Begrippenlijst 'Bevolking'

INDEX :

ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

- A -

aantrekkingsfactor

Positief kenmerk van een gebied, dat voor mensen een reden kan zijn om naar dat gebied te migreren (b.v. een hoge levensstandaard, goede werkgelegenheidssituatie of gevarieerde huisvestingsmogelijkheden). Andere naam: pull-factor.

aantrekkingsgebied

Gebied met veel aantrekkingsfactoren met als gevolg een positief migratiesaldo.

acculturatie

Het proces waarbij cultuur van de ene groep wordt overgenomen door een ender groep.

afhankelijkheidsgraad

De verhouding tussen het economisch afhankelijke deel van de bevolking (jongeren, ouderen, werklozen en andere niet-werkenden) en het economisch productieve deel van de bevolking (dus de beroepsbevolking). (Nederland in 1995: beroepsbevolking 6,6 miljoen op een totale bevolking van 15,5 miljoen [dus 8,9 miljoen economisch niet-productieven] geeft een afhankelijkheidsgraad van 1,4; m.a.w. 1,4 economisch niet-productieve personen komen ten laste van één persoon van de beroepsbevolking).

afstotingsfactor

Negatief kenmerk van een gebied, dat voor mensen een reden kan zijn om het gebied te verlaten. Afstotingsfactoren vormen het spiegelbeeld van aantrekkingsfactoren. Andere naam: push-factor.

afstotingsgebied

Gebied met veel afstotingsfactoren met als gevolg een negatief migratiesaldo. Andere naam: expulsiegebied.

a-gemeente

Zie typologie van de Nederlandse gemeenten naar verstedelijkingsgraad.

agglomeratie

Een centrale stad met de eraan vastgegroeide randgemeenten of voorsteden; het vormt dus een ruimtelijk aaneengesloten geheel. Agglomeraties zijn m.n. ontstaan tijdens de urbanisatiefase van het verstedelijkingsproces.

agrarische_bevolkingsdichtheid

Het gemiddeld aantal agrarische beroepspersonen per vierkante kilometer cultuurgrond.

algemeen vruchtbaarheidscijfer

Het aantal levendgeborenen per 1000 vrouwen van 15-44 jaar (de z.g. reproductieve vrouwen) in een bepaald jaar. (Nederland in 1994: 56,7)

allocations familiales

De Franse vorm van onze kinderbijslag.

allochtonen

Er bestaan zeer veel verschillende definities van allochtonen. Letterlijk betekent allochtoon: "elders" geboren en getogen. Afhankelijk van de gekozen definitie kom je uiteraard steeds uit op verschillende aantallen allochtonen op de totale bevolking! Twee voorbeelden van definities. NIDI: "vreemdelingen (bezit de Nederlandse nationaliteit niet), ex-vreemdelingen die tot Nederlander zijn genaturaliseerd, Nederlanders afkomstig uit de ex-overzees gebiedsdelen, alsmede hun nakomelingen tot in de 3e generatie voor zover die zich als allochtoon wensen te zien". BOSATLAS: "een allochtoon is een persoon die niet de Nederlandse nationaliteit bezit, die buiten Nederland is geboren of van wie één of beide ouders buiten Nederland zijn geboren".

allochtonen

Allochtonen zijn mensen of hun nakomelingen die niet uit de plaats of het land, waar zij wonen, afkomstig zijn. Voor de Tweede Wereldoorlog kwamen er veel Italianen, Spanjaarden, Belgen en Polen naar de Regio Nord-Pas de Calais. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen er veel mensen uit de voormalige Franse kolonien, zoals Vietnam, Laos en Cambodja in Azie en uit Algerije, Kameroen en Senegal uit Afrika. Ze wonen vaak in oude wijken gescheiden van de andere bevolkingsgroepen. Uit deze situatie kunnen zich getto's ontwikkelen. De allochtonen hebben een lage positie in de maatschappij, door werkloosheid, lage inkomens en slecht opleidingsniveau. Positie problematisch: 1. zondebok functie (Front National). 2. tweede generatie-problematiek. 3. botsing normen en waarden. 4. laag opleidingsniveau. Een verder kenmerk is het hoge geboortencijfer onder de allochtonen.

anticonceptie

Alle methoden die ten doel hebben de bevruchting bij geslachtsgemeenschap zoveel mogelijk te voorkomen (b.v. condoom, de pil). Andere naam: geboorteregeling.

arbeidsmigrant

Economisch actieve migrant wiens doel het is arbeid en inkomen te verwerven in een immigratieland (hij/zij doet dit op eigen initiatief en op vrijwillige basis).

asielzoeker

Iemand die zijn verblijfsland is ontvlucht en zich in een immigratieland -niet op uitnodiging van dat land- (tijdelijk) wil vestigen. Hij/zij heeft nog geen vergunning tot verblijf (VTV). Zie ook: vluchteling.

assimilatie

De Franse overheid wil een volledig "op gaan" van de allochtone bevolking in de Franse samenleving.

autochtonen

Mensen die geboren en getogen zijn in de plaats (of het land) waar zij wonen. Zie hiervoor ook het tegenovergestelde: "allochtonen".

autochtonen

De oorspronkelijke bevolking van het land.

Terug naar de Index

- B -

baby boom

De geboortegolf, die na de Tweede Wereldoorlog ontstond door uitgestelde geboorten, herenigde gezinnen en contacten met de bevrijders.

babyboom

Een plotselinge -niet lang durende- toename van het geboortecijfer/het vruchtbaarheidsniveau. Vaak vindt een dergelijke toename plaats na een oorlog. (b.v. in Nederland na deTweede Wereld- oorlog of de V.S. veteranen uit de Golfoorlog). De kinderen die in die periode geboren worden noemt men ook wel de "babyboomers". Andere naam: (na-oorlogse) geboortegolf.

beroepsbevolking

Het deel van de bevolking dat werkt om geld te verdienen en alle mensen die beschikbaar zijn om te werken (werklozen).

beroepsstructuur

Het aandeel van de beroepsbevolking dat werkzaam is in de primaire, secundaire en tertiaire sector.

bevolking

Het totale aantal inwoners van een land, gemeente of andere regio. Andere naam: populatie.

bevolkingsaanwas

Zie bevolkingsgroei.

bevolkingsbeleid

Door de overheid genomen maatregelen die bedoeld zijn om de omvang, de groei, de samenstelling en/of de spreiding van de bevolking te beïnvloeden. Enkele voorbeelden van dergelijke maatregelen: hogere kinderbijslag (om het geboortecijfer te verhogen), streng immigratiebeleid (om het aantal allochtonen niet verder te laten toenemen), de aanwijzing van een aantal groeikernen (om de suburbanisatie te bundelen) e.d.

bevolkingsbeweging

De toename- of afname van de bevolking. We onderscheiden de natuurlijke en sociale bevolkingsbeweging. (Zie daar voor verdere uitleg)

bevolkingsconcentratie

Het aantal inwoners in een bepaalde ruimte is niet gelijkmatig gespreid; er wonen dan ergens meer mensen dan elders. De bevolkingsdichtheid ligt in gebieden met een bevolkingsconcentratie flink boven het gemiddelde. Bevolkingsconcentraties vind je b.v. bij industriële of agrarische centra. In Nederland zijn de stedelijke zones gebieden met een sterke bevolkingsconcentratie.

bevolkingsdiagram

Zie bevolkingspiramide.

bevolkingsdichtheid

Het gemiddeld aantal inwoners per km² land; je krijgt de dichtheid door het aantal inwoners te delen door de oppervlakte. (Nederland in 1995: 454)

bevolkingsdichtheid

Het gemiddelde aantal inwoners per km².

bevolkingsdichtheid

Gemiddeld aantal mensen per vierkante kilometer.

bevolkingsdruk

De spanning tussen de bevolking en de bestaansmogelijkheden. Een toename van de bevolking kan leiden tot voedseltekorten.

bevolkingsdruk

Het aantal mensen van de niet-productieve bevolking (0-14 jaar en 65 jaar en ouder), uitgedrukt als percentage van de productieve bevolking.

bevolkingsexplosie

De in deze eeuw ontstane wereldwijde, snelle bevolkingsgroei. De groei ontstaat door een daling van het sterftecijfer, die niet in dezelfde mate gevolgd wordt door een daling van het geboortecijfer. De bevolkingsexplosie komt grotendeels tot stand in de Derde Wereld.

bevolkingsformule

De basisformule voor het uitrekenen van de be- volkingsloop van een gebied tussen 2 tijdstippen: B1 +/- (G - S) +/- (I - E) = B2 B1= de bevolking aan het begin van de periode B2= de bevolking aan het einde van de periode G= het aantal levendgeborenen S= het aantal sterfgevallen I= het aantal immigranten (vestigers) E= het aantal emigranten (vertrekkers) += bij een positieve natuurlijke groei en bij een positief migratiesaldo -= bij een negatieve natuurlijke groei en bij een negatief migratiesaldo Zie ook: demografische balans(vergelijking)

bevolkingsgeografie

Wetenschap waarbij de interactie tussen de demografische ontwikkelingen van de bevolking en de ruimte bestudeerd wordt. Zie ook: demografie

bevolkingsgroei

De ontwikkeling van het aantal inwoners van een bepaald gebied gedurende (meestal) 1 jaar. De groei of aanwas kan zowel positief als negatief zijn (en zelfs ook 0). De groei wordt bepaald door geboorten, sterfte, vestiging en vertrek. De groei kan zowel absoluut als relatief worden weergegeven.

bevolkingsloop

De ontwikkeling van het aantal inwoners van een gebied in een jaar. De ontwikkeling wordt bepaald door geboorte, sterfte, vestiging en vertrek. Zie ook de bevolkingsformule.

bevolkingsopbouw

De verdeling van de bevolking o.b.v. verschil- lende kenmerken, zoals b.v. geslacht, leeftijd, inkomen, religie, opleiding, woonplaats, nationaliteit e.d. Andere naam: bevolkingsstructuur of bevolkings- samenstelling

bevolkingsoptimum

Het ideale aantal inwoners dat in een bepaalde ruimte gehuisvest kan worden (waarbij iedereen een acceptabel bestaan kan leiden). Het optimum wordt bepaald door b.v. econo- mische, ecologische, en medische eisen. Het optimum varieert sterk naar ruimte en naar tijd. Het bevolkingsoptimum staat tegenover overbevolking en onderbevolking.

bevolkingspiramide

De grafische weergave van de opbouw van de bevolking naar leeftijd en geslacht. Deze weergave valt uiteen in 3 groepen: -basis (0-19) -middenstuk (20-64) -top (65+) Er zijn 3 hoofdvormen: -piramidevorm (van een expanderende bevolking) -uitvorm/urnvorm (van een krimpende bevolking) -torenvorm/klokvorm (van een stationaire bevolking). Andere naam: bevolkingsdiagram, leeftijdsdiagram of leeftijdspiramide.

bevolkingspolitiek

Door de overheid ingestelde maatregelen die direct of indirect gericht zijn op beinvloeding van de bevolkingsomvang, -groei, -samenstelling of -spreiding. Vanaf 1920 probeert de Franse overheid de geboortencijfers te verhogen, met o.a. kinderbijslag, belastingvoordelen, kinderopvang, gratis onderwijs, propaganda enz.

bevolkingsprognose

Voorspelling o.b.v. vooruitberekeningen m.b.t. de omvang en samenstelling van de bevolking in een bepaald gebied. Bij de berekeningen gaat men uit van bepaalde veronderstellingen t.a.v. toekomstige ontwikkelingen in vruchtbaarheid, sterfte en migratie. Omdat dergelijke prognoses vaak achterhaald worden, gaat men uit van verschillende varianten (hoog, midden en laag). Bevolkingsprognoses vormen vaak de basis van beleidsvoornemens bij de overheid. (Het "Poptrain" computerprogramma geeft een geeft inzicht in bevolkingsprognoses).

bevolkingsregister

De permanente registratie van de in een land woonachtige bevolking. Deze registratie vindt plaats door de gemeente, die van elke inge- zetene een persoonskaart bijhoudt. De registratie heeft o.a. betrekking op geboorte, huwelijk, echtscheiding en sterfte.

bevolkingssamenstelling

Zie bevolkingsopbouw

bevolkingsspreiding

De wijze waarop de bevolking zich over een bepaalde ruimte heeft verdeeld. Een (volledig) gelijkmatige bevolkingsspreiding komt in de werkelijkheid niet voor. Bij een ongelijkmatige bevolkingsspreiding is er sprake van gebieden met een hoge (gebieden met een bevolkingsconcentratie) resp. lage bevolkingsdichtheid (vrijwel "lege" gebieden). In Nederland is de bevolking erg onregelmatig gespreid: het grootste deel van de bevolking woont in een zestal stedelijke zones.

bevolkingsspreiding

De wijze waarop de bevolking verspreid is over een bepaald gebied.

bevolkingsspreiding

De spreiding van de bevolking over een bepaald gebied.

bevolkingsstructuur

Zie bevolkingsopbouw

b-gemeente

Zie de typologie van de Nederlandse gemeenten naar verstedelijkingsgraad.

binnengemeentelijke verhuizingen

Verhuizingen waarbij men binnen de gemeentegrens blijft.

binnenlandse migratie

Verhuizingen binnen de grenzen van een bepaald land. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen interregionale migratie (verhuizingen tussen 2 regio's) en intraregionale (verhuizingen binnen één regio) migratie. De binnenlandse migratie heeft geen invloed op de bevolkingsdichtheid van een land, maar wel op de bevolkingsspreiding van een land.

binnenlandse mobiliteit

De binnenlandse migratie en de binnenge- meentelijke verhuizingen samen.

biologische vruchtbaarheid

Zie fecunditeit.

brain drain

De emigratie van een (groot) deel deel van de beter opgeleide mensen van de beroepsbe- volking. Vaak betreft dit migratie vanuit de Derde Wereldlanden richting landen met betere economische mogelijkheden. De brain drain is erg negatief voor de ontwikkeling van de Derde Wereld, omdat men juist behoefte heeft aan hoog opgeleide mensen.

bruto reproductiefactor

Het gemiddeld aantal dochters dat een groep pasgeboren meisjes ter wereld zal brengen, uitgaande van een bepaald vruchtbaarheids- cijfer. Als 1000 meisjes die in een bepaald jaar geboren worden in hun reproductieve leeftijd 1.300 dochters ter wereld zullen brengen, dan is de bruto reproductiefactor 1,3 De brutoreproductiefactor houdt geen rekening met de sterfte voor of tijdens de reproductieve fase. De bruto reproductiefactor wordt gebruikt bij bevolkingsprognoses. Zie ook de netto reproductiefactor.

bruto vervangingsfactor

Zie bruto reproductiefactor.

buitenechtelijk geboortecijfer

Het aantal buitenechtelijk levendgeborenen per 1000 levendgeborenen per jaar. (Nederland 1994: 143).

buitenechtelijk vruchtbaarheidscijfer

Het aantal buitenechtelijk levendgeborenen per 1000 niet gehuwde, reproductieve vrouwen per jaar. (Nederland 1994: 16,4)

buitenechtelijke kinderen

Kinderen die niet binnen een huwelijk zijn geboren.

buitenlander

Iemand die (nog) niet de nationaliteit bezit van het land waar hij/zij woont of verblijft. Andere naam: vreemdeling of niet-Nederlander.

buitenlands vertrekoverschot

Zie emigratie-overschot.

buitenlands vestigingsoverschot

Zie immigratie-overschot.

buitenlandse migratie

Migratie waarbij landsgrenzen worden overschreden. Buitenlandse migratie betreft vertrek (emigratie) en vestiging (immigratie). (Nederland 1994: vertrekcijfer van 4,0 en een vestigingscijfer van 6,5)

Terug naar de Index

- C -

c.b.s.

Centraal Bureau voor de Statistiek (te Voorburg en Heerlen). Deze instelling is belast met het verzamelen, bewerken en publiceren van alle mogelijke statistische gegevens t.b.v. de praktijk of wetenschap. De afdeling Bevolkingsstatistieken houdt zich bezig met de demografie. De bekendste uitgave is het jaarlijks gepubliceerde "Statistisch Zakboek".

census

Zie volkstelling.

c-gemeente

Zie de typologie van de Nederlandse gemeenten naar verstedelijkingsgraad.

cites d' ortoirs

Slaapsteden in de omgeving van de grote stedelijke kernen. Vaak de Petite Banlieu.

classificatie van de Nederlandse gemeenten

Zie de typologie van de Nederlandse gemeenten naar verstedelijkingsgraad.

cohort

Een groep personen, die gedurende een bepaal- de periode, eenzelfde demografische gebeurtenis heeft meegemaakt. B.v. : alle mensen die in een bepaald kalenderjaar zijn geboren (=geboortecohort). Andere naam: generatie.

conurbatie

Een aantal met elkaar samenhangende stads- gewesten. De samenhang uit zich in intensieve relaties tussen de stadsgewesten. De Randstad Holland is een duidelijk voorbeeld van een conurbatie. Andere naam: stedelijke zone.

corop-gebied

Bij statistiek vaak gebruikte indeling van Nederland, waarbij een aantal bij elkaar liggende gemeenten als een eenheid wordt genomen. Er zijn 44 corop-gebieden. In de 51e druk van de Grote Bosatlas vind je achterin kaarten met de corop-gebieden.

Terug naar de Index

- D -

demografie

Wetenschap die de ontwikkelingen in omvang, samenstelling en ruimtelijke verdeling van de be- volking bestudeert. Bij deze studie worden ook de oorzaken en de gevolgen van de ontwikkelingen betrokken. Zie ook: bevolkingsgeografie.

demografische balans(vergelijking)

Zie bevolkingsformule.

demografische druk

De verhouding tussen de productieve leef- tijdsgroep (20-64) en de niet-productieve leef- tijdsgroepen (0-19) en 65+ De demografische druk wordt uitgedrukt in een percentage: (0-19) + 65 en ouder ----------------------------- x 100% 20-64 Nederland 1995: 3.757.777 + 2.033.353 -------------------------------- x 100% = 60% 9.631.712 Een demografische druk van 60 betekent dat op de 100 mensen uit de productieve leeftijdsgroep er 60 staan uit de niet productieve leeftijds- groepen. Let op: bij demografische druk gaat het om leeftijdsgroepen en niet om al dan niet economisch productieven (zie hiervoor de afhankelijkheidsgraad). Als de demografische druk verbetert dan wordt het percentage lager, en als de demografische druk verslechtert dan wordt het percentage hoger.

demografische overgangstheorie

Zie de demografische transitietheorie.

demografische transitie

De overgang van een situatie met hoge geboorte- en sterftecijfers naar een situatie met lage geboorte- en sterftecijfers. Zie ook: demografische transitietheorie.

demografische transitietheorie

De theorie die de ontwikkeling van de natuurlijke groei van een groot aantal rijke, westers landen weergeeft. In die ontwikkeling is een overgang waarneembaar van een situatie met hoge ge- boorte- en sterftecijfers naar een situatie met lage geboorte- en steftecijfers. Tijdens deze transitie of overgang is er sprake van een grote natuurlijke groei. De ontwikkeling van de natuurlijke groei kan in een drietal perioden of fasen worden weer- gegeven: 1: de pré-transitiefase met een hoog geboorte- cijfer en een hoog (schommelend) sterfte-cijfer; er is dus sprake van een geringe natuurlijke groei 2: de transatiefase met een grote natuurlijke groei; deze overgangsfase kan in 2 deelfasen worden onderverdeeld: 2A: het geboortecijfer blijft vrij hoog, terwijl het sterftecijfer gaat dalen; er is dus sprake van een toenemende natuurlijke groei 2B: het sterftecijfer daalt nog langzaam verder door en nu gaat ook het geboortecijfer; er is dus sprake van een afnemende natuur- lijke groei 3: de post-transitiefase waarbij zowel het geboortecijfer als het sterftecijfer op een laag niveau liggen; en dus is er sprake van een geringe natuurlijke groei De huidige rijke, westerse landen zitten overwegend in fase 3. De meeste Derde Wereld- landen zitten in de transitie met een hoge natuur- lijke groei. Andere naam: demografische overgangstheorie.

direct migratie-effect

Zie netto migratie-effect.

doodgeborenen

De sterfte van foetussen na een zwangerschap van 28 weken.

draagcapaciteit

Zie draagvermogen.

draagvermogen

De maximale omvang van een bevolking die in een bepaald gebied een leefbaar bestaan kan leiden. De inhoud van het begrip "leefbaar" varieert sterk naar ruimte en tijd. De maximale omvang wordt uiteindelijk bepaald door enerzijds de natuurlijke mogelijkheden van het gebied en anderzijds de sociale, economische, technische en politieke situatie van dat gebied. Engelse naam: carrying capacity Zie ook: bevolkingsoptimum.

dubbele vergrijzing

Zie vergrijzing.

Terug naar de Index

- E -

e.g.g.

Zie economisch-geografisch gebied.

echo-effect

De gevolgen van een geboortegolf, maar dan ongeveer twintig jaar later. De kinderen uit de geboortegolf krijgen dan zelf weer kinderen.

echtscheidingscijfer

Het aantal echtscheidingen per 1000 inwoners in een jaar. (Nederland 1994: 2,4) Soms relateert men het aantal echtscheidingen aan de 1000 gehuwde mannen. (Nederland 1994: 10,1)

echtscheidingsfrequentie

Een cijfer dat aangeeft hoeveel echtscheidingen er jaarlijks in een gebied plaatsvinden. Zie hiervoor het echtscheidingscijfer.

economisch-geografisch gebied

Een vaak gebruikte statistische indeling van Nederland. Gemeenten worden samengevoegd als ze economische-geografisch een eeheid vormen. Er zijn 129 egg's. Ook in de Grote Bosatlas wordt deze indeling veelvuldig gebruitk.

emigratie

De trek van mensen vanuit een land naar een ander land met de bedoeling zich daar (permanent) te vestigen. (Nederland 1994: 62.155)

emigratiecijfer

Het aantal mensen dat definitief uit een land vertrekt (om zich elders te vestigen) per 1000 inwoners in een jaar. (Nederland 1994: 4 promille)

emigratie-overschot

Gedurende een lange(re) periode kent een land een negatief buitenlands migratiesaldo. Andere naam: buitenlands vertrekoverschot.

erfrecht

Voor de Franse Revolutie erfde alleen de oudste zoon. Volgens de Code Napoleon hadden alle kinderen recht op een even groot deel van de erfenis. Om versnippering van het vooral boerenbedrijf te voorkomen, werd geboortebeperking dus noodzakelijk. Zie: partage egal.

etnische enclave

Een gebied dat bewoond is door een groep mensen die zich onderscheidt van andere groepen. Het gebied is in zijn geheel omsloten door een gebied dat door een andere etnische groep wordt bewoond.

etnische minderheid

Een allochtone groep die zich in een sociaal- economische achterstandssituatie bevindt.

exode rural

Uittocht van de vooral jonge bevolking uit de landelijke gebieden. De trek vond plaats terwijl de geboortencijfers al laag waren. Hierdoor heeft de leegloop van het platteland veel grotere gevolgen gehad dan in andere landen. Er zijn echt "lege" gebieden ontstaan, de "Desert Francais".

expansieve bevolking

Als bij een leeftijdsdiagram elke balk belangrijk langer is dan die er boven (m.n. bij de jongere leeftijdsgroepen). Deze bevolking zal in omvang blijven toenemen. Het leeftijdsdiagram kent de vorm van een piramide.

expulsiegebied

Gebied met veel afstotingsfactoren met als gevolg een negatief migratiesaldo. Andere naam: afstotingsgebied.

Terug naar de Index

- F -

fecunditeit

De fysieke mogelijkheid van een man of vrouw om kinderen te verwekken resp. te krijgen. Andere naam: biologische vruchtbaarheid.

fertiliteit

Zie vruchtbaarheid.

forensengemeente

Gemeente waar minder dan 20% van de beroeps- bevolking werkzaam is in de landbouw; minimaal 30% van de beroepsbevolking is forens en daarvan is meer dan de helft elders geboren (allochtoon forens).

Terug naar de Index

- G -

gastarbeid

Tijdelijke trek van arbeidskrachten uit een ander gebied of land. Meestal is het laagwaardig en ongeschoold werk. Vaak verdwijnt ook het tijdelijke karakter.

geboortebeperking

Het bewust krijgen van minder kinderen in een gezin. In Frankrijk was men hier al snel toe overgegaan o.i.v. Malthus en de partage egal: het erfrecht waarbij elk kind een even groot deel van de erfenis kreeg.

geboortecijfer

Het aantal levendgeborenen op de 1000 inwoners van een gebied in een jaar. (Nederland 1994: 12,7)

geboortegolf

Gedurende een korte periode neemt het geboor- tecijfer/het vruchtbaarheidsniveau opvallend toe. Dit gebeurt m.n. na het aflopen van een oorlog. B.v. -De na-oorlogse geboortegolf in Nederland net na de 2e wereldoorlog. -De terugkeer van de soldaten naar de V.S. na afloop van de Golfoorlog. De kinderen die in een dergelijke periode worden geboren noemt men de "baby-boomers".

geboortenoverschot

Bevolkingsgroei die ontstaat doordat het aantal geboorten groter is dan het aantal sterfgevallen.

geboorteoverschot

Het aantal geboorten overtreft het aantal sterfge- vallen in een bepaalde periode. Er is dus sprake van een positieve natuurlijke groei. (Nederland 1994: 62.140 of 4 promille)

geboorteregeling

Zie anticonceptie.

gemiddeld bevolkingsaantal

De bevolkingsomvang aan het begin en aan het einde van een bepaalde periode middelen.

gemiddeld kindertal

Het aantal kinderen dat een vrouw ter wereld zal brengen (als de waargenomen leeftijdsspecifieke vruchtbaarheidscijfers gedurende haar leven blijven gelden). Andere naam: totaal vruchtbaarheidscijfer

gemiddelde huwelijksleeftijd

De gemiddelde leeftijd van mannen/vrouwen ten tijde van het sluiten van hun huwelijk. (Nederland 1994: mannen 32,1 jaar en vrouwen 29,5 jaar)

gemiddelde leeftijd

De leeftijden van alle individuen van een bevolking bij elkaar optellen en delen door de totale bevolkingsomvang.

gemiddelde levensverwachting

Het gemiddeld aantal jaren dat iemand, die een bepaalde leeftijd heeft bereikt, nog te verwachten heeft (o.b.v. bepaalde leeftijdsspecifieke sterftecijfers). b.v. Nederland in 1994: -de gemiddelde levensverwachting bij geboorte 74,6 (M) en 80,3 jaar (V). -bij het bereiken van een leeftijd van 20,5 jaar 54,9 (M) en 60,5 (V) Opm.: niet verwarren met de maximale levensduur!

generatie

Zie cohort.

genre de vie

Manier van leven. In Zuid-Frankrijk behoort de wijnbouw en alles wat ermee samenhangt tot het genre de vie.

gentrification

In het centrum van de steden ontstaat een woonfunctie voor een jonge welvarende bevolkingsgroep. Deze wijken kenmerken zich door grote luxe en veel voorzieningen. De wijken hadden vaak een lage status of waren gebieden met stagnerende (ambachtelijke) bedrijfjes nabij het stadscentrum.

geslachtsstructuur

De samenstelling van de bevolking naar geslacht.

geslachtsverhouding

Het aantal mannen per 1000 vrouwen in een bepaald gebied. Aanvankelijk is er een overschot aan jongens (Nederland 1994: er werden 1.052 jongens per 1000 meisjes geboren) maar door de hogere levensverwachting van vrouwen is er bij de ouderen een vrouwenoverschot. Andere naam: sex-ratio.

gezinshereniging

Buitenlanders die zich willen herenigen met hun gezinsleden, die reeds in het immigratieland verblijven.

gezinsplanning

De planning van het aantal (...hoeveel kinderen?) en de spreiding (...wanneer moeten de kinderen worden geboren?) van geboorten door het gebruiken van methoden van geboorteregeling. Andere naam: family planning.

Grand Ensembles

Gebouwd na 1945. Het zijn: geplande hoogbouw-slaapsteden. Kenmerken: Weinig voorzieningen Weinig werkgelegenheid Veel forensen Veel lage inkomensgroepen Hoge bevolkingsdichtheid Eentonige hoogbouw Nu al slooprijp

Grande Couronne

De banlieu van Parijs die na de Tweede Wereldoorlog is ontstaan en voornamelijk bestaat uit "Villes Nouvelles" en belangrijke groene zones. Ze vormen de buitenste ring van vier departementen in het Ile-de-France.

grijze druk

De omvang van de groep 65+ gerelateerd aan het aantal 20-64 jarigen in die bevolking. Zie ook: de demografische druk.

groeicijfer

De mate waarin de bevolking in een jaar toeneemt of afneemt (als gevolg van de natuurlijke groei en het migratiesaldo) uitgedrukt in een percentage van de totale bevolking. (Nederland 1994: 5,3%).

groene druk

De omvang van de groep 0-19 gerelateerd aan het aantal 20-64 jarigen in die bevolking. Zie ook: de demografische druk.

Terug naar de Index

- H -

huishouden

Een huishouden bestaat uit één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economisch-consumptieve eenheid vormen. Vaak is een huidhouden gebaseerd op bloedverwantschap en huwelijksbinding.

huwelijkscijfer

Het aantal huwelijken uitgedrukt per 1000 inwoners in een jaar. (Nederland 1994: 5,4)

huwelijksfrequentie

Aantal huwelijken per 1000 inwoners per jaar.

huwelijksontbinding

Een huwelijk wordt beëindigd door overlijden van één van beide partners of echtscheiding. (Ontbonden huwelijken in Nederland in 1994: -door overlijden: 58.422 -door echtscheiding: 36.182)

Terug naar de Index

- I -

Ile-de-France

Het deel van Frankrijk waarin Parijs gelegen is. Hier woont ruim 18% van de Franse bevolking en wordt ruim 27% van het BNP verdient. Belangrijke industrieen: Auto-industrie. Vliegtuigindustrie. Grafische industrie. Elektrotechnische industrie Farmaceutisch industrie.

immigratie

Het zich vestigen in een bepaald land, komend uit een ander land. (Nederland 1994: 62.155)

immigratiecijfer

Het aantal mensen dat zich in een land (definitief) heeft gevestigd op de 1000 inwoners van het "nieuwe" land. (Nederland 1994: 4 promille).

immigratieland

Een land dat gedurende langere tijd (jaarlijks) een positief buitenlands migratiesaldo kent. Vanaf 1960 is Nederland een immigratieland.

immigratie-overschot

Als een land gedurende een lange(re) tijd een positief buitenlands migratiesaldo kent. Andere naam: buitenlands vestigingsoverschot.

indirect migratie-effect

De invloed van buitenlandse migratie op de geboortecijfers en sterftecijfers van het emigratieland resp. het immigratieland. Deze invloed verloopt m.n. via de veranderingen in de leeftijdsopbouw van een land. Zie ook netto migratie-effect.

inhaal van geboorten

Het verschijnsel waarbij vrouwen op latere leeftijd alsnog besluiten tot het krijgen van kinderen.

interregionale migratie

Migratie tussen 2 verschillende gebieden of regio's.

intraregionale migratie

Migratie binnen eenzelfde gebied of regio.

Terug naar de Index

- J -

jonge bevolking

Een bevolking met een leeftijdsstructuur waarbij relatief veel jongeren (0-19) voorkomen en relatief weinig ouderen (65+). Een jonge bevolking kent een leeftijdsdiagram met een piramide-vorm.

Terug naar de Index

- K -

kindersterfte

De sterfte van kinderen voor hun 5e verjaardag op de 1000 0-4 jarigen in een jaar. (Nederland 1995: 8).

krimpende bevolking

Een bevolking die in omvang afneemt. De leef- tijdsstructuur wordt gekenmerkt door steeds minder jongeren. De meeste mensen treffen we aan in de middengroepen. De leeftijdspiramide heeft de vorm van een ui of urn.

Terug naar de Index

- L -

leeftijdsdiagram

Zie bevolkingspiramide.

leeftijdsopbouw

De samenstelling van de bevolking naar leeftijd en geslacht.

leeftijdsopbouw

De samenstelling van een bevolking naar leef- tijdsgroepen. Deze samenstelling wordt vaak weergegeven in een bevolkingspiramide. Andere naam: leeftijdsstructuur, leeftijdssamenstelling, leeftijdsverdeling of leeftijdsopbouw.

leeftijdsopbouw

De samenstelling van een bevolking naar leeftijd en naar geslacht.

leeftijdspiramide

Zie bevolkingspiramide.

leeftijdssamenstelling

Zie leeftijdsopbouw.

leeftijdsspecifiek cijfer

De mate waarin zich een bepaalde demografische gebeurtenis (geboorte, sterfte, huwelijk e.d.) voordoet in een bepaalde leeftijdsgroep.

leeftijdsspecifiek sterftecijfer

Het aantal sterfgevallen in een bepaalde leef- tijdsgroep per jaar per 1000 personen van die leeftijdsgroep. B.v. in Nederland in 1994: -de zuigelingesterfte (0-1) van 5,5 (M) en 4,4 (V) -de leeftijdsgroep 15-19 van 0,4 (M) en 0,2 (V) -de leeftijdsgroep 45-49 van 2,9 (M) en 2,1 (V)

leeftijdsspecifiek vruchtbaarheidscijfer

Het aantal levendgeboren kinderen dat door vrouwen in een bepaalde leeftijdsgroep in een jaar ter wereld wordt gebracht per 1000 vrouwen in die leeftijdsgroep. b.v. Nederland 1994: -19 jaar: 13,1 -29 jaar: 133,5 -39 jaar: 19,9 -49 jaar: 0,1

leeftijdsstructuur

Zie leeftijdsopbouw.

leeftijdsverdeling

Zie leeftijdsopbouw.

levendgeboren

Kinderen die op het moment dat ze geboren worden in leven zijn.

levensverwachting

Zie de gemiddelde levensverwachting.

levensverwachting

Het aantal jaren dat een persoon van een bepaalde leeftijd kan verwachten nog te zullen leven.

levensverwachting

Het aantal jaren dat een persoon van een bepaalde leeftijd kan verwachten nog te zullen leven.

Terug naar de Index

- M -

malthus

Engelse dominee ("Essay on Population" van 1798) die beperking van de natuurlijk groei als oplossing zag van een dreigende overbevolking. Doordat de bevolking sneller (volgens een meetkundige reeks: 1-2-4-8-16) toeneemt dan de bestaansmogelijkheden/de totale productie (die volgens een rekenkundige reeks toeneemt: 0-2- 4-6-8). Hierdoor ontstaat een situatie van overbevolking met als uiteindelijk gevolg het optreden van een aantal "positive checks" (zoals honger, voedsel en oorlog) waardoor de bevolkingsopmvang fors zal afnemen. Om dit te voorkomen propageerde Malthus een vrijwillige beperking van de vruchtbaarheid door een aantal "negative checks" (zoals b.v.hogere huwelijksleeftijd, lagere huwelijksfrequentie en onthouding van sexuele gemeenschap). Malthus koos dus voor een demografische oplossing voor het dreigende probleem van de overbevolking. Tegenwoordig zijn zijn opvattingen "gemoderniseerd" in die zin dat ook anti- conceptie geoorloofd is. Deze neo-Malthusiaanse stroming propageert sterk de Family Planning. Zie ook Marx.

Malthus

Deze Engelsman geboren in 1798 heeft met zijn ideeen over de groei van de bevolking in verhouding tot de productie van voedsel grote invloed gehad op de bevolkingsontwikkeling van Frankrijk. Het gevolg van de ideeen van Mathus was dat de Fransen al heel vroeg aan geboortebeperking gingen doen.

Marx

Marx kwam met zijn opvattingen als reactie op de oplossing van Malthus om de dreigende overbe- volking tegen te gaan. Volgens Marx is een situatie van overbevolking vermijdbaar als alle productiemiddelen van een land gelijk(er) onder de bevolking worden verdeeld. Zijn stelling was: "er is genoeg voor iedereen mits het maar eerlijk verdeeld wordt onder de gehele bevolking". I.t.t. Malthus ziet Marx een economische oplossing van het overbevolkingsvraagstuk. Zie ook Malthus.

maximale levensduur

De maximum leeftijd die mensen onder optimale condities zouden kunnen bereiken. Dit is uiteraard een theoretische leeftijd. Opm.: niet verwarren met de gemiddelde levensverwachting!

mediane leeftijd

De leeftijd waarbij de ene helft van de bevolking ouder is en de andere helft jonger.

migratie

Verplaatsing van personen over een bepaalde grens met het doel zich in een nieuwe vaste woonplaats te vestigen. De 2 belangrijkste vormen van migratie zijn de binnenlandse migratie en de buitenlandse migratie.

migratie

Het zich verplaatsen van personen over een grens met het doel zich in een nieuwe vaste woonplaats te vestigen. Vormen zijn: 1. Buitenlandse migratie. Hierbij komen de mensen uit of gaan de mensen naar het buitenland. 2. Binnenlandse migratie. Hierbij worden door de mensen de grenzen van een regio, een departement of commune overschreden.

migratie

Vorm van verhuizen waarbij een bestuurlijke grens wordt overschreden.

migratiesaldo

Het verschil tussen vestiging (immigratie) en ver- trek (emigratie). Het saldo kan zijn positief, negatief en zelfs ook precies 0. Andere naam: netto-migratie en sociale groei.

mortaliteit

De sterfte als onderdeel van de bevolkingsverandering.

multi-culturele samenleving

Een beleid van de overheid om de buitenlanders in een land, zich als buitenlanders te manifesteren.

Terug naar de Index

- N -

nataliteit

De geboorte als onderdeel van de bevolkings- verandering.

natie

Een volk dat de onderlinge saamhorigheid ook territoriaal heeft vastgelegd.

nationaliteitenkwestie

Problemen die ontstaan doordat binnen de landsgrenzen van een staat meerdere volken wonen, die een deel van hun identiteit willen behouden en/of zich willen afscheiden.

nation-building

Een fase in het proces van staatsvorming, waarbij in brede lagen van de bevolking loyaliteitsgevoelens ontstaan m.b.t. het gezag van de staat.

natuurlijke aanwas

Zie natuurlijke groei.

natuurlijke aanwas

Bevolkingsgroei die ontstaat omdat het aantal geboorten groter is dan het aantal sterfgevallen.

natuurlijke bevolkingsbeweging

De ontwikkeling (groei of afname) van de bevolking die bepaald wordt door het verschil tussen geboorten en sterfte.

natuurlijke groei

De bevolkingsgroei zoals die wordt bepaald door geboorte en sterfte. Er kan hierbij sprake zijn van: -geboorteoverschot/postitieve natuurlijke groei -sterfteoverschot/negatieve natuurlijke groei -natuurlijke groei van 0/geborenen=overledenen Andere naam: natuurlijke aanwas

natuurlijke groei

Groei die ontstaat omdat er meer geboorten dan stertegevallen zijn.

negatieve bevolkingsgroei

Afname van de absolute omvang van een bevolking. Als dit een aantal jaren aanhoudt dan zal er op den duur sprake zijn van een krimpende bevolking. De negatieve groei kan ontstaan door negatieve saldi bij de natuurlijke groei en/of de sociale groei.

neonatale sterfte

De sterfte van kinderen binnen de eerste 28 dagen na de geboorte.

netto migratie

Zie migratiesaldo.

netto migratie effect

Het directe effect dat vestiging (immigratie) en vertrek (emigratie) hebben op de getalsmatige ontwikkeling van de bevolking. Zie ook indirect migratie effect.

netto reproductiefactor

Het gemiddeld aantal dochters dat een groep vrouwen ter wereld zou brengen uitgaande van bepaalde vruchtbaarheidscijfers en sterftecijfers. Als 1000 meisjes die in een bepaald jaar geboren worden in hun reproductieve leeftijd 1.200 dochters ter wereld zullen brengen, dan is de netto vervangingsfactor 1,2. De netto vervangingsfactor wordt vaak gebruikt bij bevolkingsprognoses. (Nederland 1994: 0,76) Zie ook de bruto vervangingsfactor. Andere naam: netto vervangingsfactor.

netto vervangingsfactor

Zie netto reproductiefactor.

niet-nederlander

Zie buitenlander of vreemdeling.

nulgroei

De bevolkingsomvang van een land wordt in een bepaalde periode niet groter of kleiner.

nuptialiteit

Dit begrip betreft huwelijkssluiting en huwelijks- ontbinding. Het gaat hierbij m.n. om de mate waarin beide voorkomen en wat de kenmerken zijn van de (ex) huwelijkspartners.

Terug naar de Index

- O -

ontgroening

De relatieve afname van de leeftijdsgroep 0-19. In 1900 bedroeg dit percentage in Nederland nog 45, terwijl het in 1995 nog slechts 24,4 was. Samen met vergrijzing maakt ontgroening deel uit van het verouderingsproces.

ontgroening

Het afnemen van het percentage jongeren in de bevolking.

oprot-premies

Een uit te geven premie aan gastarbeiders als ze terug gaan naar het eigen land.

oude bevolking

Bevolking met relatief veel ouderen (65+) en re- latief weinig jongeren (0-19).

Terug naar de Index

- P -

partage egal

Het systeem van het verdelen van een erfenis in gelijke delen over alle kinderen. Door geboortebeperking wisten veel Franse boeren hun bedrijven toch te behouden. Zie erfrecht.

pensioenmigrantie

De trek van mensen na beëindiging van hun economisch actieve periode. Deze mensen gaan, zich ergens anders vestigen om er (met hun elders verdiende inkomen) van hun laatste jaren te genieten. De trek kan zowel binnenlands (b.v. in de V.S. de trek vanuit het N.O. naar de "sunstates") als buitenlands (b.v. van N.W. Europa naar Mediter- raan Europa) zijn. De trek kan zowel een permanent als een seizoensgebonden karakter hebben.

perceptie

De individuele, subjectieve ervaring van de werkelijk. B.v.: de aantrekkings- en afstotingsfactoren worden door iedereen verschillend beoordeeld/ ervaren. De perceptie wordt mede bepaald door milieu, opvoeding, leeftijd, geslacht, opleiding.

perinatale sterfte

De sterfte tijdens de zwangerschap (na 7 weken) van de foetus alsmede de sterfte in de 1e levensweek na de geboorte.

Petite Couronne

De oudste banlieu van Parijs bestaande uit slaapsteden, industriegebieden en groengebieden. Hierin liggen de Poles Restrucurateurs: De herstructureringskernen rond Parijs. Het gebied van de drie departementen direct rond La Ville de Paris.

plattelandsgemeente

Gemeente waar meer dan 20% van de beroeps- bevolking in de landbouw werkzaam is. Andere naam: A-gemeente.

plattelandsstad

Gemeente met een sterk historisch karakter en een inwonertal tussen de 2.000 en 10.000 inwoners. B.v. Muiden en Heusden.

primate city

Parijs is een primate city. Hiermee wordt bedoeld dat de stad wat betreft inwoneraantal, werkgelegenheid, culturele en politieke invloed met kop en schouders boven de op een na grootste stad uitsteekt.

proletarische fase

Periode waarin de arbeiders in de industrie veel kinderen hadden. De sterftecijfers waren door verbeteringen in kennis en hygiene al gedaald, maar de geboortencijfers hadden zich noch niet aangepast. Komt in Frankrijk vrijwel niet voor, door late industrialisatie en Malthus. Zie: Malthus.

pull-factor

Zie aantrekkingsfactor.

push-factor

Zie afstotingsfactor.

Terug naar de Index

- Q -

quartier

De wijk of buurt waarin een stad verdeeld is. In Parijs kennen we bijv. Quartier Latin.

Terug naar de Index

- R -

ras

Een groep mensen die gekenmerkt is door het gemeenschappelijk bezit van een aantal erfelijke, lichamelijke kenmerken en zich daardoor onderscheidt van andere groepen.

remigratie

Het weer vertrekken van migranten naar het land van herkomst. Andere naam: retourmigratie.

reproductie

De mate waarin een vrouw reproduceert, d.w.z. zichzelf "vervangt" door het ter wereld brengen van dochters. Zie ook (bruto en netto-)reproductiefactor.

reproductiefactor

Getal dat aangeeft in welke mate de ene generatie in de toekomst vervangen zal worden door een andere generatie. Dit getal gaat uit van de reproductie van vrouwen (d.w.z. het aantal dochters dat een pasgeboren meisje in haar vruchtbare leeftijd zal krijgen) Zie ook: de bruto + netto reproductiefactoren en het vervangingsniveau. Andere naam: vervangingsfactor.

reproductieve leeftijd

De levensfase van de vrouw waarin kinderen geboren kunnen worden. Deze wordt meestal gesteld op 15-44 (soms ook 15-49). Andere naam: vruchtbare leeftijd.

retourmigratie

Zie remigratie.

re-urbanisatie

De terugkeer van mensen naar de grote steden, die eerder uit de grote steden waren gesuburbaniseerd. De re-urbanisatie is de laatste fase uit het verstedelijkingsproces.

ruimtelijke ordening

Het zo goed mogelijk (her)inrichten en gebruiken van de beschikbare ruimte (land en water) van een gebied. Bij ruimtelijke ordening gaat men uit van de mogelijkheden van de ruimte en de wensen van de samenleving. De ruimtelijke ordening is in handen van de verschillende overheden (rijk, provincie en gemeente). De voorschriften t.a.v. de ruimtelijke ordening zijn bij de wet geregeld in Nederland. Een van de belangrijkste plannen m.b.t. de ruimtelijke ordening die in Nederland gemaakt worden is het (gemeentelijke) bestemmingsplan.

ruraal

M.b.t. het platteland.

ruraal-urbane migratie

Migratiebeweging van het platteland naar de stedelijke gebieden. In West Europa overheerste deze trek tijdens de urbanisatiefase van het verstedelijkingsproces. In de Derde Wereldlanden is deze trek na de dekolonisatie zeer omvangrijk geworden.

Terug naar de Index

- S -

scenario

Een mogelijk toekomstbeeld, uitgaande van bepaalde vooronderstellingen.

sex-ratio

Zie geslachtsverhouding.

sociale aanwas

Zie sociale groei.

sociale bevolkingsbeweging

Veranderingen in de bevolking als gevolg van migratie, zowel positief als negatief.

sociale bevolkingsbeweging

De veranderingen in het bevolkingsaantal die bepaald zijn door migratie.

sociale groei

De bevolkingsgroei voor zover die bepaald wordt door vestiging (immigratie) en vertrek (emigratie). Er kan hierbij sprake zijn van: -positieve sociale groei/vestigingsoverschot -negatieve sociale groei/vertrekoverschot -sociale groei van 0/vestigers = vertrekkers Andere naam: migratiesaldo en sociale aanwas

stabiele bevolking

Een bevolking met een constant groeicijfer en een onveranderlijke relatieve leeftijdsopbouw doordat het geboorte- en sterftecijfer gedurende een lange periode constant zijn gebleven. Opm.: niet verwarren met stationaire bevolking.

stadsgewest

Een centrale stad/agglomeratie met de er omheen liggende gemeenten. Een stadsgewest is niet ruimtelijk aaneengesloten, maar wel een functionele eenheid. Door de intensieve relaties (woon-werkverkeer, gerichtheid op de stad wat betreft de voorzieningen e.d.) functioneert een stadsgewest als een eenheid.

standarisatie

Een statistische techniek die gebruikt wordt om de vergelijkbaarheid van demografische gege- vens van bevolkingen te vergelijken door het effect van de leeftijdsopbouw uit te schakelen. B.v.: Mexico heeft een veel jongere leeftijds- opbouw dan Nederland en dat heeft uiteraard gevolgen voor b.v. de sterftecijfers (Mexico 5,1 en Nederland 8,7). Stel nu dat de bevolking van Mexico als stan- daardbevolking wordt genomen, dan gaat men bij de berekeningen er vanuit dat Nederland dezelf- de leeftijdsopbouw zou hebben als Mexico. In dat geval bedrage de gestandariseerde sterftecijfers: Mexico 5,1 en Nederland (b.v.) 3.0 Als Nederland als standaardbevolking wordt genomen dan zijn de gestandariseerde sterftecijfers: Mexico (b.v.) 26,5 en Nederland 8,7

stationaire bevolking

Bij een stationaire bevolking is het aantal ge- boorten gelijk aan het aantal sterfgevallen, is er geen migratie-effect en ligt de vruchtbaarheid op het vervangingsniveau. De bevolkingsomvang blijft zodoende onveranderd, evenals de leeftijds- samenstelling. Bij een stationaire bevolking hoort een toren- of klokvorm van een bevolkingspiramide. Opm.: Als de vruchtbaarheid onder het vervangingsniveau ligt, dan kan dit "tekort aan geboorten" worden aangevuld door een immigratie-overschot. Ook in dit geval is er sprake van een stationaire be- volking.

stedelijke gemeente

Gemeente met meer dan 100.000 inwoners. Opm.: de plattelandssteden, de forensengemeenten en de verstedelijkte plattelandsgemeenten vallen buiten deze categorie. Andere naam: C-gemeente.

steekproefonderzoek

Onderzoek waarbij een representatieve selectie uit de bevolking wordt gemaakt. O.b.v. de be- vindingen van die geselecteerde bevolking trekt de onderzoeker conclusies met betrekking tot de gehele bevolking (populatie). Andere naam: survey.

sterftecijfer

Het aantal sterfgevallen op de 1000 inwoners van een gebied in een jaar. (Nederland 1994: 8,7) Zie ook standarisatie.

sterftecijfer (gestandariseerd)

Zie standarisatie.

sterftekans

De kans (procentueel) dat iemand van een bepaalde leeftijd komt te overlijden binnen één jaar.

sterfteoverschot

Het aantal sterfgevallen overtreft het aantal geborenen in een bepaalde periode. Er is dus sprake van een negatieve natuurlijke groei. Dit is in Nederland in de 20e eeuw niet meer voorgekomen.

sterftetafel

Een statistische beschrijving van het afstervings- proces van een bevolking. In dergelijke tabellen kun je de sterftekansen en de levensverwachting op elke leeftijd terugvinden.

suburbanisatie

De trek van de stedelijke bevolking vanuit de grote stad/agglomeratie naar de directe omgeving van die stad/agglomeratie. Tijdens de suburbanisatiefase van het verstede- lijkingsproces was deze trek het omvangrijkst. Suburbanisatie heeft niet alleen betrekking op de migratiebeweging van de bevolking, maar op alle stedelijke activiteiten (waaronder bedrijven, voorzieningen e.d.) die zich in een van oorsprong landelijk gebied rondom de stad/agglomeratie gaan vestigen.

suburbanisatie

Een migratiebeweging waarbij mensen wegtrekken uit de grote stad en zich vestigen in (kleine) dorpen op het nabije platteland.

survey

Zie steekproefonderzoek.

Terug naar de Index

- T -

toeristenbalans

1. Een overzicht waarin staat hoeveel geld een land aan buitenlandse toeristen verdient en hoeveel de eigen bevolking in het buitenland uitgeeft. Als er meer geld wordt verdient dan er wordt uitgegeven, is de toeristenbalans positief. Anders is de balans negatief. (kan ook voor een regio bekeken worden) 2. Het verschil tussen inkomend en uitgaand toerisme van een land, uitgedrukt in aantallen toeristen.

transitiemodel

De overgang van een hoge natuurlijke bevolkingsgroei naar een lage natuurlijke bevolkingsgroei.

tweede generatie

Diegenen waarvan de ouders uit het buitenland afkomstig zijn, maar die zelf in Nederland zijn geboren en getogen.

typologie van de Nederlandse gemeenten

Het C.B.S. heeft een indeling gemaakt van de Nederlandse gemeente o.b.v. de verstede- lijkingsgraad: A-gemeenten (plattelandsgemeenten): Er wonen meestal minder dan 5.000 inwoners en meer dan 20% van de beroepsbevolking werkt in de agrarische beroepsbevolking. B-gemeenten (verstedelijkte plattelandsgemeen- ten): Veelal middelgrote gemeenten qua inwoneraantal waarbij minder dan 20% van de bevolking werkzaam is in de agrarische beroepsbevolking. C-gemeenten (stedelijke gemeenten): De gemeenten met een stedelijk karakter qua uiterlijk alsmede een beroepsbevolking die werkzaam in de secundaire of tertiaire sector. Door het verstedelijkingsproces is er na de 2e Wereldoorlog een opvallende verschuiving in het percentage van de bevolking dat woont in de 3 gemeentetypen opgetreden: A B C 1947 29,3 16,6 54,1 1990 11,6 37,6 50,9

Terug naar de Index

- U -

uitstel van geboorten

Het verschijnsel waarbij vrouwen besluiten pas op latere leeftijd kinderen ter wereld te brengen.

urbaan

M.b.t. stedelijke gebieden.

urbaan-rurale migratie

Migratiebeweging vanuit de stedelijke gebieden naar de plattelandsgebieden in de nabije om- geving van de grote steden. Deze trek is het omvangrijkst tijdens de sub- urbanisatiefase van het verstedelijkingsproces.

urbanisatie

De toenemende concentratie van de bevolking in stedelijke gebieden. De oorzaken van urbanisa- tie zijn de ruraal-urbane migratie en de eigen na- tuurlijke groei van de steden. De urbanisatie vond m.n. plaats in de urbanisatie fase van het verstedelijkingsproces. De Westerse landen kenden een sterke urbani- tie tijdens en na de Industriële Revolutie. De Derde Weredlanden kennen na de dekoloni- satie een sterke urbanisatie.

urbanisatiegraad

Het percentage van de totale bevolking van een land dat in de steden woont. Opm.: Het percentage wordt sterk beïnvloed door de definitie van de stad die men in elk land gebruikt. (Nederland 1994: 89% Ter vergelijking het Derde Wereldland Indonesië kent een urbanisatiegraad van 34%) Zie ook: de typologie van de Nederlandse gemeenten naar verstedelijkingsgraad. Andere naam: verstedelijkingsgraad.

urbanisatietempo

De snelheid waarmee de urbanisatiegraad van een land jaarlijks toeneemt of afneemt. In het algemeen ligt het urbanisatietempo in de rijke ontwikkelde landen laag, terwijl het tempo in de Derde Wereldlanden erg hoog ligt.

Terug naar de Index

- V -

vakantieparticipatie

Het percentage van de bevolking van een land dat minstens één keer per jaar met vakantie gaat.

verdubbelingstijd

De tijd die verstrijkt voordat een bevolking in omvang is verdubbeld bij een gelijk blijvende positieve natuurlijke groei. Formule: 72 : groeipercentage van de natuurlijke groei (Nederland in 1994: 180 jaar Ter vergelijking een Derde Wereldland als Indonesië 40 jaar)

vergrijzing

Het proces waarbij naar verhouding steeds meer 65-plussers deel uitmaken van de totale bevolking. Samen met ontgroening is vergrijzing onderdeel van het verouderingsproces van de bevolking. Soms spreekt men van dubbele vergrijzing: de toename van het percentage van de bevolking van 85+ op de totale bevolking. (In 1900 maakte de bevolking van 65 en ouder slechts 6% uit van de totale bevolking in Neder- land; in 1994 was dit percentage 13,2%)

vergrijzing

Het toenemen van het percentage ouderen (55+) in de samenleving.

veroudering

Het proces waarbij het aandeel ouderen op de totale bevolking geleidelijk toeneemt (vergrijzing) en het aandeel jongeren op de totale bevolking geleidelijk afneemt (ontgroening).

verstedelijking

Zie urbanisatie.

verstedelijkingsgraad

Zie ook de typologie van de Nederlandse gemeenten naar verstedelijkingsgraad. Andere naam: urbanisatiegraad.

verstedelijkingstempo

Zie urbanisatietempo.

verstedelijkte platteland

Gemeenten waarbij minder dan 20% van de beroepsbevolking werkzaam is in de landbouw, de gemeente telt minder dan 20.000 inwoners en heeft geen uitgesproken verzorgende functie. Door suburbanisatie is het aantal verstedelijkte plattelandsgemeenten -m.n. in de omgeving van de grote steden- sterk toegenomen. Deze gemeenten vallen onder de B-gemeenten.

vertrekoverschot

Het aantal vertrekkers (emigranten) is groter dan het aantal vestigers (immigranten) in een gebied in een jaar. Er is dus sprake van een negatief migratiesaldo.

vervangingsfactor

Zie reproductiefactor.

vervangingsniveau

Het vruchtbaarheidsniveau waarbij een generatie vrouwen gemiddeld precies genoeg dochters krijgt om zichzelf te "vervangen" in de bevolking. Het vervangingsniveau is gelijk aan een netto-reproductiefactor van 1.

vestigingsoverschot

Het aantal vestigers (immigranten) is groter dan het aantal vertrekkers (emigranten) in een gebied per jaar. Er is dus sprake van een positief migratiesaldo.

Ville de Paris

De stad Parijs zelf. Het heeft meer dan 2 miljoen inwoners.

Villes Nouvelles

Nieuwe steden die vooral de woonfunctie en delen van de werkfunctie van een nabije grote stad (met veel congestieverschijnselen) moet opvangen. Kenmerken: Veel voorzieningen (onderwijs en gezondheidszorg). Veel werkgelegenheid. Minder forensen, door aanwezigheid van werk, daarom geen slaapsteden. Midden en hogere inkomensgroepen. Meer laagbouw in lagere bevolkingsdichtheden. Moderne architectuur. Goede verbindingen met Parijs (RER). Veel recreatiemogelijkheden.

vluchteling

Een voormalige asielzoeker die tot Nederland is toegelaten en de status van vluchteling heeft, alsmede een asielzoeker die naar Nederland is gekomen en een vergunning tot verblijf (VTV) heeft gekregen. Er wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen een politieke en een economische vluchteling. Zie ook: asielzoeker.

volk

Een groep mensen die op grond van raciale, culturele, historische en godsdienstige kenmerken bij elkaar horen en zich ook bewust zijn van saamhorigheid.

volkstelling

Een integrale telling van de bevolking van een land op een bepaald moment. Hierbij gaat het niet alleen om het aantal inwoners, maar ook om demografische en sociaal-economische ken- merken van de bevolking op dat moment. In Nederland is de laatste decennia geen volks- telling meer gehouden, omdat men de gegevens haalt uit de gemeentelijke bevolkingsregisters. Andere naam: census.

vreemdeling

Iemand die van het land waar hij/zij woont en verblijft de nationaliteit (nog) niet heeft. (In Nederland lag dat percentage in 1993 op 5%). Andere naam: buitenlander en niet-Nederlander.

vruchtbaarheid

De werkelijke gerealiseerde voortbrenging van kinderen door een bevolking.

vruchtbaarheidscijfer

Het gemiddeld aantal kinderen dat een vrouw ter wereld zal brengen indien gedurende haar repro- ductieve periode de waargenomen leeftijdsspeci- fieke vruchtbaarheidscijfers zouden blijven gelden. (Nederland 1994: 1,569) Ook genoemd het totaal vruchtbaarheidscijfer.

vruchtbaarheidscijfers

Aantal levendgeborenen per jaar per 1000 vrouwen in de leeftijd van 15 tot 45 jaar.

vruchtbare leeftijd

Zie reproductieve leeftijd.

Terug naar de Index

- W -

werkloosheid

Het percentage van de feitelijke beroepsbevolking dat op de arbeidsmarkt geen werk kan vinden.

Terug naar de Index

- X -

Terug naar de Index

- Y -

Terug naar de Index

- Z -

zuigelingensterfte

Het aantal kinderen dat, voordat de leeftijd van 1 jaar wordt bereikt, per 1000 levendgeborenen sterft in een jaar. (Nederland in 1994: 5,6)

Terug naar de Index

Terug naar menu