinderen laten overkomen. Ze kunnen dan weer een gezin gaan vormen. Op die manier kon het aantal buitenlanders in de BRD groeien, zonder dat er nog gastarbeiders werden toegelaten.

Glaciaal

Ander woord voor ijstijd. Periode waarbij in een gebied de temperatuur gedurende lange tijd niet meer boven nul komt. Sneeuw blijft liggen en kan na verloop van duizenden jaren dikke ijspakketten gaan vormen.

Gletsjer

Letterlijk : ijsrivier. Een pakket sneeuw en ijs dat zich in een gebergte langzaam naar beneden begeeft. In de Alpen vinden we ze.

Grenzdurchangslager.

Een speciaal voor vluchtelingen ingericht kamp waar men wordt opgevangen. Hierna zoekt men verblijfplaatsen die over de gehele BRD verspreid liggen.

Groeipool

Een concentratiegebied van bedrijven en mensen, dat zeer snel groeit. Een groeipool trekt steeds meer mensen en bedrijven aan. We noemen dit het agglomeratie-effect of sneeuwbaleffect.

Groengordels

Langgerekte gebieden met bos en andere open ruimte, die moeten voorkomen dat stedelijke gebieden aan elkaar groeien.

Grondmorene

Puin dat onder landijs of een gletsjer mee wordt gevoerd.

Grondsoort

Het materiaal waar de bodem uit bestaat. Dit kan zijn klei, lŲss, keileem, zand, veen, enz.

Grootgrondbezit

Het in bezit hebben van zeer grote stukken land. Hierop werken pachtboeren die een groot deel van de opbrengst moeten afstaan aan de (rijke) grootgrondbezitter.

Gruppeneigentum

De productiemiddelen (bijv. machines) zijn in handen van een groep mensen. Er is sprake van een soort coŲperatie.

Terug naar de Index

- H -

Hafkust

Kustgebied dat door een langgerekte zandrug wordt afgesloten van de open zee. Komt voor in gebieden met een flauw hellende kust en weinig getijdeverschil (eb en vloed). De binnenzee achter de zandrug bevat permanent water.

Handelsbalans

Een onderdeel van de betalingsbalans. Hierin wordt de waarde van de import en export met elkaar vergeleken.

Heimatvertriebenen

Duitsers uit vooral Polen die na de Tweede Wereldoorlog gedwongen werden naar Duitsland te gaan.

Herstelbetalingen

Betalingen van de DDR aan de Sovjetunie na 1945 als genoegdoening voor de door de Sovjetunie geleden schade in de Tweede Wereldoorlog.

Herstructurering

Een gebied dat het niet meer zo goed doet extra geld geven om bedrijven aan te trekken, betere voorzieningen te ontwikkelen en om de infrastructuur te verbeteren. Het noorden van de BRD behoort tot deze gebieden. Het voormalige DDR zal binnen het verenigde Duitsland een periode van herstructurering gaan doormaken.

Hervormingen

Verandering op politiek en economisch gebied in de Oostbloklanden waarbij men het idee van de planeconomie grotendeels verlaat voor een meer marktgerichte economie.

Holoceen

Geologische periode, begonnen 10.000 jaar geleden en duurt nog voort. In deze periode is in het noorden van de BRD een landschap ontstaan met veen en zeeklei.

Horst

Een langs een breuklijn omhoog gekomen deel van de aardkorst.

Terug naar de Index

- I -

IJzeren Gordijn

De grens tussen de Westbloklanden en de Oostbloklanden. Deze grens bestond uit hekken en prikkeldraad. Deze grens liep vanaf de Oostzee tot aan de Zwarte Zee. Sinds Hongarije in 1989 het IJzeren Gordijn begon weg te halen bestaat het als zodanig niet meer.

Individualisme

Centraal staat het individu. De overheid moet mensen mogelijkheden geven om zich te ontplooien. Zij moet de vrijheid en gelijkheid van het individu garanderen.

Infiltratiebekkens

Grote betonnen bakken waar vervuild water ingevoerd wordt. Door de filters wordt het vuil weggefilterd. Wordt gebruikt bij waterzuiveringsinstallaties.

Infrastructuur

Het geheel van voorzieningen in een gebied ten behoeve van het verkeer, electriciteit, vuilafvoer, enz. Voorbeelden hiervan zijn wegen, hoogspan- ningsmasten, riool.

Inkolingsproces

Een proces waarbij door zware druk veenlagen in elkaar worden gedrukt. Hierbij neemt het koolstofgehalte toe en het gaspercentage af. Turf kan zo bruinkool worden, wat op zijn beurt tot steenkool samengeperst kan worden.

Inkomensselectie

Als uit een stad een groep mensen meteen bepaald (bijv. hoog) inkomen weggaat en in de stad mensen met een laag inkomen achterblijven, dan spreken we van inkomensselectie. De bevolking wordt naar inkomen uitgeselecteerd.

Intensivering

Begrip in de landbouw waarmee men aanduidt dat men met behulp van machines, kunstmest, bestrijdingsmiddelen en betere soorten een hogere opbrengst per hectare hoopt te halen.

Interglaciaal.

Relatief warme periode, tussen twee ijstijden in gelegen.

Internationale arbeidsverdeling

Verdeling van de wereld in gebieden die zich vooral bezig houden met de winning van grondstoffen, en gebieden die zich gespecialiseerd hebben in het maken van producten van die grondstoffen. De BRD hoort bij de laatste groep.

Investeringspremie

Investeringspremies krijgen bedrijven van de overheid bij het opzetten van een nieuw bedrijf in een gebied waar van de overheid vindt dat er te weinig werk is. Bijvoorbeeld West-Berlijn.

Isotherm.

Lijn die punten op een kaart met gelijke temperatuur met elkaar verbindt.

Terug naar de Index

- J -

Jaaramplitude.

Het verschil tussen de gemiddelde warmste en de gemiddeld koudste klimaat van het jaar. Bijvoorbeeld : juli = 22 graden Celsius, januari = 4 graden Celsius. De jaaramplitude is dan 22-4=18 graden Celsius.

Joint Venture.

Gezamenlijke onderneming. Hierbij gaan een westers en oosteuropees bedrijf samenwerken in een oosteuropees bedrijf. productie vindt plaats in het Oosteuropese bedrijf terwijl vanuit het westen kapitaal, kennis en productiemiddelen in het projekt worden gestopt.

Terug naar de Index

- K -

K.V.R.

Kommunalverband Ruhrgebiet. Organisatie voor de inrichting van Ruhrgebied. Opgericht in 1979 als vervanger van de S.V.R. De plannen van de KVR moeten worden goedgekeurd door de gemeenten. Taken : - afvalverwerkingregelen. - het opstellen van landschapsplannen. - beheren en beschermen van waardevolle natuurgebieden.

Kapitaalintensief

Een bedrijf is kapitaalintensief als het weinig investeert in werknemers maar veel in hoogwaardige (robot) machines.

Kapitalisme

Vorm van produceren in westerse landen die is gericht op het behalen van een zo hoog mogelijke winst.

Keileem

Door landijs vermalen gesteente, dat als een voor water ondoordringbaar pakket in de bodem aanwezig kan zijn. Ontstaan tijdens de ijstijden.

Kerngebied

Belangrijkste onderdeel van een groter gebied. Hier wordt bepaald wat er in de rest van gebied gebeurt. Ook wel centrum genoemd.

Kettingmigratie

Als buitenlanders de BRD binnenkomen, vestigen zij zich het liefst in de buurt van familie en vrienden. Het is dan een soort van kettingreactie : men komt achter elkaar aan.

Kinderbijslag

FinanciŽe vergoeding aan ouders die kinderen hebben, door de overheid. Hoe meer kinderen, hoe hoger het bedrag per kind. Hiermee hoopt men te bereiken dat mensen eerder en meer kinderen nemen.

Koelwater

Water dat in elektrische centrales wordt gebruikt om gloeiendhete ketels en leidingen af te koelen. Het wat er wordt daar warm van en kan, als het geloosd wordt, leiden tot thermische vervuiling.

KoloniŽn

Woongebieden die werkgevers, zo dicht mogelijk bij het werk, bouwden voor de werknemers. Bij het trieste type gaat het om dicht op elkaar gebouwde huisjes zonder openbaar groen. De Gartenkolonie kent wel veel groenvoorzieningen.

Kombinaat

Een samenwerkingsverband tussen een aantal bedrijven die dezelfde goederen produceren.

Koolmonoxyde

Vorm van luchtvervuiling die vrijkomt bij de verbranding van fossiele brandstoffen.

KŲppen

Een Duits-Oostenrijkse Rus die een indeling heeft gemaakt voor alle op de wereld voorkomende klimaten : A-klimaten = warme (tropische klimaten). B-klimaten = droge klimaten. C-klimaten = gematigde zee klimaten. D-klimaten = landklimaten. E-klimaten = koude klimaten.

Koude Oorlog

Een oorlog met woorden tussen het Westblok onder leiding van de VS en het Oostblok onder leiding van de Sowjetunie.

Kreis

Een deelstaatprovincie in de BRD.

Kreuzberg

Een van de bekendste oude verpauperde 19e eeuwse wijken van West-Berlijn. De wijk lag bij de Berlijnse Muur, er wonen voornamelijk Turkse gastarbeidersgezinnen. De laatste jaren probeert men deze wijken op te knappen.

Kurorte

In het Nederlands: kuuroord. Een badplaats bij een minerale bron.

Terug naar de Index

- L -

Lagunekust.

Zie Hafkust.

Lšnder.

Een deelstaat in de BRD. Een soort provincie, die alleen meer zelf mag beslissen.

Landwirtschaftliche Produktions Genossenschaften

Collectieve landbouwbedrijven, ontstaan doordat zelfstandige boeren hun landbouwbedrijf hebben ingebracht in een groter, gemeenschappelijk landbouwbedrijf.

Leeftijdsopbouw

De samenstelling van een bevolking naar leeftijden geslacht.

Leeftijdsselectie.

Als uit een stad een groep mensen weggaat of zich juist vestigt, met een bepaalde leeftijd, dan spreken we van leeftijdsselectie. De groep wordt uitgeselecteerd naar leeftijd.

Leisteen

Klei dat onder grote druk, lange tijd wordt samengeperst kan na lange tijd leisteen worden. Leisteen wordt gebruikt als dakbedekking.

Lichte industrie

Industrie waar in verhouding tot de productiekosten maar geringe hoeveelheden grond- en hulpstoffen verwerkt worden. Voorbeelden zijn bedrijven die huishoudelijke apparaten maken, de kledingindustrie en de voedingsmiddelenindustrie.

LŲss

Heel fijn soort zand, dat tijdens de ijstijd door de wind is verplaatst. Het is vaak afgezet tegen heuvels en bergen aan. LŲss is zeer vruchtbaar en heeft een goede waterhuishouding. We vinden ze ten noorden van de Eifel, Sauerland en de Harz. Ze behoren tot de beste landbouwgebieden van de BRD.

Terug naar de Index

- M -

Mannenoverschot

Als er van een bepaalde leeftijdsgroep meer mannen dan vrouwen zijn spreken we van een mannenoverschot.

Markteconomie

productiemiddelen zijn in handen van particulieren. De markt bepaalt wat er geproduceerd wordt en de prijzen worden bepaald door vraag en aanbod.

Marshallhulp

Geldelijke steun die de VS na de Tweede Wereldoorlog gaf aan Europese landen (bijv. de BRD en Nederland) om de beschadigde economie zo snel mogelijk weer op gang te helpen. De hulp is genoemd naar de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken in die tijd.

Massagoederen

Grondstoffen, die in grote hoeveelheden tegelijk worden vervoerd. Ze worden los gestort in boot of trein, dus niet verpakt of in containers geladen.

Mechanisatie

Het overgaan van handmatig produceren naar het machinaal produceren van een product.

Mediterraan Europa

De landen rond de Middellandse Zee. Hier rekenen we toe : ItaliŽ, Spanje, Turkije, Marokko, Algerije, TunesiŽ en Griekenland.

Migratie

Migratie is alles wat te maken heeft met het verhuizen van mensen. Dit kan zijn binnen het eigen land (migratie) naar het buitenland toe (emigratie) of een land in (immigratie).

Migratieoverschot

Het verschil tussen vestiging (immigratie) en vertrek (emigratie) pakt uit in het 'voordeel' van de immigratie.

Mijnbouwsteden

Nederzettingen rond mijnschachten. Zo woonden de mijnwerkers vlak bij hun werk.

Modernisering

Het met de tijd meegaan, wat betreft machines, manier van bedrijfsvoering, enz. Het doel is om beter te kunnen concurreren.

Morene

Puin dat door landijs of gletsjers met zich mee wordt gevoerd.

Mutterschaftsurlaub

De Mutterschaftsurlaub is de extra zwangerschapsverlofperiode van vier maanden die een vrouw in de BRD krijgt, bovenop de normale 14 weken.

Terug naar de Index

- N -

NATO/ NAVO

Militair bondgenootschap tussen de westerse landen, inclusief Nederland en Duitsland.

Natuurlijk Landschap.

In een natuurlijk landschap heeft de mens nog niets aan de natuur veranderd. Als de mens wegen gaat aanleggen, steden gaat bouwen, enz. spreken we van een cultuurlandschap.

Nevenberoepslandbouw.

Ook wel: Part-time-landbouw. De boer krijgt zijn/haar hoofdinkomsten niet meer uit het landbouwbedrijf maar door een baan in industrie of dienstensector.

Terug naar de Index

- O -

Oder-Neissegrens

Twee rivieren die de in 1945 ingestelde grens tussen Polen en de DDR vormen. Een voorbeeld van een (nu) natuurlijke grens.

Oerstroomdal

Zeer brede rivierdalen, ontstaan in de ijstijden toen ze soms zeer grote hoeveelheden smeltwater moesten verwerken.In de oerstroomdalen stromen nu vaak nog rivieren. Deze rivieren gebruiken nog maar een klein deel van dat dal.

Omscholing

Mensen die werkloos worden krijgen een nieuwe, op de toekomst gerichte opleiding, waardoor ze meer kansen hebben een nieuwe baan te vinden.

Onteigening

Grootgrondbezitters moesten in de DDR na WO II hun land afgeven aan de staat.

Opiniepeiling.

Onderzoek onder de bevolking naar welke mening men ergens over heeft. Meestal gebeurt dit door middel van een telefonische steekproef.

Oppositie

Partijen die het niet eens zijn met het grootste deel van het beleid van de regering.

Organisch Afval

Dit is menselijk, dierlijk of plantaardig afval dat als voeding dient voor micro-organismen. Te veel van deze organismen leidt tot een zuurstoftekort in het water, waardoor alle leven uit kan sterven op een bepaalde plek.

Terug naar de Index

- P -

Parttime boeren

Boeren die naast het werk op het landbouwbedrijf ook nog een baan in de industrie of het toerisme hebben. Ze hebben dus neveninkomsten, naast de inkomsten uit het boerenbedrijf. Dit doen ze anders een te laag inkomen hebben.

Perifere delen

Afgelegen gelegen gebieden in de BRD. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen vooral de delen langs de grens met de DDR perifeer te liggen. Deze gebieden heten Zonenrandgebiete. Ook wel periferie genoemd of randgebieden.

Planeconomie

De productiemiddelen zijn in handen van de staat. De staat bepaalt wat er geproduceerd wordt. De prijzen worden vastgesteld door de staat.

Plooiing

Proces waarbij onder grote druk van binnenuit de aarde, reeds bestaande aardlagen in elkaar worden gedrukt. Hierdoor kunnen deze lagen worden kromgebogen (geplooid).

Politburo.

Het dagelijks bestuur van de communistische partij in de DDR.

Politieke vluchteling.

Iemand die om zijn/haar politieke overtuiging uit een land wegvlucht en in een ander land asiel vraagt.

Polycentrische stad

Bestaande uit meerdere centra. Het Ruhrgebied is niet ťťn stad, maar is opgebouwd uit meerdere steden die ieder hun eigen bijdrage leveren aan het gebied.

productiekolom.

Alle fasen bij het maken van een product, van grondstof tot eindproduct.

Pro-groei

In de BRD zijn het lage geboortecijfer en de vergrijzing een zodanig probleem, dat de regering alles doet om de mensen zover te krijgen dat ze meer kinderen nemen. Men is dus pro (voor) bevolkingsgroei.

Terug naar de Index

- Q -

Terug naar de Index

- R -

Randgebied

Minst belangrijke onderdeel van een groter gebied. In het Ruhrgebied zijn dat de Rijn-, Ruhr- en Lippegordel. Ook wel de periferiegebieden, gebieden waar weinig werkgelegenheid, infrastructuur en weinig politieke macht te vinden is.

Rationalisatie

Doelmatiger landbouwmethodes gebruiken. Met nieuwe hulpmiddelen en technieken probeer je een hogere opbrengst en winst van een zelfde stuk land te krijgen.

Realerbteilung

Soort van overerving van boerderij en landerijen waarbij iedere erfgenaam een even groot deel krijgt. Uiteindelijk ontstaan hierdoor zeer kleine boerenbedrijven. Vooral in het Middelgebergtegebied.

Regiem

De veranderingen (schommelingen) in de afvoer van een rivier in de loop van de tijd.

Relatieve afstand

De afstand niet in kilometers, maar in tijd en moeite die je moet doen om ergens te komen.

Relatieve ligging

De ligging van een gebied ten opzichte van een ander gebied. Als je relatieve ligging goed is, heeft jouw gebied gunstig verbindingen met andere gebieden. Zuid Duitsland ligt relatief gunstig binnen de Europese Gemeenschap.

Remigratie

Het teruggaan naar het land waar je eerder uit was geŽmigreerd. Turkse gastarbeiders gaan de laatste jaren steeds meer terug naar Turkije.

Rijnaak

Soort lang schip waarbij de aandrijving op de eigen boot plaats vindt. De schipper woont met de familie ook op het schip meestal.

Ruilverkaveling

Het middels een plan opnieuw inrichten van een landbouwlandschap. Hierbij wordt het land opnieuw verdeeld, maar ook wegen, sloten en huizen aangepast.

Ruimtelijke Ordening.

Ruimtelijke Ordening is het indelen van de ruimte in een bepaald gebied met duidelijke plannen. Ander woord is Planologie.

Terug naar de Index

- S -

S.V.R.

Siedlungsverband Ruhrkohlenbezirk. Deze organisatie kreeg de taak in het Ruhrgebied de ruimtelijke inrichting te verzorgen. Opgericht in 1920. In 1979 vervangen door de K.V.R.

Saalien

Voorlaatste ijstijd in het pleistoceen. Het noordduitse laagland werd toen door landijs bedekt.

Schaalvergroting

Het streven naar grotere opbrengsten en lagere kosten door het gebruik van grond, arbeid en kapitaal te veranderen. Bijv. meer machines op een groter stuk land gebruiken.

Schachtbouw

Vorm van mijnbouw waarbij men middels schachten en tunnels (diep) onder de grond de delfstof weggraaft.

Scheidingsmuur

BarriŤre waar het moeilijk door heen te komen is. Voorbeelden: De Muur en het IJzeren Gordijn.

Sedimentsgesteente.

Gesteentes die hun oorsprong vinden in de zee-afzettingen klei (leisteen), kalk (kalksteen) of zand (zandsteen).

Segregatie

Tegenovergestelde van integratie. Een groep mensen zondert zich af van de rest van de mensen en probeert binnen het eigen gebied bepaalde waarden en normen te handhaven. Er ontstaat dan een ghetto.

Slenk.

Een langs een breuklijn weggezakt deel van de aardkorst.

Smeltwater.

Water van smeltend ijs. Vaak voert het morenepuin met zich mee.

Smeltwaterivier

Rivier die zijn water ontvangt van smeltend landijs of een smeltende gletsjer.

Smog

Een mengsel van mist en vuile lucht. Een ernstige vorm van smog komt ieder jaar in januari voor in het Ruhrgebied. Smog levert dan gevaren op voor de volksgezondheid.

Sneeuwbaleffect

Ook wel : agglomeratie-effect. Proces waarbij een sterk groeiend concentratiegebied steeds meer mensen en bedrijven blijft aantrekken.

Snuffelpaal.

Meetstation waar de kwaliteit van de lucht in de gaten wordt gehouden.

Sociale Braak

Landbouwgrond dat niet langer voor de landbouw wordt gebruikt en dat woeste grond wordt.

Sociale wensen

Niet-economische wensen. Bijvoorbeeld wensen die mensen hebben ten aanzien van hun woning, de woonomgeving en recreatie.

Socialisme

Politieke stroming die streeft naar gelijke mogelijkheden en rechten voor alle burgers. Alle productiemiddelen vormen gezamenlijk bezit.

Sonderkultur

Letterlijk : tuinbouwproducten, als bijv. hop, fruit, groenten en wijndruiven.

Sozial Marktwirtschaft

Letterlijk : sociale markteconomie. De regering bemoeit zich zo weinig mogelijk met de economie. Ze doet dat alleen als het nodig is. Zo'n economie wordt dus wel geleid, maar zo weinig mogelijk. Dit systeem gold voor de BRD en per 3 oktober 1990 voor het verenigde Duitsland.

Specialisatie

Steeds meer bedrijven in de landbouw en de industrie leggen zich toe op het produceren van maar een product. Ze specialiseren zich.

Spoelzandvlakte

Zandvlakte, neergelegd door het smeltende water van ijs (fluvioglaciale afzetting).

Spreidingspatroon

De mate waarin een bepaald verschijnsel over een bepaalde ruimte verspreid ligt.

Staalcrisis

Periode vanaf de jaren '60 waarbij in het Ruhrgebied met name steeds meer staalbedrijven moesten sluiten omdat de concurrentie te groot was geworden. De locatiefactoren voor dit gebied zijn minder gunstig geworden. Deze crisis gaat op dit moment onverminderd voort in het Ruhrgebied. Duizenden mensen worden ontslagen. De crisis hangt nauw samen met de steenkoolcrisis.

Stadsvernieuwing

Het opknappen van stadswijken. Saneren is het afbreken van huizen en opnieuw opbouwen. Bij renovatie blijvende huizen staan en worden ze grondig opgeknapt.

Steenkoolcrisis

Periode, beginnende in de jaren '60, dat steenkool steeds minder belangrijk wordt. Steeds meer gaat men over op aardgas en aardolie als brandstof.

Sterftecijfer

Het aantal gestorvenen per 1000 van de gemiddelde bevolking in een bepaald jaar.

Sterfteoverschot

Als het aantal gestorvenen (of sterftecijfer) groter is dan het aantal geborenen (of geboortecijfer).

Stilstandfase

Een periode waarin landijs of een gletsjer even niet langer 'oprukt' waar blijft waar het zich op dat moment bevindt.

Stuwdam

Betonnen of aarden muur in een rivier waarachter men het water vasthoudt. Hierdoor ontstaat een meer. Het hoogteverschil van de dam kan men benutten voor het opwekken van energie, terwijl het water in het meer dienst kan doen als drinkwater.

Stuwwal.

Door het aangroeiende landijs opgestuwd zand.

Suburbanisatie

Trek van mensen en bedrijven uit de stad naar het gebied daar vlak omheen. Vond plaats vanaf eind jaren '50 tot in de jaren '80.

Terug naar de Index

- T -

Tertiair.

Geologische periode die duurde van 70 miljoen tot 1 miljoen jaar geleden. Tijdens deze periode zijn de Alpen ontstaan.

Tertiairisering

De tertiaire sector heet ook wel dienstverlenende sector. Dit zijn beroepen als chauffeur, leraar, ambtenaar, notaris, winkelier, enz. Bij de tertiairisering neemt het percentage van deze beroepen ten opzichte van de landbouw en de industrie toe.

Tertiairisering

De tertiaire sector heet ook wel dienstverlenende sector. Dit zijn beroepen als chauffeur, leraar, ambtenaar, notaris, winkelier, enz. Bij de tertiairise- ring neemt het percentage van deze beroepen ten opzichte van de landbouw en de industrie toe.

Terugkeerpremie

Ook wel : oprotpremie. Een bedrag wat een werkloze buitenlandse werknemer krijgt als hij besluit naar zijn geboorteland terug te keren.

Thermische vervuiling.

Vervuiling waarbij warm water wordt geloosd. Het water wordt er dus niet vies van, maar warmer. Hierdoor kunnen sommige planten en dieren afsterven in een bepaald deel van de rivier. Het koelwater van kerncentrales kan radio-actief besmet zijn.

Tongbekken

Diepte in het landschap waar in de ijstijd een ijslob lag. De bodem bestaat vaak uit keileem (grondmorene) waardoor water makkelijk in de diepte blijft staan. Hier vinden we vaak meren.

Transitie

In de 19e eeuw hadden we in West-Europa een hoog geboorte- en sterftecijfer. Vanaf het einde van de vorige eeuw daalde eerst het sterftecijfer en in deze eeuw ook het geboortecijfer. Deze beweging noemen we demografische transitie.

Tweede generatie

Kinderen van de gastarbeiders die oorspronkelijk naar de BRD zijn geŽmigreerd. Vaak zijn deze kinderen in de BRD geboren.

Terug naar de Index

- U -

Urbanisatie

Trek van de mensen vanaf het platteland naar de stad. De 1e fase was in de 19e eeuw, de tweede fase vlak na de Tweede Wereldoorlog, toen er in de steden veel werk te verdelen was.

Terug naar de Index

- V -

Verblijfstoerisme

Vorm van toerisme waarbij de toerist zich voor langere tijd in een gebied vestigt om daar vakantie te houden. Bijvoorbeeld een week.

Verdringingsproces

Bij het verdringingsproces verdwijnt uit bepaalde stadswijken langzaamaan de Duitse bevolking, hun plaatsen worden ingenomen door buitenlanders. Dit gebeurt veelal in de oude 19e eeuwse stadswijken.

Vergrijzing

De ontwikkeling dat er procentueel steeds meer mensen komen van boven de 65 jaar.

Verhang

Het verval per kilometer. Eerst bepaal je het verval tussen twee punten langs de rivier. Daarna kijk je hoeveel kilometer er tussen de twee punten zit. Verval gedeeld door kilometers is dan het verhang. Voorbeeld: verval is 100 meter, over 5 kilometer. Verhang:100/5=20 meter/per kilometer.

Verkaveling

De manier waarop stukken land zijn ingedeeld. Na ruilverkaveling is vaak sprake van een strakke, rechte kavelvorm terwijl ervoor vaak sprake was van grillige kavelvormen.

Verkeersassen

Belangrijke verkeersverbindingen. Deze liepen voor de Tweede Wereldoorlog vanaf het Ruhrgebied naar het oostelijke deel van Duitsland (oost-west), na de oorlog werden de verbindingen vanaf het Ruhrgebied naar het zuiden belangrijk (noord-zuid).

Veroudering

Het verschijnsel waarbij de gemiddelde leeftijd van een bevolking steeds hoger wordt. Steeds meer ouderen betekent veelal een toenemen van het sterftecijfer.

Verstening

Het langzaamaan volgebouwd raken van het Ruhrgebied, of een ander concentratiegebied, met huizen, fabrieken en wegen.

Vertrekoverschot

Als meer mensen uit een land weggaan (emigratie) dan zich er vestigen (immigratie).

Verval

Dat is het hoogteverschil tussen twee punten van een rivier. Als de rivier op het ene punt zich op een hoogte van 1200 meter bevindt, bij zee op 0 meter, dan is het verval 1200 meter.

Vervolgindustrie

Een bedrijf dat halffabrikaten verwerkt tot allerlei eindproducten. Bijvoorbeeld een bedrijf dat rollen plaatstaal verwerkt tot wasmachines.

Verwering

Het uiteenvallen van gesteente onder invloed van warmte en koude. Als een steen warm warmt zet hij uit, als hij koud wordt krimpt hij. Hierdoor kan de steen scheuren.

Verzorgingsgebied

Het gebied tot waar mensen naar een bepaalde dienst gaan. Het verzorgingsgebied van een universiteit is groter dan dat van een middelbare school.

Vestigingsoverschot

Als zich in een gebied meer mensen vestigen dan er uit dat gebied vertrekken.

Vestigingsplaatsfsctor.

Vestigingsplaatsfactoren zijn redenen voor een bedrijf om zich ergens te vestigen. Deze redenen kunnen zijn: 1. De aanwezigheid van grondstoffen. 2. De aanwezigheid van voldoende arbeiders. 3. De aanwezigheid van een afzetmarkt. 4. De aanwezigheid van voldoende energie. 5. De aanwezigheid van goede verbindingen.

Vetkool

Soort steenkool. Door verhitting in cokesovens wordt het gas eruit verwijderd. Over blijft de cokes, die als brandstof wordt gebruikt in de hoogovens.

Volksdemocratie

Een weinig democratische regeringsvorm (DDR) waarbij bij verkiezingen alleen kan worden gekozen uit leden van de communistische partij.

Volkseigene GŁter.

Echte staatsbedrijven. Alle productiemiddelen zijn in bezit van de staat.

Volkseigentum

De productiemiddelen zijn in handel van de staat

Volkskammer

Het Oostduitse parlement, vergelijkbaar met onze Tweede Kamer.

Vraag en aanbod

Economisch principe waarbij bedrijven alleen die goederen produceren waar bij de klanten vraag naar is. Kenmerkend voor een kapitalistisch ingerichte economie.

Vrouwenoverschot

Als er van een bepaalde leeftijdsgroep meer vrouwen dan mannen zijn, dan spreken we over een vrouwenoverschot.

Vruchtbare leeftijd

De vruchtbare leeftijd is de periode waarin een vrouw de leeftijd van 15 t/m 44 jaar heeft. Men beschouwt dit als de leeftijd waarop de vrouw kinderen kan krijgen.

Vulkanisme

Proces, waarbij magma uit de aardkorst komt en stolt tot uitvloeiingsgesteente. Aardbevingen worden ook tot het vulkanisme gerekend.

Terug naar de Index

- W -

Wadkust

Kustgebied dat door waddeneilanden wordt beschermd van de open zee. Komt voor in gebieden met een flauw hellende zandige kust en een flink getijverschil (eb en vloed).

Wandelende Babyberg

De wandelende babyberg is in de bevolkingspiramide van de BRD de grote hoeveelheid mensen die in de jaren '50 zijn geboren. Deze mensen worden nu steeds ouder en gaan in de toekomst voor een groter vergrijzingsprobleem zorgen.

Warengarantie

De overheid staat garant voor het vervoer van goederen van een bedrijf van en naar West Berlijn. Dat is nodig voor het politieke risico dat deze bedrijven lopen (liepen) bij het vervoeren van hun goederen door het Oostblokland Oost-Duitsland.

Waterhuishouding

De organisatie van het afvoeren van regen- en afvalwater en de zuivering daarvan. Verder heeft het te maken met de zorg voor drinkwater.

Waterkringloop

Het proces waarbij water uit de zee verdampt, boven land naar beneden komt in de vorm van neerslag, daar weer verdampt of via rivieren weer naar zee wordt gevoerd. Daar begint dan het proces weer opnieuw.

Wederopbouwjaren

De jaren vlak na de Tweede Wereldoorlog waarin de economie van de landen, die bij de oorlog grote verwoestingen hadden gekend, weer op gang werd gebracht. Nederland en de BRD kenden deze jaren vanaf 1945 tot ongeveer 1959. De DDR kent slechts een langzame wederopbouw door de negatieve uitwerking van Sovjetmaatregelen.

Weekendtoerisme

Vorm van toerisme waarbij de toerist niet langer dan een weekeinde zich in het gebied bevindt.

Weichselien

De laatste ijstijd waarin Duitsland een zeer koude periode kende. Het uit het noorden oprukkende landijs heeft echter niet het gehele Noorduitse Laagland kunnen bedekken.

Wereldconjunctuur

De economische situatie, over de hele wereld bekeken. In de jaren '30 was die slecht: we hadden toen een economische crisis.

Wirtschaftswunder

De wonderbaarlijk snelle wederopbouw van de economie van de BRD na de Tweede Wereldoorlog. De BRD kreeg hierbij geldelijke steun van de VS, deze hulp wordt Marshallhulp genoemd. De DDR kende zo'n wonder niet.

Terug naar de Index

- X -

Terug naar de Index

- Y -

Terug naar de Index

- Z -

Zeehavenlocatie

In Duisburg (aan de Rijn) meren zoveel schepen af om te laden en te los- sen, dat het lijkt alsof Duisburg een zeehaven is. De massagoederen worden aangevoerd vanaf Rotterdam.

Zonenrandgebiete

Gebieden in de BRD die perifeer liggen langs de grens met de DDR. Bedrijven willen hier niet graag zitten, trekken weg, waarna ook de mensen er vaak niet meer willen wonen. Ook wel randgebieden genoemd.

Zware Industrie

Industrie waarbij grote hoeveelheden grond- en hulpstoffen worden verwerkt. Voorbeelden zijn de ijzer- en staalindustrie, hoogovens, olieraffinaderijen en scheepswerven.

Zware Metalen

Vervuiling van het water door metalen als cadmium, kwik, lood en zink. Deze stoffen zijn uitermate gevaarlijk voor de gezondheid van mens en dier. In het Rurhrgebied worden veel van deze stoffen in de Rijn gedumpt.

Zwaveldioxide

Vorm van luchtvervuiling, die vrijkomt bij het stoken van fossiele brandstoffen.

Terug naar de Index

Terug naar menu